Een persoonlijke invitatie voor Cristiano Ronaldo

Je bent jarig, en je wilt niet flauw wezen, dus je geeft een feestje.

Een week vroeger dan gepland slaat de novembertreurnis tegen de ruiten, op het terras staat een wankele toren van Brand, in de hoek van de kamer ligt een stapeltje bij voorbaat gegeven cadeaus en binnen staat een gehakttaart met je leeftijd in deeg erop af te koelen.

Dan volgt het meest feestelijke deel van de dag: het opruimen van alle persoonlijke spullen, alle bankafschriften, de flessen wijn voor nog feestelijker gelegenheden, de losse DVD’s, de stapels papieren, de eerste aanzetjes tot Sinterklaasgedichten, de hard geworden mandarijnenschillen, de stukjes duim – afgebeten tijdens een spannende film en zich daarna schuil gehouden voor de muil van de stofzuiger.
Als het huis volledig van z’n karakter is ontdaan, kunnen de gasten komen.

Sportnieuws
Eerst komen ze heel lang niet. De vriendin en jij zitten tegenover elkaar aan tafel, zogenaamd ontspannen de krant te lezen – zo ontspannen als je in de wachtkamer van de kaakchirurg de Arts & Auto doorbladert.
Ieder volgend moment kan er een cohort Hunnen aanbellen, je huis innemen alsof het een Russische deelstaat is, je dierbare spullen kapotmaken en een boel afwas maken. Bovendien gaan ze allemaal iets vinden van de gehakttaart, en van de inhoud van de boekenkast en van de muziek en van het feit dat je überhaupt bestaat, dus dat is sowieso ontzettend ontspannen. Er kan er ook altijd eentje zijn die te ver uit het raam gaat hangen en een paar meter naar beneden valt, hoofd naar beneden, schedel op de stenen en dan is de sfeer ook om zeep, hoeveel broccoli-courgettesoep je nog blijft ronddelen.
Aan tafel wacht je op het onvermijdelijke, terwijl hele en halve bekenden je Facebookmuur volkalken. Jullie hebben de krant onderling verdeeld: zij het wereldnieuws, jij het sportnieuws.

Met de sport gaat het niet goed, er is veel om verontwaardigd over te zijn.
Niet omdat je simpel bent, maar omdat het een deel van je werk betreft.
En, vooruit, ook omdat je een klein beetje simpel bent, maar niet op een storende manier.
De vriendin vraagt of er nog iets bij de koffie moet komen.
De vriendin en jijzelf nemen nooit iets bij de koffie – een blik naar buiten, soms.
Nee, zeg je.
Hebben we eigenlijk wel koffie? vraagt de vriendin.
Je hebt thee tot het einde der tijden, er is altijd thee, die doosjes lijken zichzelf aan te vullen. Koffie verdampt even onverwacht als de winst van een beursgenoteerd internetbedrijfje.
In de op de begane grond gevestigde horecagelegenheid worden onbeperkt borden yoghurt uitgekeerd aan mensen die het een verzetje vinden om eens buiten de deur yoghurt te eten – want wanneer doe je dat nu?
In de horeca is het iedere dag je verjaardag, maar dan met gasten die je niet zelf hebt uitgekozen. Sartre wist het al: de hel, dat zijn de gasten.

Als je vriendin de hele krant uit heeft, vraagt ze of je iedereen wel hebt uitgenodigd.
God mag weten wat ze daarmee bedoelt.
‘Niet iedereen,’ zeg je.
‘Iedereen die je wilde uitnodigen,’ verduidelijkt ze.
‘Dat weet ik niet.’
Als ze een truc heeft om erachter te komen of je iedereen die je wilde uitnodigen ook daadwerkelijk hebt uitgenodigd, dan is dit het moment om daarmee op de proppen te komen.

Een stukje gehakttaart apart
Ze vraagt: ‘Ik bedoel: heb je hem ook uitgenodigd?’
Het duurt drie korte sportberichtjes voor je het begrijpt.
‘Shit. Nee.’
‘Kan het nog?’
‘Het is vanavond El Clasico.’
‘O.’ Zij weet niet wat El Clasico is.
‘Real Madrid – Barcelona,’ leg ik uit. ‘Zes uur.’
‘Misschien kan hij het nog afzeggen.’
Je knikt. Wie weet.
‘Bel hem even,’ zegt ze.
Je hebt z’n nummer niet.
‘Laat het ‘m dan weten dat hij welkom is.’
Je weet niet hoe.
‘Schrijf over ‘m.’
Dat kun je natuurlijk doen. Je hebt het tenslotte eerder gedaan, hij weet de weg.
‘Dan houd ik een stukje gehakttaart apart,’ zegt ze gul.
En dan gaat de bel.

WORDT VERVOLGD.