Made in EU: de War Drone

Zeven EU-landen – waaronder Nederland – gaan vanaf 2020 militaire drones produceren. De defensieministers van deze landen ondertekenden hiertoe een ‘letter of intent’. De zeven landen willen met de ontwikkeling en productie van Medium Altitude Long Endurance (MALE) vliegobjecten hun afhankelijkheid van buitenlandse drones verminderen en hopen zo de Amerikaanse dominantie in de onbemande luchtvaart te doorbreken.

De Europese samenwerking treedt daarmee in de voetsporen van de Verenigde Staten, die hun drones onder meer inzetten om verdachte militanten te doden in landen als Jemen, Afghanistan en Pakistan. De controverse rondom inbreuk op nationale soevereiniteit en burgerslachtoffers hebben drones evenwel in een slecht daglicht doen staan. Toch zet ook Europa in op de productie van gevechtsdrones. En naast de vermelde samenwerking zijn er nog diverse andere Europese drone-initiatieven.

Drie Europese wapenproducenten – het Franse Dassault Aviation, de Frans-Duitse firma EADS Cassidian en het Italiaanse Finmeccanica Alenia Aermacchi – zijn al overeengekomen dat zij een gezamenlijk eigen Europees droneprogramma zullen starten. Frankrijk, Griekenland, Italië, Spanje, Zweden en Zwitserland werken daarnaast aan wat zij een ‘euro-Ucav’ noemen, een unmanned combat air vehicle. Het toestel kreeg de naam nEUROn en het heeft in december 2012 al met succes zijn eerste testvlucht afgerond. Ook werkt Frankrijk samen met het Verenigd Koninkrijk aan een ‘stealth’drone, die de projectnaam Telemos meekreeg. Telemos moet in 2018 operationeel zijn.

Ondertussen is het nieuwe MALE-programma van de EU ontworpen om te concurreren met de Israëlische en Amerikaanse wapenproducenten. Israël en de VS fabriceren de overgrote meerderheid van de militaire drones in de wereld en verkopen deze aan bondgenoten. En juist omdat de VS en Israël leiders in deze dronemarkt zijn, voelen enkele Europese regeringen de angst om achter te blijven. Militaire operaties in Libië en Mali hebben al een tekort laten zien in de Europese verkenningsmogelijkheden, waardoor landen als Groot-Brittannië en Frankrijk zich gedwongen zagen over te gaan tot het aankopen van de door het Amerikaanse General Atomics gebouwde Reaper drones.

Volgens één van de grootste voorstanders van het MALE-programma, de Franse minister van Defensie Jean-Yves Le Drian, moeten “Europese landen hun capaciteiten en acties op een pragmatische manier bundelen, willen ze hun strategische mogelijkheden behouden”. Net als Le Drian is ook EDA directeur Claude-France Arnould gelukkig met de Europese samenwerking, maar zij merkt op dat “de hedendaagse situatie zich kenmerkt door financiële beperkingen, waardoor deze defensie-inspanning volledig efficiënt moet zijn, wat samenwerking en het zoeken naar synergie behelst”.

Niet iedereen is gelukkig met de Europese droneplannen. Kleinere EU-lidstaten hadden gehoopt een graantje van de ontwikkeling mee te pikken komen. Dit werd echter tegengewerkt door de regeringen van enkele EU-lidstaten die zelf een grote defensie-industrie huisvesten en er niets voor voelen om werk af te staan aan de kleinere lidstaten.

Ook de Verenigde Naties zijn sceptisch. In een rapport waarschuwen zij voor het gebruik van bewapende drones. Die zouden een bedreiging zijn voor de mondiale veiligheid en landen aansporen om onbemande wapens te verwerven. Het VN-rapport merkt op dat “drones uit de lucht komen, maar de zware voetafdruk van de oorlog achterlaten op de gemeenschap die ze aanvallen”.