Nieuw onderzoek wakkert discussie aan over verband tussen criminaliteit en genen

Is criminaliteit aangeleerd of aangeboren? Dit vraagstuk houdt de mens al een aantal eeuwen bezig. In de Victoriaanse tijd (1837-1901) leek men het er over eens dat crimineel gedrag weleens erfelijk bepaald kon zijn. Via bepaalde vormen in de schedel (forensische frenologie) kon de ‘wetenschap’ destijds vaststellen of iemand crimineel was of niet.

Uiteraard werd de frenologie later naar het plankje van de pseudo-wetenschap verbannen. Een aantal decennia later was er die Oostenrijkse schilder annex kwaadaardige dictator die er ook bepaalde theorieën op nahield over de herkomst van criminaliteit. Met name zigeuners zouden bepaalde aangeboren criminele eigenschappen bezitten.

Mede door deze gitzwarte bladzijden uit de geschiedenis ligt het in verband brengen van criminaliteit met aangeboren genetische kenmerken gevoelig. Maar dit betekent natuurlijk niet dat het niet onderzocht kan worden. Nieuw onderzoek door Finse wetenschappers lijkt een verband aan te tonen tussen genetische variatie en crimineel gedrag.

De wetenschappers onderzochten negenhonderd Finse criminelen, allen veroordeeld  voor een zwaar geweldsdelict, en vonden een paar overeenkomsten. Zo hadden ze een gen dat minder van het enzym Monoamine Oxidase A produceert. Dit gen speelt een rol in de dopamine-huishouding. De neurotransmitter dopamine zorgt op zijn beurt voor een gevoel van beloning.

Dopamine wordt daardoor in verband gebracht met verslavingsgevoeligheid en ADHD. Deze twee kunnen factoren zijn voor het ontwikkelen van respectievelijk crimineel en ongeremd gedrag. Uiteraard hoeft iemand met deze genetische variaties geen crimineel gedrag te ontwikkelen in zijn of haar leven. Integendeel, slechts een heel klein deel gaat uiteindelijk het verkeerde pad op.

De afgelopen decennia zorgde het debat over de oorsprong van criminaliteit regelmatig voor verhitte discussies. Dit onderzoek draagt daar alleen maar aan bij. Waarschijnlijk stellen de wetenschappers daarom met nadruk dat het screenen naar de afwijkende genen geen methode kan worden voor het herkennen van een (potentiële) crimineel. Een veel grotere factor is volgens hen de ‘mentale capaciteit’: het vermogen om de consequenties van bepaalde acties te begrijpen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook