Peter Winnen en het laatste antwoord op de dood

Gisteren, tijdens het eten, kwam Peter Winnen plotseling voorbij in ‘Ode aan de doden’, een programma dat ik nog nooit had gezien. Mensen steken in dat programma een kaarsje op voor een overleden geliefde, en voor en na dat opsteken, vertellen ze hun verhaal van rouw.

De eerste keer dat ik Peter Winnen ontmoette, was precies een jaar geleden, op het Lezersfeest in de Bibliotheek van Rotterdam. Op de eerste verdieping van de bibliotheek presenteerde ik in een als huiskamer opgetuigd winkeltje een soort wielerliteratuurprogramma. Er stonden ouwe banken, er stond een racefiets en er was een tafel en achter die tafel zat ik achter een microfoon die alleen maar Heel Hard kon. De avond was georganiseerd door het wielertijdschrift Soigneur.
Ondanks dat er vele honderden mensen in de bibliotheek waren, wilde het in onze huiskamer maar niet druk worden.

De Grote Peter Winnen Quiz – Met Peter Winnen
Eerst interviewde ik Peter Ouwerkerk en Bert Wagendorp voor een handjevol belangstellenden: de Soigneur-redactie, onze gezamenlijke uitgever, de dochter van Bert en een vriend van mij, die vond dat het helemaal niet zo rustig was.
(Dat klopte: in de pauze gingen we in een belendende zaal, vol zitkussens, kijken naar een gemeenschappelijke vriend, een jonge schrijver wiens tweede boek jubelend onthaald was. Daar zaten vijf mensen – en dan telden we onszelf mee).
Weer later interviewde ik Bas Steman over zijn roman De aankomst. We moesten ons best doen om het verwachtingsvolle geroezemoes van het publiek een verdieping onder ons te overstemmen.
Als ik die avond een ding geleerd heb, is het dat Rotterdammers liever een lezing van Bart Chabot zien dan naar een wieleravond in een net-echte huiskamer.
Het laatste programmaonderdeel van de wieleravond betrof De Grote Peter Winnen Quiz – met Peter Winnen. Peter Winnen had zojuist in de grote zaal – wel publiek – zijn beroemdste lied voorgedragen en schoof vrolijk aan.
Bij het omroepen van zijn naam, kwamen er plots overal mensen uit onvermoede hoeken. Ze vulden de huiskamer en omringden de meest belezen winnaar van een Touretappe ooit. Iedereen wilde hem zien, wilde hem horen spreken, wilde even met een held in dezelfde ruimte zijn.
Peter Winnen glunderde, dronk bier en verloor de quiz over zijn eigen leven. Kansloos.
Bij het drinken na afloop sprak hij me aan. Hij, een van de beste wielrenners die Nederland ooit voortbracht, schrijver van het op een na beste wielerboek ooit, sprak me aan en zei: ‘Ik geniet van je stukjes.’
Alsof Jonnie Boer met volle mond zegt dat je aardappels precies kruimig genoeg zijn.

Yvonne
Gister, op televisie, droeg Peter Winnen een polo met paarse strepen.
Het ging over Yvonne, Peters vrouw.
‘Een vrouw uit duizenden,’ mompelde hij.
Ze was op 4 december 2013 overleden. Een maand na die avond in Rotterdam.
Ze hing nog prominent aan de muur van de woonkamer. Een groot, glimmend portret van een lachend vrouwengezicht.
‘Dit vind ik een erg mooie foto,’ zei Peter Winnen en hij keek in de verte.
Het ging over een lied, een lied dat Peter Winnen voor Guus Meeuwis had moeten schrijven in de tijd dat Yvonne ziek werd.
Het lied kon alleen maar over haar gaan.
Peter Winnen zette de cd op waar het lied uiteindelijk op was verschenen.
Guus Meeuwis zong, en Peter Winnen zat op een poef bij de cd-speler, zo dicht mogelijk bij z’n eigen tekst, en bij z’n herinneringen.

“Waar je ook bent, ik ben er ook.”

Tot slot fietste Peter Winnen door een bos. Zwarte fietsbroek, een zwart Soigneur-shirt en erboven het witte haar dat niet grijs wordt, maar alleen matter van kleur.
Midden in het bos, op een stam, was iets wat op een klein altaartje leek.
Stokjes, steentjes.
Peter Winnen ging er met z’n handen doorheen. Langzaam. Teder.
Een houten bordje met ‘Yvonne’.

“Het laatste antwoord op de dood, is liefde.”