Schaatspret

Er waren schaatsers op tv.
Ja! Echt!
Ik zweer het, ik heb ze zelf gezien.

Op straat liepen de mensen zonder jas, zonder trui, ja, een enkeling zelfs zonder broek. Op terrasjes bestelden ze drankjes die bekend staan om hun verkoelende effect. Ik zag twee mensen aan een ijsje likken.
In de tram rook het naar zweet en alle toch al mooie meisjes droegen reusachtige zonnebrillen en werden zo plots nog veel mooier.

De winter leek nog even net zo ver weg als een hapering in een Frans Timmermans-speech en toch werd er zichtbaar geschaatst. Met alles erop en eraan: schaatsen, mutsen, nieuwe pakken, vrouwenstemmen die door merg en been snijden, onderdoor duiken in de bocht, Martin Hersman, lage 32-ers en meer van die koek-en-zopie-toestanden.
Als je oorlog en dierenleed en vreselijke ziektes en de bediening in de Nederlandse horeca voor het gemak even niet meetelt, deprimeert niets mij zo zeer als het begin van het schaatsseizoen.
Een lange, doffe winter strekt zich voor ons uit.

Winterdip
Oh, die winter…
De dood zeist je tuin aan gort, de treinen ruiken naar natte hond, je laat voor een ton aan wanten en sjaals en mutsen liggen, de verwarming wordt in alle openbare gelegenheden twee tanden te hoog gezet, zodat je vijf maanden lang je warme trui uit drijft en de straten vergeven zijn van die weeïge geur van verwarmingsbuizen.
In de kranten verschijnen droeve stukken over lawinedooien, bedrukte artikelen over de wetenschappelijke waarheid achter de winterdip, recepten voor kerstkransjes die smaken naar vergeefse moeite en – voor wie de strop dan nog niet heeft klaargehangen – jaarlijstjes met mensen die – geluk bij een ongeluk – het jaar vol goede moed begonnen maar de Oudejaarsconference niet meer gaan meemaken.
Racefietsen verdwijnen in schuren en garages, waar ze over een paar maanden verroest, verschimmeld en in gedeeltes uit zullen terugkeren. Voetballen raken lek, hardloopschoenen ook.
De sneeuw die valt, verandert nog dezelfde middag in van die grijze ijsplakkaten die bejaarden torpederen en je sleutels opeten. De regen die valt, wordt meestal voorafgegaan door regen die al gevallen is en gevolgd door regen die nog gaat vallen.
Zo halverwege de droefenis, op het toppunt van alle ellende, gaan de mensen het plots heel gezellig maken met rijmschema’s en versierde sparren en zingen en je misselijk eten met verre familie en strijkers aan katten binden en goedbedoelde voornemens, met als enige zichtbare gevolg dat de maanden erna naar verhouding nog duizendmaal droever ogen dan ze toch al zijn.

Ireen Overslaan
Dat jaargetijde werd gistermiddag ingeluid door een clubje blozende fanatiekelingen onder leiding van de fanatiekste blozer van allemaal, Sven Kramer. Met Sven en Bob en Jorrit en Ireen begint de winter, ieder jaar weer.
Het experiment om Sven en Bob en Jorrit en Ireen over te slaan en ineens verder te gaan met de voorjaarsklassiekers, gewoon om te kijken of de winter erin trapt; is daar misschien animo voor?