Jeroen Verhoeven en het verrukkelijke van de blunder

De wedstrijd FC Utrecht – Vitesse was gistermiddag nauwelijks tien minuten op streek toen Utrecht-keeper Jeroen Verhoeven de bal aangespeeld kreeg van een verdediger.
Er was geen tegenstander in de buurt – alleen Davy Pröpper, die geen aanstalten tot wat dan ook maakte. De zon scheen, de supporters slurpten tevreden van hun koffie, RTL bestond 25 jaar; het leven toonde zich even van z’n beste kant.

En toen maakte Jeroen Verhoeven een blunder.

Man van roomijs
(Zoals zoveel anderen beschouw ook ik Jeroen Verhoeven als een van de beste dingen die het Nederlandse keepersgilde de laatste vijftien jaar is overkomen. Of misschien ben ik de enige die dat vindt, dat kan ook. Hij is hoe dan ook de enige reservekeeper die ik ken over wie meer spreekkoren in omloop zijn dan over de topscorer van de Eredivisie. Als Edwin van der Sar de man van ijs was, en Ed de Goey de man van rubber en Kenneth Vermeer de man van elastiek, dan is Jeroen Verhoeven de man van roomijs. Zijn gestalte is niet zozeer fors als wel mooi rond, het heeft iets smakelijks om Jeroen Verhoeven te zien keepen, je zou willen dat je zo gracieus rond kon worden als hij. Bovendien, heb ik wel eens gehoord, heeft Jeroen Verhoeven een heel laag vetpercentage. Veel mensen met een laag vetpercentage hebben iets belerends in hun gestalte, hun magere, lange ledematen wijzen je voortdurend op je eigen gebrek aan discipline. Het postuur van Jeroen Verhoeven houdt de hoop levend dat iedereen – groot of klein, dik of dun, keeper of spits – een laag vetpercentage kan hebben. Hangt er trouwens ook helemaal vanaf hoe je meet.
Jeroen Verhoeven keepte bij BFC uit Bussum, toen ik er in de E-tjes speelde. Na mijn eerste jaar BFC vertrok Jeroen naar Ajax – dat is inmiddels zo’n twintig jaar geleden. Het zou ver gaan om te zeggen dat ik mede zijn loopbaan heb gelanceerd, maar geheel onzinnig is zo’n claim vermoedelijk ook niet. Geen dank, Jeroen.
Maar terug naar de blunder).

Het slechtste in onszelf
Blunders zijn heerlijke dingen voor iedereen die ze niet maakt. Een bal door de benen, een trap in het luchtledige, een scheidsrechter die niet ziet hoe een speler de bal klemvast pakt en vervolgens naar een medespeler gooit; het is allemaal even komisch.
Blunders doen het in de sport sowieso goed. Een steeplechaseloper die languit gaat in de waterbak, een turner die gespreid op het paard terechtkomt, een hockeyer die z’n stick in het doel pusht terwijl de bal blijft liggen; wij lachen wel. Maar er gaat toch niets boven de blunder van een voetbalkeeper, bij wie ieder klein foutje al fataal is en bij wie elke bal tussen de benen niet alleen zichzelf, maar ook z’n elftal, z’n club en tienduizenden supporters in het ongeluk stort (al zal iedereen er eerst even hartelijk om schateren).

De blunder appelleert aan het slechtste in onszelf. Het vermakelijkste vermaak is leedvermaak en het vermakelijkste leedvermaak is de keeper die over een terugspeelbal heen trapt. (Ook goed: een scheidsrechter die struikelt. Gisteren, tijdens Willem II – Cambuur, werd de scheidsrechter omver gelopen. De lach van de commentator was hard en gemeend en was afkomstig van een duistere plek in z’n binnenste, een plek die beschaafde mensen normaal gesproken altijd luchtdicht hebben gesloten, als een tupperwarebakje rottigheid, tot er opeens een scheidsrechter onderuit gaat, of een premier uitglijdt op een skateboard).
Het valt me niet zwaar om hier weer te verwijzen naar de beste blunder die ik ken: het bijna-doelpunt van Emile Schelvis. Let ditmaal – u heeft het filmpje ongetwijfeld al eens gezien – speciaal op de reactie van Emile’s teamgenoten, z’n ‘vrienden’. Zijn vernedering schenkt hen plezier, zijn afgang is hun geluk.
Dat is het wezen van de blunder: we lachen niet om de fout zelf, en ook niet om de gevolgen. We lachen om onszelf, om het kwaad dat in ons zit en er heel even uit mag, een gevangene die een halfuurtje mag luchten op de binnenplaats van het geweten.

Blunder
Jeroen Verhoeven noemde zijn blunder een voetballende fout.
Dat klonk een stuk minder lekker dan ‘blunder’.
Voor de zekerheid heb ik de 0-1 van Vitesse nog eens teruggekeken.
Weer moest ik hardop lachen, op een kwaadaardige manier – ik schrok er zelf van.
Duidelijk een blunder dus.