Ophef: hoe de oliebol de Zwarte Piet krijgt toegespeeld

Het zijn barre tijden. De discussie over het al dan niet racistische karakter een kinderfeest brengt een waar schisma in de maatschappij teweeg, nu is er een nieuwe zondebok opgestaan: de oliebol. In een recensie van Het Parool wordt de oer-Hollandse oliebollenkraam tot de grond toe afgebrand. Vooral de lelijkheid van de kramen zou een doorn in het oog van hip(ster) Amsterdam zijn.

Een hevige oliebollenbonje laaide op als ware het spetterend frituurvet. Conservatief en progressief Nederland vliegen elkaar wederom in de haren over een cultureel fenomeen dat voorheen nooit voor reuring zorgde. De oliebol – voor sommigen een geliefde snack, voor anderen een laatste redmiddel voor wie op nieuwjaarsochtend niets meer in huis heeft – was er gewoon altijd.

De suggestie van de schrijfster, om de kramen te vervangen door ‘veganistische cupcakes’ of ‘soepcaravans’, worden door conservatieve oliebollenbijters met hoongelach ontvangen. Want de oliebol, in al zijn vettigheid, past precies binnen het straatje van de Nederlandse straatcuisine. Vraag een Duitser die een dagje in Venlo komt winkelen wat hij eet, en het antwoord zal zijn: Pommes mit Mayo. Voor menig toerist die op Amsterdam Centraal aankomt zijn de vensters van de FEBO een van de eerste dingen die ze zien (en die ze bijblijft).

Behoud dus het ongezonde Nederlandse straatvoedsel, lijkt de boodschap van conservatief Nederland, want dat is traditie. Progressief Nederland wil het volk juist verheffen door het tegen kwalijk voedsel en racisme te beschermen.

Hoe deze discussie te beslechten? Er is één gerecht dat een potentiële uitkomst biedt om beide partijen tot elkaar te brengen: de kapsalon. Koning van de Nederlandse calorieëncuisine én wetenschappelijk erkend als de multiculti-integratiemaaltijd. Daar kan geen oliebol of veganistische cupcake tegenop.