Nederland voldoet aan Kyoto-doelstellingen. Maar vraag niet hoe

Negen EU-landen blijken hun doelstellingen in het kader van het internationaal klimaatverdrag niet op eigen kracht te kunnen bereiken. In plaats daarvan trekken zij de beurs en tellen in totaal € 2,5 miljard neer voor emissie-reductie credits van andere landen. Waaronder Nederland.

Het Kyoto-protocol uit 1997 stelt bindende doelen voor 37 geïndustrialiseerde landen, die in de periode 2008-2012 gerealiseerd dienden te worden. Het Europees Milieuagentschap (EMA) onderzocht onlangs de resultaten. Hoewel EMA verwachtte dat de overgrote meerderheid van de landen de doelen bereikt zou hebben, blijkt nu dat sommige landen moeten betalen voor het bereiken van hun doelstelling. Dit staat in een op 28 oktober uitgekomen rapportage van het Europees Milieuagentschap. In het rapport is te lezen dat van de 33 onderzochte landen er 30 specifieke Kyoto-doelstellingen kenden. Hiervan hebben er negen -waaronder Nederland- CO2 emissiereductie credits gekocht van andere landen, omdat ze anders niet aan hun verplichtingen zouden voldoen.

Als een land niet in staat is een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te bereiken door het verbeteren van de efficiëntie van het energiegebruik of het verhogen van het aandeel van energiebronnen die deze gassen niet uitstoten, bestaat de mogelijkheid de verplichting af te kopen. Een land kan credits kopen van andere landen die hun doelstellingen ruimschoots bereikt hebben. Volgens het EMA-rapport liggen de aankopende landen in West-Europa. EMA stelt dat 12 Europese landen bevestigd hebben dat ze financiële middelen voor in totaal € 2,5 miljard hebben gereserveerd voor de aankoop van zogenaamde carbon credits. Het exacte bedrag is nog onduidelijk, omdat dit afhankelijk is van een laatste definitieve toets door EMA. Deze zal vaststellen in welke mate de doelen over 2008-2012 daadwerkelijk gerealiseerd zijn. Naar verwachting wordt dit onderzoek pas 2016 afgerond.

De EU-landen die geld opzij gezet hebben zijn Oostenrijk, België, Denemarken, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal en Spanje. Daarnaast ook de niet-EU-leden Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Naar alle waarschijnlijkheid zullen Ierland en Portugal ondanks de financiële reservering hun Kyoto-doelen wel behalen. De meeste Oost-Europese landen blijken hun doelen op het gebied van de reductie van broeikasgassen makkelijk te behalen. Oorzaak hiervoor is vooral de sluiting van vele grote vervuilende energiecentrales en fabrieken.

De grootste financiële bijdrage komt uit Oostenrijk, dat naar verwachting € 611 miljoen zal besteden. Nederland komt op een tweede plek en is van plan € 446 miljoen te spenderen. De nummer drie, Spanje, trekt er € 400 miljoen voor uit. Ondanks dat veel landen zich uit de Kyoto-afspraken moesten kopen, kwamen EU-leiders vlak voor het uitkomen van het EMA rapport overeen dat tot 2030 een verdere reductie van CO2 uitstoot van 40% gerealiseerd dient te worden.