En toen pas is Youri Mulder door die stoel gezakt!

Om zijn voordrachtsavond te kunnen houden had de declamator een gros houten vouwstoeltjes gehuurd die een kwartier voor aanvang als een kudde eigenzinnige bokjes bijeen gedreven stonden. Dat ze hard zaten, vond ik niet zo erg. Kunst eist nu eenmaal een worsteling des geestes en dan mag het lichaam niet achterblijven.

Zondag won FC Twente met 0-4 van Dordrecht. Ik had de wedstrijd gemist wegens prangende verplichtingen elders, dus ging ik de volgende ochtend op de website van de NOS op zoek naar beelden.

Zo was het dat ik terecht kwam bij het filmpje ‘Youri Mulder zakt opnieuw door stoel’.
Ik weet niet hoeveel het over mij zegt dat ik het filmpje zonder aarzelen aanklikte.
Het clipje duurt precies 32 seconden.

Veel dieper groef het bezwaar tegen de kwaliteit van de stoelen. Ik voor mij zakte er tenminste onmiddellijk doorheen en behaalde tussen de brokstukken op de vloer gezeten het gemakkelijkste succes van mijn leven, want iedereen brulde van het lachen eer ik een mond had opengedaan.

(Wat had ik in die 32 seconden nog meer kunnen doen? Het lijkt niet veel, 32 seconden. Wat is nu 32 seconden? In 32 seconden kun je geen kopje koffie zetten als de espressomachine niet is voorverwarmd – live voor u getest. 32 seconden is te kort om een krantenartikel te lezen, te weinig om aan je dagelijkse dertig minuten beweging te komen en de meeste goede Franse films duren ook langer dan 32 seconden.
Anderzijds: in 32 seconden kun je een gouden idee voor een app krijgen, je kunt de eerste, later in spelletjesshows nog vaak bevraagde eerste zin van je meeslepende debuutroman schrijven, een ton winnen, je been breken of een enkeltje Los Angeles boeken. Wat ik maar bedoel is: nooit de tijd onderschatten. Het leven is een aaneenschakeling van 32 seconden-sequenties – kies je internetfilmpjes met zorg).

De tien minuten die ons toen nog scheidden van de aanvang der voorstelling waren niet zonder spanning want iedere argeloos binnentredende bezoeker kon immers het volgende slachtoffer zijn. Nog twee personen van uiteenlopende zwaarte zagen wij ter aarde tuimelen, maar toen was het dan ook acht uur en scheurde het doek vaneen.

Op seconde 1 is Youri Mulder al door de stoel gezakt. De kijker ziet hoe hij het gesneuvelde meubelstuk als een trofee omhoog houdt, in een hoek legt en op een op een magische wijze verschenen nieuwe stoel plaatsneemt. Wat volgt is de onbedaarlijke, ietwat beschaamde nagiechel van de reus die per ongeluk een smurfendorp heeft vertrapt.

De voordrachtskunstenaar hief plechtig aan en kreeg de belangstelling van de zaal net beet toen de deur naast het podium openging voor een late bezoeker. Het bleek de dikste man te zijn die ik in mijn kleurig leven ooit heb gezien en hij bewoog zich langs het toneel naar het middenpad volgens het systeem waarmee bij verhuizingen staande klokken worden voortgekanteld.

Trainer Alfred Schreuder stond onbewogen naast de dug-out en tuurde naar het veld, waar zich toch onmogelijk een boeiender schouwspel kon afspelen dan schuin achter hem – want is er iets aangenamer dan iemand die niet gezondheidsbedreigend dik is, pijnloos door een stoel te zien gaan? Het leven is niet ingericht op leedvermaak, maar af en toe mogen we ons best eens laten gaan.

“Die gaat door de stoel”, dacht iedereen, het scheen een zekerheid. “Wie nooit gevallen is heeft geen besef wat ervoor nodig is om vast te staan”, declameerde de kunstenaar met grote toepasselijkheid, maar ook hij had er zijn kop niet bij.

Ooit, tijdens een verregende vakantie op een Duits bungalowpark, reden mijn ouders eens naar een bungalowpark verderop. Daar, op zo’n vijfhonderd kilometer van Gelsenkirchen, zouden de Vlaamse linksback van Schalke Nico van Kerckhoven en Youri Mulder handtekeningen uitdelen aan over het land uitgewaaierde Schalke 04-fans.
Mulder was al zo lang geblesseerd dat enkele van de aanwezigen hem nooit bewust hadden kunnen zien voetballen.

Dat zag je aan zijn ogen die vol doodsangst de argeloos voortzwoegende Golem volgde. Dat deed trouwens iedereen, en toen de man eindelijk vlak naast mij zijn verzamelde gestalte op het stoeltje nederliet, was de stilte zo diep en volstrekt dat ook de declamator even de ogen sloot als voor een hels visioen. Maar er gebeurde niets. De stoel kreunde wel een beetje, maar bleef met onbegrijpelijk heroïsme op de been. Een gemompel van bewondering ging door de rijen. En ook de stem van de declamator klonk opgewekt toen hij vervolgde: “Men vindt dit gebrek dikwijls en vooral bij mensen die niet gereisd of weinig beleefd hebben en…”

De handtekeningensessie vond plaats in een ruimte met kunstpalmen en een subtropische temperatuur. De geur van chloor beet zich in de kleren van alle aanwezigen vast.
Eerst werden er vragen gesteld die ik niet verstond, omdat ze in een soort stadiondialect werden gesteld.
Daarna mochten mensen met Nico van Kerckhoven en Youri Mulder op de foto.
Het viel mij (kind) op dat opvallend veel volwassenen dat wilden.
Mijn ouders stonden in een hoek van de ruimte te wachten tot het voorbij was.

De dreiging scheen voorbij. Ik zeg scheen, want toen wij net opnieuw waren ondergedompeld in Multatuli, liet de dikke man ten tweede male van zich horen. Hij zond namelijk opeens vier droge bijzonder gramstorige kuchjes de wereld in. Gehinderd keek ik hem even van terzijde aan en zag dat zijn enorm bolrond hoofd geheel purper was van een geweldige hoeveelheid in hem opgetaste geluiden die eruit wilden.

Met twee Schalke-postkaarten sloot ik achter aan in de rij van handtekeningenjagers.
Toen ik bij Youri Mulder was aanbeland, mompelde ik: ‘Groeten uit Bussum.’
Dat had mijn vader me ingefluisterd.
Wij woonden ‘een soort van’ in Bussum, en Youri kwam er vandaan en zijn ouders woonden er nog.
‘Kom je uit Bussum,’ vroeg Youri.
En met een omslachtigheid die me in m’n latere leven nog wel eens zuur zou opbreken begon ik hem uit te leggen dat ik eigenlijk uit Utrecht kwam, dat ik in Naarden woonde, maar op de grens met Bussum, en dat ik in Bussum naar school ging, en of hij de Zwarteweg kende, nou, daar in de buurt en of ik op de foto mocht.

Ik vreesde dat hij ter plaatse uiteen zou barsten als de zuster van Prikkebeen en stond maar vast op om hem de gelegenheid te geven de zaal te ontvluchten. Een hint die hij, tot mijn persoonlijke verlichting meteen opvolgde. Op het krakendste schoenwerk ooit door enig mens gedragen, begaf hij zich, rommelend van interne ontploffingen, opnieuw door het middenpad langs het toneel naar de uitgang.

‘Wil je op de foto?’ stal Youri Mulder mijn vraag.
Ik klom op het geïmproviseerde podiumpje, seinde naar mijn vader dat hij onmiddellijk in actie moest komen en ging tussen Youri Mulder en Nico van Kerckhoven staan.
‘Lachen,’ zei Youri Mulder streng.

Met zijn laatste krachten opende hij de deur en liet toen in het gangetje daar vlak achter alle blaffingen, schrapingen die in zijn gigantische borstkas waren opgestapeld, de vrije loop.

Nu ik die foto er vijftien jaar nadien nog eens bijneem, zie ik, van rechts naar links: een gespierde Belgische verdediger, een besmuikt lachende garnaal in een regenjack en een breed grijnzende, blonde eengezinswoning met een zwart T-shirt aan.
Ik pas op die foto ongeveer zes keer in Youri Mulder.
Daar dacht ik gedurende die 32 seconden die ik gisteren aan het filmpje ‘Youri Mulder zakt opnieuw door stoel’ besteedde.

Hij had het net zo goed op het toneel kunnen doen, want de hele zaal kromp ineen en begon kribbig te sssst’en. Maar dat hoorde de arme stakker niet en toen er geen enkel kuchje of humpje meer in hem huisde, heeft hij omdat hij nu toch eenmaal bezig was ook nog een paar minuten toeterend staan neussnuiten om vervolgens weer op zijn duivels schoeisel binnen te treden met een voldane gelaatsuitdrukking van iemand die een kwestie tot ieders genoegen had geregeld. “Mag ik nog even passeren”, fluisterde hij mij toe.

Aan het eind van het filmpje pakt Youri Mulder een andere, stevig ogende stoel en neemt voor de tweede keer in 32 seconden plaats.
Zijn enorme lijf schokt van de grinnikjes, die uit hem ontsnappen als de lucht uit een fietspomp. Als hij ziet hoe de camera op hem gericht staat, moet hij nog harder lachen.
Zijn lijf beweegt zich als een olietanker in een vijver.
Dan zijn de 32 seconden om.

En toen pas is hij door die stoel gezakt!

Bron: ‘Stoeltjes’. Uit: Simon Carmiggelt – Louter leugens. Amsterdam, 1951.