Geen beter zicht dan een pisbakgedicht

In het centrum van Enschede, net verscholen achter de Oude Markt ligt Het Bolwerk, een van de mooiste kroegen van Nederland. Alles klopt aan deze tent. Roodbruine tapijtjes op tafel, een degelijke Hollandse naam, de bediening, het gemêleerde publiek, kranten op tafel, de nootjes bij het bier, het knusse hoekpand. Een uitspanning die in de cultureel-historische canon van Nederland zo onder de ‘K’ van kroeg kan. Of onder de ‘B’ van ‘bruine kroeg’.

Iedere keer als ik in Enschede ben probeer ik even langs te wippen. Zo streek ik enkele weken geleden in de najaarszon neer op het bescheiden terras. De serveerster gaf met een zingend Twents accent de keuze tussen gewoon bier en twee soorten bokbier. Wel zo overzichtelijk. Het werd het ene bokbier, iets later gevolgd door het andere bokbier. Ondertussen bezondigde ik mij met mijn vriendin aan datgene waar de meeste terrasgangers zich aan bezondigen. Vergapen aan voorbijtrekkende soortgenoten. Het vergapen moest ik even staken als een oude kroegwijsheid zich aandient: wat erin gaat, moet er ook weer uit.

Eenmaal aangekomen op het toilet volgde een grote teleurstelling. De wc’s waren verbouwd. Sanitaire ruimtes hebben ongetwijfeld een beperkte levensduur. Geen probleem. Nee, de schok werd veroorzaakt doordat er heel ordinair reclame boven de pisbak hing. Per dag worden er tientallen, zo niet honderden reclames over ons uitgestort. Op tv, internet, radio en in de brievenbus. Treinstations, billboards, bussen, sportvelden en dus wc’s op kroegen. Overal reclame. In de meeste kroegen kijk je tijdens het pissen naar een of andere reclame voor een zomervakantie of condooms. Het Bolwerk was hierop lang een prettige uitzondering. Mannen keken tijdens het afwateren keek naar het onderstaande gedicht dat op een blikken bord vereeuwigd was.

Ieder zien vak

Doo’k achter in t Bolwerk
vuur n pisbak stun
en n moal opzied keek
skruk ik mi-j lam:

doar ha’j ne,
den wied en zied
bekeandn dichter!

Miegn kon e nich
Ikke wa,

Goaitsen van der Vliet

Over wie het gedicht ging weet ik niet eens. Mogelijk over de Twentse dichter Willem Wilmink die Het Bolwerk als stamcafé had. Hoe dan ook. Het gedicht is weg. Vervangen door reclame voor het aanstaande bokbierfestival. Weliswaar een evenement dat in de geest van de kroeg past, maar het blijft reclame. Niets zo charmant als een gedicht in streektaal aan de wand.

Ik vroeg aan de serveerster waar het mooie gedicht was gebleven. Met een lieve glimlach vertelde ze dat ze er pas “na de verbouwing van de wc’s was gaan werken”. Ze wist niet waar het stuk kroegcultuur was gebleven. Teleurgesteld droop ik af. Dat cafe’s mee moeten met hun tijd snap ik. Je komt er niet meer met bier en ballen gehakt. Een uitdijende bierkaart omarm ik. Dat er mensen boven hun tafeltapijtje biologische blueberry muffins eten kan ik ook verhapstukken. Maar lieve mensen van Het Bolwerk, mag alsjeblieft dat prachtige pisbakgedicht weer terug op de plek waar het hoort?