Verwende rotkinderen en andere schaduwkanten van Sint Maarten

Omdat ik niet, zoals vorig jaar, voor lul wilde staan voor een stel zingende kinderen die snoep van me verlangden dat ik niet had, had ik Sint Maarten dit jaar in mijn agenda gezet.

Mijn hospita/huisgenoot redde me destijds trouwens op het laatste moment. Terwijl de kindjes ‘daar komt Sint Martinus aan’ afraffelden, kwam zij de trap af met een schaal vol pepermuntjes en speculaasjes. Dat maakte het niet veel minder lullig. Pepermuntjes en speculaasjes zijn de vreselijkste dingen die je een kind kunt aandoen tijdens Sint Maarten (op mandarijntjes na).

Mijn hospita is op vakantie dus kwam het op mij aan. In het chocoladeschap van de Dirk lagen Marsen, Smarties, SNICKERS® repen*, Nutsen, Twixen, Brossen, KitKats (die kocht ik), Lions, Milky Ways en Bounty’s. Precies als 25 jaar geleden. Ook buiten de schijnwerpers bestaan er tradities die nooit veranderen.

Onderweg naar huis zag ik overal kinderen met lampionnen lopen. Ik hoorde flarden van de liedjes. De koeien hadden nog altijd staarten.

Eén ding was anders: bij elk groepje kinderen liep minstens een volwassene mee. Soms was de verhouding drie volwassenen op één kind. Daar moest ik als kind toch niet aan denken. Er is natuurlijk een verschil tussen een gemoedelijk dorp en de gevaarlijke grote stad, maar volgens mij gaat het vooral om het verschil tussen 1988 en 2014.

Bij de basisschool in het dorp waar ik opgroeide zijn ze momenteel rotondes en gescheiden fietspaden aan het aanleggen. De verkeerssituatie is te gevaarlijk geworden. De grap is dat het zo gevaarlijk is geworden doordat iedereen zijn kinderen met de auto naar school brengt, omdat ze bang zijn dat ze anders onder een auto komen, wat dus niet zou gebeuren als ze hun kinderen gewoon lieten fietsen.

Angst als slechte raadgever, ook dat is een traditie waar we voorlopig niet vanaf zijn.

TOELICHTING
Nu ik erover nadenk, ik zie vrijwel nooit groepjes jonge kinderen op straat zonder volwassenen erbij. Ik hing vroeger altijd zonder begeleiding op straat, al vanaf het moment dat ik kon lopen. Het is een wonder dat ik geen rapper ben geworden.

Wat het sterretje (de asterisk, de *) betreft: ik vroeg me ooit af wat het meervoud van Snickers was. Ik twijfelde tussen Snickersen en Snickers’. Ik stelde mijn vraag per mail. Twee dagen later kreeg ik antwoord van Iris van de consumentenservice.
‘Het is één SNICKERS® reep en twee SNICKERS® repen,’ schreef ze. Ze hoopte mij voldoende te hebben geïnformeerd en wenste mij namens SNICKERS® Nederland nog een fijne dag.

Het maakt niet uit of ik wel of geen snoep in huis heb, ik voel me sowieso ongemakkelijk als een groep kinderen voor mijn deur supervals een liedje staat te blèren. Misschien ben ik daar als muziekjournalist extra gevoelig voor. Ik weet nog dat ik het vanaf de andere kant, als zingend kind dus, ook gênant vond. Niet toen ik heel jong was, maar vanaf mijn achtste toch zeker. Daarom nam ik me voor om ieder kind ouder dan acht in de rede te vallen. Te zeggen: stop maar, jullie kunnen totaal niet zingen, we willen allebei dat dit snel achter de rug is, hier is je snoep en nu wegwezen. Het probleem is dat ik nooit in kan schatten hoe oud een kind is. Voor mij is alles wat loopt en nog geen borsten of baard heeft ‘ongeveer acht’.

Ik zag er dus behoorlijk tegenop, tegen dat hele Sint Maarten. Ook omdat ik me ineens bedacht dat die ouders van tegenwoordig een KitKat natuurlijk helemaal niet verantwoord vinden. Ik had naar de bio-winkel moeten gaan, voor tarwegraschocola met stukjes gojibes of quinoalolly’s met extra gluten.

Van de spanning at ik de halve zak KitKats leeg, wat het alleen nog maar erger maakte. Straks had ik te weinig snoep.

Uiteindelijk kwam er helemaal niemand. Ze herinnerden zich die zuinige pepermuntjes van vorig jaar natuurlijk nog. Verwende rotkinderen.

Dit was een aflevering in de reeks ‘5 minuten’, waarin Klaas Knooihuizen in vijf minuten verhaalt wat hem op- of invalt. Daarna reflecteert hij (zonder tijdslimiet) op wat hij heeft opgeschreven.