Hoe kunnen roofdieren van mijlenver het bloed van hun prooi ruiken?

Een enkele geurcomponent in bloed zorgt ervoor dat roofdieren door het goedje worden aangetrokken.

Voor heel wat roofdieren is het vermogen om bloed te ruiken een kwestie van leven en dood. Zoöloog Matthias Laska van de Universiteit van Linköping (Zweden) wilde weten welke chemische bestanddelen in bloed ervoor zorgen dat de dieren het goedje soms van mijlenver ruiken.

Allereerst riepen Laska en zijn collega’s de hulp in van een aantal geurexperts. Volgens hen is de typische metalige geur de opvallendste geurcomponent van bloed. Die component wordt opgewekt door een aldehyde – een soort chemische verbinding – genaamd trans-4,5-epoxy-(E)-2-decenal.

Vervolgens doordrenkten Laska en co een aantal houten balkjes met vier verschillende vloeistoffen: paardenbloed, fruitextracten, een geurloze stof en een labstaaltje van het bewuste aldehyde.

Wilde tijgers
Vier wilde diersoorten – de Aziatische wilde hond, de Afrikaanse wilde hond, de boshond en de Siberische tijger – werden gedurende een bepaalde periode dagelijks aan een van de vier geuren blootgesteld. De resultaten van dat veldonderzoek waren frappant: de houtsblokken met het aldehyde waren even aantrekkelijk voor de roofdieren als het eigenlijke bloed. Vooral de tijger was niet weg te slaan bij het aldehyde. De twee controlestoffen vielen – letterlijk – een stuk minder in de smaak.

Volgens onderzoeker Laska is het opvallend dat een enkele geurcomponent even aantrekkelijk kan zijn als de volledige samengestelde vloeistof.

De onderzoeksresultaten, gepubliceerd in het vakblad PLOS ONE, kunnen onder meer voor dierenparken erg nuttig zijn. Door slim gebruik te maken van de aantrekkingskracht van het stimulerende aldehyde kunnen parkwachters ervoor zorgen dat hun dieren actief blijven.