Langste wave

Dit is een ontboezeming.

Ik ben gek op waves. Lange waves, korte waves, waves met een hapering, stille waves, luide waves, canonwaves, halve waves en stukjes wave.

De wave is de reden dat ik van voetbal houd. Dat ik van het leven houd.
Als ik zie hoe in een groot stadion de een na de ander opstaat, z’n handen in de lucht gooit en weer gaat zitten, ronde na ronde, dan schiet ik dus vol. Ik trek dat niet.
Alles kan ik verdragen: het verliezen van Mexico, in schoonheid stervende kansen, een korte corner kan ik met droge ogen verprutst zien worden, daar ben ik werkelijk hard in. Maar een verse wave, net op gang, een beetje aarzelend nog, in een vol stadion; nee.

Het starten van een wave
Voor mensen die een wave weten op te starten heb ik een aan idolate bewondering grenzend respect. Het is een van de moeilijkste dingen die er zijn. Als ik eens in een voetbalstadion kom, probeer ik met alles wat ik heb een wave te starten. Ik stoot mensen aan, roep heel hard ‘WAVE!’ en gooi mijn handen in de lucht.
De respons die ik op dat soort initiatieven krijg, is erg wisselend.
Sommige supporters kijken de andere kant op, anderen dreigen me in elkaar te slaan. Dat komt: zo’n wave roept allerlei soorten oergevoelens op. Je zou de wave kunnen beschouwen als een letterlijke overgave. De persoon in kwestie staat op, gooit zijn handen in de lucht en zegt daarmee in feite: ‘Hier ben ik! Ik geef mij over! Dit is mijn wezen, schiet maar!’
Dat is een stukje kwetsbaarheid tonen waar niet iedereen even goed mee kan omgaan, en daarom is het ook zo ingewikkeld om zo’n wave van de grond te krijgen – letterlijk! (Want dat vind ik ook zo verdomd ontroerend, van waves, dat je altijd weer bij 0 begint. Of je nu al aan duizend waves hebt meegedaan of je doet voor het eerst mee: op het moment dat je allemaal op zo’n kuipstoeltje zit te wachten, is iedereen beginner en moet iedereen zich weer laten zien alsof het de eerste keer is. Qua spanning en dat stukje kwetsbaarheid is iedere wave een ontmaagding, een huwelijksnacht en een debuut in Oranje).

Imagoprobleem
Het gekke is: ik merk om me heen dat de wave met een enorm imagoprobleem kampt. Als ik vrienden en bekenden vertel dat ik graag wave (vind ik fijn, als het werkwoord en het zelfstandig naamwoord hetzelfde zijn), stuit ik nog regelmatig op een stukje onbegrip. Het is zelfs zo erg dat ik tegen mensen die ik nu ontmoet, niet de volledige waarheid over mijn liefhebberij vertel. Ik vroeg eens aan een kennis (die niet wist dat ik het liefst van al wave) wat hij van het fenomeen wave vond. Hij zei: ‘Ik heb meer respect voor mensen die iedere donderdagavond in groepsverband hamsters tegen de muur gooien dan voor lieden die meedoen aan een wave.’
Wat hij bedoelde was: ik ben niet onverdeeld enthousiast over het fenomeen wave.
Mijn vriendin weet er natuurlijk wel van, zoiets hou je niet voor elkaar verborgen. Ik weet nog goed hoe ze het ontdekte, die keer dat we samen op de bank naar The Office zaten te kijken en ik plots de aandrang om op te staan, mijn handen in de hoogte te zwaaien en HEEEUUUUU te roepen niet meer kon weerstaan.
We hebben er toen een goed gesprek over gehad, de relatie is wat gebutst, maar hij rijdt nog en nu wave ik op gezette tijden. Op maandagen en woensdagen, in een lege sporthal – in de zaal naast me is op die dagen het hamsterwerpen in volle gang.

Langste wave
Gisteren was ik te gast op een schitterende wieleravond in Oss, dat er veel lieflijker uitzag dan ik had gevreesd.
Toen ik ’s nachts terugkeerde in Utrecht – ook erg lieflijk in de mist – keek ik naar een droef makende samenvatting van Nederland – Mexico. Daarna zocht ik op internet naar reacties, tot ik bleef haken aan het volgende zinnetje: ‘Voorafgaand aan het duel had het publiek wel reden tot juichen. Het wereldrecord ‘langste wave’ werd namelijk verbroken.’
Het was hartstikke laat, de kroegen waren dicht, zelfs de nachtvlinders waren in rust en mijn vriendin zei dat ze al sliep. Toch kon ik me niet bedwingen: ik stond op, reikte met mijn armen naar de hemel en riep heel hard HEEEEEUUUUUUUU!