Vijftig jaar na zijn debuut blijft de vraag: bestaat Johan Cruijff wel echt?

Je kunt je nauwelijks voorstellen dat er een tijd was, dat Johan Cruijff er dus nog niet was. Maar die tijd is dus een tijd wie dus inmiddels heel lang geleden is. Dus steeds minder mensen kunnen zich in wezen voorstellen hoe de tijd was die zonder Johan Cruijff was. Je weet: die tijd is er geweest, maar als je ‘m niet hebt meegemaakt, dan weet je niet hoe dat moet zijn, da’s een gegeven.

Op 15 november 1964 speelt Ajax een uitwedstrijd tegen GVAV.
Cruijff speelt die wedstrijd met nummer 8.

15 november 1964. Toch?
De beelden zijn korrelig, ik heb ze eindeloos bekeken, bestudeerd als een archeoloog die drie jaar bezig is met het afstoffen van een prehistorisch koffiekopje, dat bij nader inzien toch gewoon een stukje steen is.
Wat opvalt aan die beelden: de desolate verlatenheid, de tribunes die als de randen van een reusachtige betonnen badkuip oprijzen rond het veld. De reclame voor Nuts, achter het doel van de keeper van GVAV.
Een keer schiet Cruijff op de paal. Een droge schuiver vanaf de rand van het strafschopgebied. En daarna nog een schot, dat op Oscar Moens-achtige wijze door de Groningse doelman uit de hoek wordt gegraaid.
Ik ken die beelden uit m’n hoofd. Sommige beelden verliezen hun geheimzinnige werking als je ze te vaak hebt gezien, hun belang slijt met iedere keer dat ze weer ergens worden vertoond. Het Cruijff-debuutfilmpje hoort tot een andere categorie: hoe vaak je het ook bekijkt, het wordt iedere keer een beetje meer bijzonder. Je kijkt ernaar als iemand die weet dat hierna niets meer hetzelfde zou zijn. Je hebt Neil Armstrong op de maan, Kennedy in Dallas, Ivo Niehe vanuit het Mogador-theater in Parijs en Cruijff in het Oosterpark.
Tenminste, dat dacht ik.

Nu blijkt dat er van dat debuut van Cruijff, op die 15e november 1964, geen beelden bewaard zijn gebleven. Het filmpje dat in mijn hoofd altijd werd vertoond als ik aan Cruijffs debuut dacht – toch al gauw zo’n tweemaal per week – blijkt een volstrekt andere wedstrijd te behelzen: een jeugdwedstrijd van twee maanden eerder, toevallig ook tussen Ajax en GVAV en toevallig ook met Cruijff in de ploeg.
Kwam ik gisteravond pas achter.
Achteraf zeg ik: ja, die verlaten tribunes, dat is natuurlijk De Meer. Maar ja, achteraf is het mooi wonen.

Franz Beckenbauer-genootschap
Hoeveel jeugdherinneringen heb ik wel niet opgehangen aan dat filmpje van Cruijffs debuut? Hoe vaak heb ik niet gedacht: ik voetbal voor meer toeschouwers dan Cruijff toen hij z’n eerste wedstrijd speelde. Ik heb zelfs wel eens gedroomd dat ik ook in het veld stond, die 15e november in het Oosterpark. Bij nader inzien heb ik dus gewoon van een jeugdwedstrijd van dertig jaar eerder gedroomd. Dat heeft iets zieks.

Met het jubileum van Cruijffs debuut wint de existentiële twijfel terrein in mij: waar zijn de beelden van die wedstrijd naartoe? Gewist door de CIA, vernietigd door de Illuminati of mensen van het Franz Beckenbauer-genootschap, of heeft een slaperige NOS-medewerker er gewoon een oude aflevering van Zo Is Het Toevallig Ook Nog Eens Een Keer over opgenomen?
Is dat doelpunt tegen GVAV wel daadwerkelijk gemaakt? Bestaat Johan Cruijff wel echt?

En wie ben ik eigenlijk?