Love At First Kiss en een leven zonder televisie

Voor iemand die midden in het leven staat, kijk ik opmerkelijk weinig televisie. Je kunt je afvragen of iemand die zo weinig televisie kijkt als ik wel werkelijk midden in het leven kan staan, maar dat moet je niet doen. Er is zoveel meer om je af te vragen.

Bij een vriendin thuis kijk ik weleens naar De Wereld Draait Door. Dat vinden we allebei vreselijk. Omdat het er zo gezellig is vooral. Doe eens normaal, denk ik dan. We schelden samen heel hard tegen de televisie (alsof dat wel normaal is) en daarna voelen we ons zen en mindfull. Ik denk dat veel mensen om die reden naar voetbalwedstrijden gaan. Elke week vloeken op Fortuna Sittard, dat moet ontzettend opluchten.

Thuis heb ik geen televisie, vandaar dat ik er zo weinig naar kijk. Ik heb overigens wel een televisie (ik lieg de boel bij elkaar) maar die doet het niet (daar heb ik me mooi uit geluld). Onlangs kwam ik erachter dat je online televisie kunt kijken. Uitzending Gemist kende ik natuurlijk, maar het kan ook live. Dan maak je mee wat een miljoen andere mensen op datzelfde moment ook meemaken. Dat heeft iets magisch.

Daarom, en uit verveling, keek ik een programma op BNN. Het heette Love at First Kiss. Omdat ik zo weinig televisie kijk (dat had ik al gezegd) weet ik niet zeker of dit tegenwoordig de standaard is. Ik hoop het niet. Het was echt ontzettend stom, zo stom dat ik weiger om een betere omschrijving te bedenken dan ‘stom’.

Het idee was dat mensen die elkaar niet kenden met elkaar gingen tongzoenen. Als de kandidaten de kus leuk vonden, dan mochten ze daarna twee minuten met elkaar praten, en als ze dat ook leuk vonden dan mochten ze met elkaar op date. Eigenlijk net als in het echt, maar dan in een andere volgorde.

TOELICHTING
Ik wilde uitleggen wat er zo stom was aan Love at First Kiss, maar ik liet me verleiden allerlei zijpaadjes in te slaan. Zo gaat dat soms in deze rubriek. Misschien is dat maar beter ook.

Love at First Kiss was een opeenstapeling van ongemakkelijke momenten. ‘Awkward’ in BNN-taal. Waarschijnlijk was dat precies de bedoeling. Wat dat betreft was het dus een heel geslaagde show.

Ergens halverwege viel ik van mijn stoel. Dat wil zeggen, ik liet me vallen, maar ik had niet het gevoel dat ik er enige invloed op kon uitoefenen. Dat zegt misschien ook wel iets over mij – wie valt er nou van zijn stoel? – maar geloof me, ik was al dertig jaar niet meer van een stoel gevallen, dus volgens mij zegt het meer over dat programma.

Een jongen recenseerde zijn zoen als volgt: “Het duurde niet superlang, maar dat kwam misschien ook omdat ik er zelf mee stopte.”
Iemand anders zei: “Hij zit op een ander niveau dan mij.”

Het raarste was dit gesprek:
“Ik heb een zoontje.”
“O leuk. Is het een jongen of een meisje?”

(Het was een jongen)

Misschien gaan mensen vanwege de ongemakkelijkheid na zo’n tongzoen automatisch rare dingen zeggen, maar volgens mij had BNN gewoon deelnemers geselecteerd die hoe dan ook rare dingen zeggen. Waarschijnlijk kijk ik daarom zo weinig televisie, omdat het toch allemaal nep is.

Je zou denken dat ik tijd overhoud. Dat is niet zo. Ik zit nog steeds hele avonden te ver-zappen. Van Twitter naar Facebook naar Gmail terug naar Twitter, en nergens gebeurt iets. Je leest weleens dat internet alles heeft veranderd. Om eerlijk te zijn merk ik weinig verschil.

Dit was een aflevering in de reeks ‘5 minuten’, waarin Klaas Knooihuizen in vijf minuten verhaalt wat hem op- of invalt. Daarna reflecteert hij (zonder tijdslimiet) op wat hij heeft opgeschreven.