De Filippijnse wonderspits die voor Franco vocht

Op 25 februari 1912 speelt Barcelona een thuiswedstrijd in het Kampioenschap van Catalonië. Tegenstander die middag is Catala CS.
Een van de spelers aan de kant van de thuisploeg is twee turven hoog, en donkerder dan zijn medespelers. Deze wedstrijd is zijn debuut in het eerste.
Barcelona wint met 9-0, het donkere jongetje maakt de eerste drie doelpunten.
Paulino Alcantara is dan vijftien jaar.

Op de valreep van de negentiende eeuw werd Paulino Alcantara geboren op de Filippijnen, waar zijn vader Eduardo als soldaat diende in het Spaanse leger, dat met de Verenigde Staten streed om de zeggenschap in het gebied.

Tijdens een van zijn schaarse vrije momenten was Eduardo de inheemse Victoria tegengekomen. Ze waren verliefd geworden.
Drie jaar na de geboorte van Paulino werd de sfeer op de Filippijnen in hoog tempo vijandiger, en Eduardo besloot met zijn jonge gezin in te schepen en naar Spanje terug te keren.
In datzelfde jaar besloot in een café in Barcelona de Zwitser Hans Kamper de voetbalclub FC Barcelona op te richten.
De familie Alcantara ging in Barcelona wonen, en zo groeide Paulino op in een stad waar het voetbal in hoog tempo voet aan de grond kreeg. In de weekends speelde hij voor FC Galeno, maar lang duurde het niet voordat Hans Kamper (die intussen door het leven ging als Joan Gamper) hem vroeg om voor zijn club te komen voetballen.

De Netbreker
Met dank aan Paulino Alcantara won FC Barcelona tussen 1913 en 1916 twee Catalaanse kampioenschappen en een Spaanse beker. Nog niet eens volwassen was hij een lokale beroemdheid: zijn doelpunten werden uitvoerig besproken in de kranten, zijn spel werd bezongen door eenieder die het weleens in werkelijkheid had aanschouwd, en zijn ongeëvenaarde talent leek voor de club een garantiebewijs voor een jarenlange bloeiperiode.
Toen Paulino Alcantara negentien was, leek het plots gedaan met al die beloftes.
In de Filippijnen leek het geweld definitief voorbij, en Paulino’s ouders besloten terug te keren naar het vaderland van zijn moeder.
En hij, Paulino Alcantara, moest mee.
Aan de andere kant van de wereld verdeelde Barcelona’s topscorer zijn tijd tussen een studie medicijnen en voetballen voor het plaatselijke Bohemians en het nationale team, dat in 1917 onder zijn leiding Japan met 2-15 versloeg.
Ondanks alle succes was hij niet gelukkig: Paulino miste Barcelona, als een oude geliefde. Het gemis werd almaar heviger, maar Eduardo en Victoria weigerden hun zoon voor de tweede keer zijn geboortegrond te laten verlaten.
Verdriet laat zich niet leiden door ge- of verbod: het duurde niet lang voor het gemis zich van binnenuit een weg naar buiten had gevreten en Paulino ziek werd.
Malaria, constateerden de doktoren en ze schreven hem pillen voor. Maar Paulino Alcantara wist beter: dit was heimwee in zijn hevigste vorm.
Pas toen hij weigerde zijn pillen te nemen zolang hij niet naar Spanje mocht, gingen zijn ouders overstag en kon Paulino genezen.

Met de terugkeer van de superspits bouwde FC Barcelona aan wat je nu het eerste Dream Team zou kunnen noemen: van 1918 tot 1927 werd de club praktisch ieder jaar Catalaans kampioen en deed ze er ook nog eens vier Spaanse bekers bij.
En elke week voegde Paulino Alcantara weer nieuwe goals aan zijn almaar uitdijende doelpuntenoeuvre toe. Zijn bekendste ging de annalen in als de Politiegoal: in een wedstrijd tegen Real Sociedad vuurde Alcantara weer eens een van zijn gevreesde kanonskogels af. De bal was op weg naar de hoek van het doel, maar in de baan van het schot dook plotseling een politieagent op.
De bal vloog met agent en al in het doel.
Een paar jaar later zou Paulino officieel de bijnaam El Rompe Redes (De Netbreker) krijgen. Dat gebeurde op 30 april 1922, na een interland tussen Spanje en Frankrijk, waar hij de bal zo hard in het doel ramde dat het net gewoon van paal en lat scheurde.

Na 369 doelpunten voor Barcelona vond Paulino Alcantara het eind jaren twintig wel welletjes geweest: hij was inmiddels afgestudeerd uroloog en opende zijn eigen praktijk in het centrum van Barcelona.

Franco en Mussolini
Enkele jaren later, na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog, voelde de voetbalster van weleer zich geroepen om als medisch officier dienst te nemen in het leger van generaal Franco. Het leger van Madrid dus. Hij maakte deel uit van de Zwarte Pijl-brigade, een vrijwillig eskadron van fascisten dat ooit was opgericht door Benito Mussolini.
Op 26 januari 1939 trok Paulino Alcantara aan de zijde van generaal Yague (bijnaam: De slager van Badajoz, omdat hij verantwoordelijk zou zijn geweest voor het doden van duizenden burgers in Badajoz) de stad binnen waarvoor hij 369 keer had raak geschoten.
Als dank voor zijn werk voor de goede zaak benoemde Franco Paulino Alcantara na de Burgeroorlog tot bondscoach van het Spaanse elftal…
Bij zijn dood, jaren later, verenigde hij Catalanen en Madrilenen in rouw om een topspits en een vermetele patriot.

PS
Op 16 maart 2014, in de wedstrijd FC Barcelona-Osasuna, sneuvelt na 77 jaar het doelpuntenrecord van Paulino Alcantara. Vanaf die dag is er geen aanwijsbare reden meer om hem te onthouden.
Met dank aan Lionel Messi.