Darmflora beïnvloedt ontwikkeling babybrein

Het microbioom van de moeder speelt een rol bij de ontwikkeling van de bloedbreinbarrière van de foetus. Dat is althans zo bij muizen.

Neem een hoop vrouwelijke proefmuizen. Verdeel ze in twee groepen. De ene groep maak en hou je ‘bacterievrij’, de andere groep laat je (voorlopig) met rust. Vervolgens zorg je ervoor dat alle muizen zwanger raken en kijk je of er een verschil is in de ontwikkeling van de embryo’s. Zo onderzochten Viorica Braniste (Karolinska Instituut, Kopenhagen) en haar collega’s de invloed van het microbioom op zich ontwikkelend nageslacht.

En een verschil is er wel degelijk, stelden de onderzoekers vast. Ze injecteerden alle moedermuizen met gelabelde antilichamen – die normaal gezien te groot zijn om door de bloedbreinbarrière te komen. De bloedbreinbarrière scheidt de bloedvaten af van het hersenvocht en zorgt ervoor dat de hersenen niet aangetast worden door bacteriële infecties. Bij de controle-embryo’s zag Braniste inderdaad dat de antilichamen het brein niet in raakten. Maar bij de steriele embryo’s lukte dat wel: zij hadden bloedbreinbarrières met ‘lekken’ ontwikkeld. Darmbacteriën kunnen mogelijk de genen veranderen die voor de vorming van de barrière zorgen, schrijven de onderzoekers in Science Translational Medicine.

Als de bevindingen ook gelden voor mensen, dan kan dat betekenen dat onder meer het voedingspatroon van zwangere vrouwen een invloed heeft op de ontwikkeling van de bloedbreinbarrière van hun kind. Mogelijk wordt die barrière tijdens het latere leven ook zwakker of sterker onder invloed van een wijzigende darmflora. Die verandert immers als we anders gaan eten of een antibioticakuur moeten volgen. Als dat zo is, dan ligt de mogelijkheid open om behandelingen te ontwikkelen die zich richten op het microbioom om de bloedbreinbarrière zwakker te maken en zo makkelijker medicijnen toe te laten, of om ze net sterker te maken om mensen te wapenen tegen neurodegeneratieve ziektes, zoals de ziekte van Alzheimer.