Erdogan en IS: aan welke kant staat Turkije in de War on Terror?

The New York Times vraagt zich al langer af  wat precies de relatie is tussen de Turkse regering en IS. De Amerikaanse krant schreef herhaaldelijk over jihadistische rekruteringscentra in diverse Turkse steden, maar Ankara ontkent stellig dat die er zijn en spreekt van ‘populistische berichtgeving’ die Turkije in de oorlog tegen IS zou moeten betrekken.

Feit is wel dat bijna twee maanden geleden 46 Turken werden vrijgelaten die door jihadisten gevangen werden gehouden. De Turkse regering doet hieromtrent geen mededelingen, maar algemeen wordt aangenomen dat de goede contacten tussen Ankara en IS een rol hebben gespeeld. Of er ook losgeld werd betaald is onbekend, maar de vrijlating paste duidelijk in een gevangenenruil: tegelijkertijd werd een aantal islamisten uit Turkse gevangenissen vrijgelaten.

Dat de Turkse president Erdogan van twee walletjes eet, was al langer duidelijk. Volgens de Duitse Stiftung für Wissenschaft und Politik (SWP) bewijst de de Turkse houding tegenover de burgeroorlog in Syrië dat Erdogan regionale machtsambities koestert. “Erdogan rekende erop dat Syrië na Assad, gedomineerd door soennieten, fragiel en afhankelijk van Ankara zou zijn. Zou het een beschermheer nodig hebben, dan zou Turkije de eerste keus zijn,” aldus de SWP. De val van Assad zou op die manier bijdragen aan de groei van de Turkse macht in de regio. Bovendien zou een Turkse militaire aanwezigheid in Syrië de verboden Koerdische afscheidingsbeweging PKK verder in het nauw brengen. Aanvoerlijnen zouden onder Turkse controle komen, en de bewegingsvrijheid en slagkracht van de PKK zouden sterk worden ingedamd. Ondanks de recente toenadering tussen de Turkse Koerden en het regime in Ankara, wil Turkije de PKK nog altijd graag in het gareel houden.

Maar het liep allemaal anders. Ondanks Erdogans toenaderingspogingen tot de Syrische ballingen in Istanbul en het Vrije Syrische Leger, bleek de steun die Assad kreeg van zijn regeringsleger en van zijn bondgenoten in Teheran en Beiroet sterker dan hij had verwacht. Ook de Verenigde Staten bleken niet bereid Assad de genadeslag toe te brengen. Op zoek naar nieuwe bondgenoten ging Erdogan daarom maar in zee met de jihadisten. Zij kregen van Ankara het recht van doortocht, ze mochten trainingskampen opbouwen en waren welkom om zich achter de Turkse grens terug te trekken als de grond ze elders te heet onder de voeten werd.

En dat terwijl Turkije formeel behoort tot het door de VS aangevoerde antiterrorisme-kamp. Erdogan doet zijn best om de westerse wereld daarvan te overtuigen, onder meer door logistieke steun te beloven aan Amerikaanse militaire operaties. Maar van harte gaat dat niet.
Een goed voorbeeld van die halfslachtige houding is het handjevol tanks dat Ankara naar de Syrische grens bij Kobani stuurde als reactie op de beschieting van een vluchtelingenkamp in Turkije door IS. Die tanks staan daar gewoon maar te staan. Turkse militairen zeggen wel dat ze IS met mortieren beschiet, maar dat is door geen enkele onafhankelijke bron bevestigd. De militaire inspanningen van Ankara lijken zich dan ook te beperken tot het strikt noodzakelijke: net voldoende om niet helemaal als NAVO-lid door de mand te vallen, maar verder zo weinig mogelijk, om de conservatieven en IS-aanhangers in eigen land niet voor het hoofd te stoten.

Erdogan en zijn AK-partij houden de internationale gemeenschap al langer aan het lijntje. Bijvoorbeeld met de Patriot-raketten die de NAVO sinds 2012 aan de grens tussen Turkije en Syrië heeft gestationeerd. De aanleiding daarvoor was het neerschieten in juni 2012 van een Turks militair vliegtuig boven internationale wateren door een Syrisch gevechtsvliegtuig. Later bleek het wrak van die Turkse F-4 Phantom-straaljager geen enkel spoor van raketbeschietingen te vertonen. Intussen had de NAVO wel al haar besluit genomen om de Patriots van stal te halen.