De kracht van (geile) fantasieën, en waarom Julien Blanc en Thierry Baudet sukkels zijn

Eigenlijk wilde ik vorige week al een column over die sukkel van een Julien Blanc schrijven die mannen middels botte versiertrucs leert hoe je een vrouw het bed in krijgt (als ze nee zegt, bedoelt ze ja) maar telkens als ik begon, stokte ik halverwege. Het is dan ook te stom voor woorden. Dat hele ‘vrouwen- willen-gedomineerd-worden-circus’ van mannetje Blanc.

Handig is hij wel. Slim speelt hij in op de emotionele verwarring waar wij, moderne mensen in verkeren. Velen van ons leven voornamelijk hoofdlevens. Met hoofdleven bedoel ik letterlijk, leven in je hoofd. Met een lijf dat voornamelijk gebruikt wordt om ons van A naar B te begeven, er voor de rest een beetje bij bungelt. Internet, smartphones, media, het continue loeren op schermpjes, u vangt mijn drift. Neem daarnaast de opmars van de (soft) SM, de 50 tinten kinkynessen, de stoere nieuw-feministische vrouw versus de zorgzame metroman incluis de (seksuele) verwarring die dat oplevert, en voila, de grond is rijp voor een marketingplan. Nu weet ik nagenoeg niets van marketing, behalve dat het gaat om geld verdienen, en dat degene die het hardst roept het meest gehoord wordt.

Halve waarheden
Julien Blanc roept hard van zich af en knupt daarnaast wat halve waarheden aan elkaar waar iedereen wel iets in herkent, zodat men op verjaardagen kan zeggen: ‘Jááá, er zit wel wat in hoor.’ Natuurlijk slaan zijn vrouwonvriendelijke praatjes nergens op, want natuurlijk willen vrouwen niet gedomineerd worden door mannen in het dagelijks leven, maar eer je dat via hoofdprocessen, Facebook of Twitter tot een oordeel hebt verwerkt, staat die aansteller alweer een nieuw verzinsel in je oor te gillen. En het lijkt heel wat, al die halve waarheden tesamen, maar feitelijk heb je niets.

Tante Agaath en kinky seks
Vorig jaar schreef ik een column over kinky seks. Ik had gelezen dat dit gezond was. Nu zijn bijna alle vormen van seks gezond, al zijn daar wel gradaties in, natuurlijk. Seks met een ziek paard bijvoorbeeld, wordt lager aangeschreven dan seks met een lekker wijf. Bij het woord gradatie moet ik altijd denken aan tante Agaath uit Zeeland, die ooit een familieruzie ontketende omdat mijn opa per ongeluk ‘hatelijke’ groeten op een vakantiekaart had geschreven in plaats van ‘hartelijke’. Sindsdien denk ik bij de naam Agaath aan bekkies volgestouwd met zure rode matten. Misschien was tante Agaath ook wel gelukkig geworden van stevige seks. Hoofdmensen kunnen bij tijd en wijle erg drammerig zijn. Dat komt omdat er zich doorgaans maar weinig nooduitgangen in het hoofd bevinden. Ze zijn er wel, maar het is even zoeken. Je schijnt ze ook zelf te kunnen bedenken, maar de ellende daarmee is dat je het resultaat minder vertrouwt. Als anderen met een oplossing komen lijkt het al snel meer wáár. Dat is geloof ik ook marketing.

Fantaseren is gezond
Hoofdmensen blijken volgens onderzoek gebaat bij heftige seks waar veel fantasie mee gemoeid is. Fantaseren is gezond. Over droomvluchten op purperen kanishivleugels bijvoorbeeld, die meetrillen met energiestroompjes en pulserend in je vingertoppen riviergoden aanroepen. Of over (zogenaamd) strenge mannen die je zalig bij je haar grijpen en je dwingen orale seks te hebben terwijl je (zogenaamd) wanhopig met grote zwart doorlopen ogen omhoog kijkt, alsof je de martelares van alle heilige vijftig schaduwen tegelijk bent. Zogenaamd dus hè, voordat iedereen mij weer boos gaat mailen. Want mensen herkennen de nuances niet meer. Internetsnelheden hebben ons denk- en-relativeringsvermogen een beetje vertraagd, ben ik bang.

Ontsnapping
Fantasie is onze nooduitgang. Daar zit de kracht, en de pret, en de heerlijkheid, tot in den eeuwigheid, amen. Fantasie is het ware geloof. De wetenschap dat het allemaal niet echt is, die vrouwelijke hang naar onderdanigheid. Als in een spelletje. Een wisseling van rol, van plek, zonder dat je autonomie, je integriteit ook maar een seconde wordt aangetast. In de wereld van de kinkynessen is de onderdanige partij altijd de baas. Anders werkt het niet. Hij of zij bepaalt feitelijk wat er gebeurt, waar de grenzen liggen. Een cruciaal punt dat door Blanc en Baudet compleet genegeerd wordt. Alles draait om flexibiliteit, de kunst van het elkaar aanvoelen, vertrouwen, overgave en het vermogen van beiden het beest in zichzelf te beheersen. Dat het slechts zijn kop optilt en zijn klauwen uitslaat als alle betrokkenen dit goed vinden. .

Maar ga dat die sukkel van een Julien Blanc maar es uitleggen, die nablater van een Thierry Baudet. Met hun bange bekkies vol rode zure matten. Want ze mogen dan alles snappen van marketing, helaas, van nuances, geweldige seks of de liefde weten zij niets.