Zeg egoïstische treinforens: haal die tas verdomme van die stoel

Sommige ouders willen niet dat hun zoon of dochter met een Marokkaan thuiskomt. Dat zou mij geen moer uitmaken. Net zo min als de nieuwe vriend(in) roodharig, Surinaams, linkshandig, gereformeerd, blind of korfballer zou zijn. (Al zal het laatste geval mij het gevoel geven gefaald te hebben in de opvoeding). Maar één type komt nooit mijn huis in: tuig dat in een volle trein met zijn (rug)tas lekker een extra stoel bezet houdt in de hoop dat er niemand naast hen gaat zitten.

Na de vraag “kan ik daar zitten?” zucht zo’n mensenhater alsof je hem stoort tijdens zeer gewichtige zaken. Bijvoorbeeld het oplossen van de vluchtelingenproblematiek op de Middellandse Zee. De werkelijkheid bestaat vaak uit gepiel met gekleurde bolletjes op het scherm van een smartphone. Begeleid door gekreun en gesteun wordt de tas weggepropt in de beenruimte. Te laf om iets van dit medemensonterende gedrag te zeggen stel ik mij meestal tevreden met de met moeite veroverde zitplek.

Stom natuurlijk. Je zou zo’n egoïst in een volle coupé schreeuwend op zijn nummer moeten zetten. “HEEE, sneue forenzenlul, je hoopte zeker dat ik voorbij zou lopen. Had je toch bijna Diemen gehaald met twee stoelen, ouwe mazzelpik. Lekker verscholen achter je gratis krant en maar doen alsof je de mensen in het gangpad niet ziet. Waarom zou je überhaupt een krant lezen? Wat kunnen die mensen met ebola jou nou schelen? Niets, zolang ze maar niet op de plek van je tas zitten. Toch?”

Helaas ben ik te laf om dit te doen. Het enige dat rest is mijn toekomstige kroost zo ver mogelijk uit de buurt van dit schorem te houden. Mensen die de alles-is-voor-Bassie-filosofie aanhangen maken je kinderen diep ongelukkig. Types die de hele avond Baco drinken totdat ze zelf een rondje halen. Dan nemen ze een biertje. Aan het eind van de avond pakken ze stiekem nog een euro van de verzamelde fooi terug. Als je vraagt of ze over drie weken kunnen helpen met verhuizen antwoord zo’n figuur “dat hij die dag toevallig een begrafenis heeft”.

Tassenmuseum Hendrikje kan jaloers zijn op de hoeveelheid ruimte die tassen iedere ochtend in het openbaar vervoer mogen innemen. Mocht uw dochter ooit zo’n zelfzuchtige tassenparkeerder aan de haak slaan dan staat ze voor een zware taak. Ze moet waarschijnlijk een fulltimebaan, zorg voor de kinderen en het volledige huishouden combineren. Misschien dat de tassenparkeerder bij uitzondering een keer meegaat naar de supermarkt als zij hoogzwanger is. In de rij snauwt hij tegen een bejaarde die vraagt of hij met zijn flesje koffiemelk even mag voorkruipen. En bij het verlaten van de winkel bijt hij de Straatkrantverkopertoe “dattie maar een vak had moeten leren.”

Hiermee limiteer ik de vrije partnerkeuze van mijn dochter niet minder dan een zwaar gereformeerde of orthodox-islamitsiche vader. Dat is de treurige conclusie die ik iedere doordeweekse ochtend trek.