Zoektocht: wat is de beste plek van Nederland?

De ideale plek heeft natuurschoon, rust en ruimte, maar ook theaters, winkels en werkgelegenheid. En voor iedereen in andere verhoudingen. Verslag van een gekmakende zoektocht naar het paradijs in Nederland. ‘Ons land is geen wedstrijd.’

Als wij in de zomer na drie weken vakantie het land weer inrijden, denk ik nooit: hè fijn, Nederland. Achter ons ligt het goede leven van Frankrijk, zon, zee en zorgeloosheid, voor ons de afslag Hazeldonk-Oost, waar een meute bezwete en hongerige landgenoten de McDonald’s onder de voet loopt. Je hebt zelf ook honger, maar niet zo erg dat je hierbij wilt aansluiten. Als je een paar uur later dan toch maar aan een Quarter Pounder-menu zit, in de McDonald’s van Lelystad, Emmeloord of Lemmer, en de kinderen een ravage aanrichten met hun McFlurry’s, dan begint de post-vakantieblues in alle hevigheid op te zetten.
Pas na een paar weken thuis ben je weer een beetje gewend, en kun je je eigen omgeving weer langzaamaan waarderen. Je fietst ’s avonds de stad weer eens uit, naar de Onlanden, de Westerbroekstermadepolder, de Kropswolder buitenpolder. Nazomer, wetlands, vogelgekwetter als in een natuurfilm.
Ja, dit is ook mooi.
Soms zie je er een glimp van, van het Nederlands paradijs. Een mooi oud straatje in een binnenstad, een bloeiende wei met een grutto op een paaltje, een klein café aan de haven, waar de mensen gelijk zijn en tevree. Maar meestal zie je alleen lui die net op het verkeerde moment komen aanrijden zodat je net niet kan oversteken, meestal gaan de spoorbomen net dicht als de volgende novemberbui losbarst. Er is niet altijd wat aan.

Ik ben wel tevreden met waar ik woon. Er zijn meer mooie plekken in Nederland, dat weet ik ook wel, kleine paradijsjes in de polder, of wat hoger op het zand gelegen. De Utrechtse Heuvelrug moet mooi wezen, het Land van Maas en Waal, en de omgeving van Gulpen, waar Limburgers bier drinken en smeuïg Limburgs praten. Maar wat moet je op de Utrechtse Heuvelrug als je er niets of niemand kent? Het was een tijdje in de mode om onthecht te zijn, maar ik hou geloof ik niet van onthecht. Dat komt niet goed.

Wat is de beste plek om te wonen? Op die vraag in de rubriek ‘Zelfportret’ in dit blad, is het antwoord meestal Amsterdam. Soms nemen ze niet eens de moeite om Amsterdam te zeggen, zo vanzelfsprekend als het is. Ze zeggen ‘Oost’ of ‘Zuid’ of ‘in de Dapperstraat’. Alsof de vraag niet begrepen wordt als ‘waar ter wereld’ of ‘waar in Nederland’, maar als ‘waar in Amsterdam’. Terecht natuurlijk: de grachten, de stadslucht die vrij maakt, dat je ne sais quoi. Niet voor niets komt de stad elk jaar als beste uit de bus in de Atlas voor gemeenten. Op de belangrijkste criteria voor de ‘woonaantrekkelijkheid’, de beschikbaarheid van werk en het culturele aanbod, komt er geen stad of plaats in de buurt.

Van de andere kant: hoeveel feestjes en voorzieningen heeft een mens nodig? Je wordt misschien gelukkiger van een zwembad in de buurt, een theater of museum, niet per se van vijf zwembaden, tien theaters, dertig musea. Eén café heeft ook genoeg bier voor een leuke avond uit.

Het is schitterend, Amsterdam, maar bij een paradijs denk je toch eerder aan groen. Een parkachtige omgeving met ruisende bomen, zacht stromend water, waar de zon schijnt en
de vogels fluiten. Gelet op groen, rust en ruimte komen er andere plekken in beeld. In een onderzoek van de Universiteit van Wageningen bleken Heerlen, Emmen en Lelystad de groenste grote gemeenten van ons land. In een ander onderzoek kwam Weert naar voren als nota bene de groenste regio ter wereld.

Het volledige artikel van Bert Nijmeijer kunt u lezen in HP/De Tijd 10/11 die nu in de winkels ligt en hier met een euro korting online te koop is.