Vier vragen over de Europese trend om Palestina te erkennen

Steeds meer Europese steun voor Palestina, kopt Trouw woensdag. De aanleiding is het nieuws dat Frankrijk zich dinsdag als vijfde Europese land binnen korte tijd heeft uitgesproken voor erkenning van de Palestijnse staat. Woensdagochtend schreef Le Soir dat ook België zich zou voorbereiden op deze stap. Wat speelt er precies, waarom en wat zijn de standpunten? Een overzicht.

Welke landen erkennen Palestina?
Zweden was op 3 oktober de eerste van een reeks Europese landen die zich uitspraken voor de erkenning van Palestina. Op die dag kwam Stockholm met een intentieverklaring, die op 30 oktober werd gevolgd door de officiële erkenning. Vooralsnog is Zweden het eerste Europese land dat tijdens het EU-lidmaatschap Palestina heeft erkend. Andere Europese landen die datzelfde hebben gedaan, zijn Cyprus, Malta en een paar voormalige Oostbloklanden, zoals Hongarije, Polen en Slowakije, maar zij gingen over tot erkenning van de Palestijnse staat voordat ze toetraden tot de EU.

Behalve Zweden stemden ook de parlementen van Groot-Brittannië, Ierland en Spanje onlangs voor de erkenning van Palestina. Het verschil is dat deze stemmingen symbolisch waren en de landen tot niets verplichtten. In Frankrijk gebeurde dinsdag hetzelfde. Woensdagochtend berichtte het Franstalige Belgische dagblad Le Soir dat de Belgische regeringspartijen een akkoord zouden hebben gesloten, en dat het parlement mogelijk volgende week al stemt over erkenning. België zou dan het tweede grote EU-land zijn dat de Palestijnse staat officieel erkent. 135 van de 193 VN-staten erkennen Palestina, maar die zijn dus vrijwel allemaal niet-Europees. Overigens zouden naar verluidt ook Denemarken, Italië, Slovenië en Finland binnenkort een besluit nemen over de kwestie.

Waarom vindt deze opleving in Europa juist nu plaats?
Het (wederom) vastgelopen vredesoverleg voor het conflict in het Midden-Oosten lijkt Europese politici steeds meer te frustreren. Decennialang proberen Israël en Palestina al nader tot elkaar te komen, maar vaak worden gesprekspogingen ruw verstoord door geweld. Ook de laatste tijd is het op zijn zachtst gezegd onrustig. Meerdere malen hebben regeringsleiders, de VN en Amerikaanse presidenten zich in de kwestie gemengd, maar nooit met (blijvend) succes. Nu is het tijd voor een krachtig signaal, menen voorstanders. Het erkennen van Palestina zou kunnen helpen om de impasse te doorbreken. Op die manier zouden de Palestijnen zien dat diplomatie iets oplevert, en wordt tegelijkertijd de druk op Israël opgevoerd om de bezetting en kolonisatie te beëindigen. Het feit dat Zweden begin oktober een eerste stap nam, heeft andere Europese landen ongetwijfeld ook aan het denken gezet.

Wat zegt Nederland over het erkennen van Palestina?
Een dag nadat Zweden met zijn intentieverklaring kwam, liet PvdA-Kamerlid Michiel Servaes weten dat hij er ‘geen moeite mee zou hebben’ om de Palestijnse staat te erkennen. Volgens Kamerlid Gerard Schouw zou ook D66 voorstander zijn. Eind oktober riep Harry van Bommel (SP) minister Koenders van Buitenlandse Zaken op om Palestina te erkennen. Koenders verklaarde op 19 november dat daarvan voorlopig nog geen sprake zal zijn, maar dat het kabinet erkenning op den duur wel mogelijk wil maken. Dat moet gebeuren op een ‘strategisch moment’ als het ‘effectief en reëel’ is in het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen, aldus de minister. Wel is er sinds 1993 een Nederlandse vertegenwoordiging voor de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever, waar acht Nederlanders en zes Palestijnen werkzaam zijn.

En wat is het standpunt van Europa?
Over twee weken, op woensdag 17 december, stemt het Europees Parlement naar verwachting over het al dan niet erkennen van Palestina. De uitkomst van deze stemming zal mogelijk een belangrijke indicator zijn voor de Europese landen die zich nog niet hebben uitgesproken. In principe is de Europese Unie voorstander van een tweestatenmodel voor Israël en Palestina, en wordt dat gezien als een vreedzame, politieke oplossing voor het conflict. Een belangrijke rol is zonder twijfel weggelegd voor Federica Mogherini, de vorige maand aangestelde Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van de EU. Haar eerste officiële bezoek ging naar het Midden-Oosten, waar ze Tel-Aviv, Jeruzalem, Gaza en Ramallah bezocht, en de Israëlische minister-president en de Palestijnse president ontmoette. Ze maakt er geen geheim van dat zij graag zou zien dat de hele EU Palestina erkent.