Waarom ook de nieuwe ‘recht op vergeten’-richtlijnen niet helpen

Dat Google en andere zoekmachines het ‘recht om te worden vergeten’ tot dusver vooral in de openbaarheid hanteerden, dat vinden ze bij de Europese Commissie maar niks. Als Google het verwijderen van een link meedeelt aan de eigenaar van een site, dan ‘trekt dat maar extra aandacht die niet gewenst is’. Dat staat in de nieuwe richtlijnen die deze week vanuit Brussel zijn verstuurd.

Sinds Europa eerder dit jaar het ‘recht om te worden vergeten’ invoerde, heeft vooral Google honderdduizenden verzoeken gekregen, waarvan bijna de helft is gehonoreerd. Google heeft voor het verwerken van al die verzoeken een speciaal team geformeerd, dat ze beoordeelt en vervolgens de verzoekers (doorgaans personen) en de beheerders van de betreffende sites informeert over het verwijderen van een link. Daar wil de Europese Commissie nu van af, zo blijkt. In de loop van dit jaar zijn er al heel wat stukken verschenen over dat verwijderen van die links, doorgaans als gevolg van woede van de sitebeheerder. De onderliggende rel of roddel kwam daarbij nog eens nadrukkelijk voorbij, wat zo ongeveer het tegendeel was van wat de EU met de nieuwe maatregel had beoogd.

Verder vraagt de EU aan onder meer Google om voortaan ook links vanuit de extensie .com weg te halen. Google deed dat niet, omdat die extensie volgens het bedrijf in Europa nauwelijks wordt gebruikt, hetgeen ons onzin lijkt. Google verwijdert nu alleen links bij zoekopdrachten vanuit de zoekmachine met specifieke landextensies als .de, .nl of .fr. Het probleem zal wel zijn dat de extensie .com bij uitstek wereldwijd wordt gebruikt. Als Google ook links naar sites met die extensie gaat verwijderen, zou Europa de invloed van de nieuwe wet tot ver buiten het werelddeel kunnen doen gelden. Bovendien gaat dan een fraaie omweg verloren voor de handige internetter: die kan via Google.com nog wel degelijk alles zien.

Dat kon tot dusver ook nog gewoon via andere zoekmachines, zoals Bing (van Microsoft) en Yahoo, hoewel die in Europa maar zeer mondjesmaat worden gebruikt. Zoals eerder deze maand al aan de orde kwam, heeft Google in Europa een marktaandeel van zo’n 92 procent. Maar nu beginnen ook de twee genoemde zoekmachines zich naar de wil van Europa te voegen.

Het is ons een raadsel waar dat moet eindigen, want er zijn natuurlijk nog veel meer zoekmachines te vinden dan deze drie. Sommige zijn zelfs tot ongeveer dezelfde resultaten in staat als Google, en sommige zijn zo decentraal georganiseerd dat ambtenaren van de EU er maar moeilijk vat op zullen kunnen krijgen. Bovendien wordt de situatie er voor degene die vergeten wil worden steeds onoverzichtelijker op. De waarheid is natuurlijk dat het ‘recht om te worden vergeten’ vooral een papieren maatregel is, zeker zolang de informatie zelf nog gewoon online staat. De goede zoeker zal die altijd kunnen vinden, met of zonder de EU.