Met crowdfunding, thermo ondergoed en geleuter van C. Mutsaers de feestdagen in

Sinds enkele dagen is mijn auto klinisch dood. Ineens knipperde er bij het wegrijden een F in het dashboard en deed hij niets meer. Even later reed hij op een ANWB- takelwagen mijn hofje uit. Triest zwaaide ik hem na. Aangezien ik vanwege reumatische ongemakken afhankelijk ben van dat derdehands scheurbakkie voelde mijn huis ineens als een gevangenis. Gelukkig heb ik een elektrische fiets met turboknop.

Buiten was het -1. Mijn botten protesteerden al na 1 kilometer fietsen. Ik probeerde ze ervan te overtuigen dat het niet anders kon. ‘Morgen wordt het vast beter,’ beloofde ik. ‘Dan is het minder koud, of doet de auto het weer.’ De volgende dag was het -2, noordoostenwind kracht 3, gevoelstemperatuur -388 en van de garage hoorde ik niets. Bezorgd belde ik. De automonteur klonk somber. Het zag er niet goed uit. Ze deden verwoede reanimeerpogingen maar het kon wel eens een duur grapje worden. Ik ging bij mezelf na wat ik een duur grapje vond. 400 euro, besloot ik, was een verdomd duur grapje. De monteur had daar andere ideeën over. Bedragen als 1500 en 2000 euro vlogen mijn oor in alsof het niks was. Het dashboardlampje in mijn hoofd gaf alle foutcodes denkbaar aan. Normaliter moet ik, armzalige schrijver/columnist, mét kind, bijna twee maanden leven van zo’n bedrag. De automonteur zei dat hij terug zou bellen zodra hij meer wist. Toen werd het stil.

Thermo ondergoed
Gisteren reden mijn dochter en ik met de bus naar de stad. Naast ons tuften tevreden mensen rond in verwarmde auto’s. Het voelde alsof ik een universum was uitgeschopt, een warm en geborgen universum. Mijn dochter daarentegen, zat hikkend van het lachen naast me. Ik had een paar minuten daarvoor namelijk, bij het instappen, mijn OV-kaart voor het verkeerde schermpje gehouden. In de stad kochten we budget sinterklaascadeautjes. We sjouwden ons een breuk en mijn botten schreeuwden moord en brand. Ik beloofde ze thermo ondergoed en dat de kachel thuis wat hoger mocht.

Bestsellerproof
Vanmorgen paste ik mijn nieuwe thermoshirt en zocht door de kast naar bijpassende praktische kleding maar vond enkel hübsche jurkjes. Ik was duidelijk niet ingericht op een barre winter zonder auto. Mijn reumalijf brulde. Ik riep dat er vast snel verlossing zou komen. De brievenbus klepperde. Daar zou je het hebben. Er lag een brief van de gemeente. Wegens bezuinigingen kregen mensen met een chronische aandoening die slechts een indicatie voor huishoudelijke hulp hadden, ik dus, geen PGB meer. Een PGB is een regeling waarbij je als chronisch zieke je eigen zorg in mag kopen. De brief meldde dat ik op zoek moest gaan naar iemand die gratis mijn huishouden wilde doen. Ik belde meneer K. Die zei dat ik van Mark Rutte moest gaan crowdfunden, maar dat ik beter een bestseller kon schrijven. En dat J.K Rowling voordat zij rijk en beroemd werd elke dag in de kroeg schreef omdat zij geen geld voor verwarming had. Ik dacht aan mijn manuscript voor een columnboek welke ik zojuist bij mijn uitgever had ingeleverd. Aan de titel ‘Ongearticuleerd gorgelen’. Was deze wel bestsellerproof?

Slap geleuter
Op internet wees iemand mij op een discussie over het schrijverschap. Schrijfster Floortje Zwigtman schreef een literaire zelfmoordbrief, waarin zij openlijk twijfelt aan haar schrijversbestaan, het levert immers weinig tot niets (meer) op. Ik zag een boze reactie van Charlotte Mutsaers voorbijkomen, die riep dat dit slap geleuter was, en dat schrijvers niet aan geld mogen denken. Ik volg Charlotte op FB. Zij plaatst vaak vrolijke foto’s vanuit haar eerste, haar tweede of haar derde huis, waartussen zij vrolijk heen en weer pendelt. Ik dank Charlotte bij deze hartelijk. Vanaf nu ga ik niet meer aan geld denken. Dan komt alles vast vanzelf goed. Misschien moet ik Charlotte vragen een bijdrage te leveren aan mijn zorg-inkoop crowdfunding project.

Brand
Ondertussen zwijgt de garage immer. Op het vuur staat een pannetje met heatpacks erin. Mijn fietsaccu maakt overuren en mijn nieuwe handschoenen (speciaal voor barre bergomstandigheden) liggen op de kachel. Een dikke witte rand thermostof steekt onflatteus boven mijn jurkje uit. Mijn botten voer ik grote doses ibuprofen om het brullen wat te dempen. In de kast ligt een staatslot. Ik heb het nummer uit mijn hoofd geleerd en visualiseer er slingers, een juichende dochter en een gerepareerde auto bij. Ook staat er een kaarsje naast, een tegeltje met een poedel erop en een Russische icoon, waarvan ik nooit weet waar die voor is. Toen ik ging googelen bleek hij ons te beschermen tegen brand.