Hoe de lage olieprijs funest is voor groene energie

De olieprijs bevindt zich de afgelopen maanden in een vrije val. Fijn voor degenen die op vakantie gaan naar het buitenland met vliegtuig of auto, maar funest voor de toekomst van groene energie en het milieu.

Afgelopen donderdag viel de prijs van een vat olie voor het eerst in vijf jaar tot beneden de 60 (Amerikaanse) dollar per vat. Een scherpe daling, de prijs schommelde in de eerste helft van 2014 namelijk nog rond de 105 dollar. Volgens experts blijft de olieprijs voorlopig nog dalen, het verleden leert ons dat dat een reële mogelijkheid is: in de jaren ’80 bereikte de olieprijs zelfs een dieptepunt van 10 USD per vat, na een correctie voor inflatie staat dat gelijk aan een bedrag van 21 hedendaagse dollars per vat.

De oorzaak van de enorme prijsverandering is tweeledig: de vraag naar olie neemt af en de productie neemt toe. Volgens een enkeling neemt de vraag naar energie af doordat we efficiënter zijn geworden in ons verbruik, maar dat verklaart op geen enkele manier de enorm scherpe terugval in prijs die we nu meemaken. Het valt namelijk te verwachten dat het efficiënter maken van verbruiksprocessen een geleidelijker verloop zou hebben en de bijbehorende prijsdaling dus ook.

Een meer voor de hand liggende oorzaak van de dalende vraag is de terugvallende economische groei van vrijwel alle grote economieën ter wereld. De Europese Unie, Rusland, Brazilië en China kampen allemaal met tegenvallende economische cijfers, er zijn maar weinig grote spelers die het momenteel economisch voor de wind gaat en dat uit zich in een tegenvallende energiebehoefte. Anderzijds stijgt de olieproductie, vooral de Verenigde Staten – die na een moeilijke periode nu weer economische groei doormaken – lijken niet van zins de productie terug te schroeven. In tegendeel: terwijl de Global Energy Agency voorspelt dat er wereldwijd minder behoefte aan olie (230 duizend vaten minder) zal zijn in 2015, produceert het land komend jaar 700 duizend vaten meer dan in 2014.

Goedkope vakanties & instortende economieën
Op korte termijn pakt de instortende olieprijs voordelig uit voor benzineverbruikers: vakantiegangers, forensen die dagelijks met de auto gaan, transportbedrijven en de vliegindustrie, allemaal zijn ze minder geld kwijt aan brandstof. Maar toch kent de huidige ontwikkeling vooral verliezers, waarvan het milieu misschien wel de grootste zal zijn. Ook enkele olieproducerende landen trekken aan het kortste eind.

De dalende olieprijs is funest voor de landen die economisch afhankelijk zijn van de olie-export. Zo zit Rusland in zijn maag met de huidige ontwikkelingen. De overheid ontvangt de helft van zijn totale inkomsten uit de export van olie en gas en een verdere daling van de olieprijs zal de toch al in moeilijkheden verkerende Russische economie alleen maar verder in het slop brengen.

Maar de Russische problemen verbleken bij die van Venezuela. Het Latijns-Amerikaanse land is voor 96% van zijn exportinkomsten afhankelijk van olie. Eerder schreven we al over de moeilijke situatie waarin de Venezolaanse president Maduro en zijn stagnerende economie verkeren. Een doorzettende daling van de olieprijs leidt naar verwachting tot grote sociale onrust en het niet afbetalen van de buitenlandse schulden.

De grootste verliezer
Toch zou de grootste verliezer wel eens ons milieu kunnen zijn. Het ontwikkelen van efficiënte manieren om duurzame energie te genereren, zoals wind- en waterenergie, vragen om enorme investeringen die dankzij de hoge olieprijs – en subsidies – toch konden concurreren met uit fossiele brandstoffen opgewekte energie. De onverwacht lage olieprijs maakt groene energie nu relatief duur ten opzichte van de fossiele alternatieven, en dus onaantrekkelijk voor huishoudens en het bedrijfsleven.

Naar verwachting zal de olieprijs de komende jaren laag blijven, waardoor gebruik van fossiele brandstoffen wordt aangemoedigd en de CO2-uitstoot evenredig zal toenemen. Maar ook op langere termijn kan de prijs van olie invloed hebben op de ontwikkeling van duurzame alternatieven, die intensief onderzoek vergen om uit te groeien tot meer kostenefficiënte en competitieve bronnen van energie. Een terugval in investeringen kan de meest interessante onderzoeken in de ijskast doen belanden en ontwikkelingen in de duurzame energiesector nog lang dwarszitten.