Fotograaf Thijs Heslenfeld: een ander beeld van Afrika

Hij fotografeert zonder flitslicht, gebruikt geen filters en Photoshop is al helemaal uit den boze: bij reisfotograaf Thijs Heslenfeld (1965) is het what I see is what you get.

Zo’n tien jaar geleden zegde hij zijn baan op als tekstschrijver en stortte zich volledig op de fotografie. Waarom? Omdat hij daar gelukkig van werd. Zijn directe omgeving vond het in eerste instantie maar niets (“Waarom zo’n onzeker bestaan kiezen?”) maar dat deerde hem niet zoveel. Nu, ruim tien jaar later, is fotograferen nog steeds zijn beroep.

Heslenfeld is vaak on the road. Zo’n zes maanden per jaar is hij in Nederland, de andere zes maanden is hij op pad. Tegenwoordig vestigt hij zich vaak voor langere tijd in een gebied en fotografeert jij wat hij ziet. Niet wat hij wil zien, neen, wat hij écht ziet. Zijn nieuwste boek, Empty, is een weerslag van zes maanden overleven in de jungle van Namibië. Soms vergezeld van een reisgenoot, soms alleen. HP/De Tijd sprak met hem.

Heer Heslenfeld, u bent voor uw werk veel in Afrika te vinden. Wat is volgens u de grootste misvatting over het continent?
“Dat het een zielig continent is. Het is echt misselijkmakend hoe Afrika in de westerse wereld wordt neergezet. Google maar eens op ‘African children’: alles wat je ziet en leest is zielig en negatief. Diep triest is het. Kijk bijvoorbeeld ook naar die ebola-actie van een paar weken geleden: de manier waarop dat wordt aangepakt. Killing! Het wordt allemaal weer als zielig en hulpeloos neergezet. Ik hoorde in een van de nieuwsitems een verpleegster zelfs vertellen dat de hele bevolking van Guinee werkloos is geworden door ebola. Wat een lulverhaal! Alsof Guinee voor de uitbraak van ebola wel een bruisende economie had… Op een gegeven moment nam ze het woord ‘werkgevers’ zelfs in de mond. Alsof mensen in Guinee, maar ook in de rest van Afrika, weten wat werkgevers zijn! Dat is van ónze wereld; werkgevers bestaan daar niet. Het hele continent wordt veel zieliger voorgesteld dan het in werkelijkheid is. Als je er eenmaal bent geweest, voel je gewoon hoe die mensen, zonder een cent te besteden, blij en gelukkig zijn. Moeders kunnen daar nog veel tijd aan hun kroost besteden, simpelweg omdat ze niets anders te doen hebben. Dat vind ik allemaal heel erg fijn en mooi en bijzonder.”

Dus het beeld dat u van Afrika heeft staat haaks op het beeld dat wij van Afrika zouden hebben?
“Compleet. Afrika is niet zielig. Afrika kan het prima redden zonder hulp van ons. Wij in Nederland denken dat wij in een geslaagde maatschappij leven, maar ik vind onze maatschappij helemaal niet zo geslaagd. Die hele perceptie van ‘wij zijn het Westen, wij weten het allemaal beter’ kan wat mij betreft op de helling. Want ben je wel zo geslaagd als je elke dag uren in de file staat op weg naar je saaie kantoorbaan, terwijl je liever iets anders zou willen doen maar de financiële verplichtingen je tegenhouden? Ik denk van niet.”

Alle hulp aan Afrika maar afschaffen dan?
“Wat mij betreft wel. De enige mensen die worden geholpen met ontwikkelingshulp zijn de mensen die de hulp geven, niet de mensen die de hulp ontvangen. Geld geven aan de arme kindertjes in Afrika geeft een goed gevoel over jezelf. En de hulporganisaties profiteren er ook van, die moeten natuurlijk ook draaiende worden gehouden. Walgelijk is het. Zeker in deze maand zie je op televisie ook weer van die spotjes van Unicef voorbijkomen. Eerst zie je een westers meisje in bed liggen, en vervolgens zie je een negermeisje met een vlieg op d’r neus en een versleten knuffel in d’r hand op straat slapen. Triest! Als je vaak in Afrika komt, zoals ik, weet je dat het daar heel anders is dan wij het in Nederland voorgeschoteld krijgen.”

Maar hulporganisaties doen toch ook goed werk? Waterputten slaan bijvoorbeeld…

“Ach, hou toch op. Waterputten… Mensen gaan altijd wonen op plekken waar water is. Ze gaan niet wonen op een plek waar geen water is. Natuurlijk: er wonen genoeg mensen op plekken waar het water schaars is. Maar die zijn daar niet uit zichzelf gaan wonen; die zijn daar samengebracht, vaak door de kerk, die dan denkt: als we ze hier nu met z’n duizenden bij elkaar zetten, kunnen we ze in ruil voor voedsel en water elke week bedienen van een dominee of pastoor die ze van een preek voorziet. Zo gaat dat. En daarbij: die mensen wonen al langer in Afrika dan wij in Europa, en ze hebben zichzelf altijd in leven kunnen houden. Op de gekste plekken in de woestijn kom ik mensen tegen die weten hoe ze water uit de grond moeten krijgen.”

Staat genoteerd. Genoeg over ontwikkelingshulp. Laten we het hebben over uw werk: wanneer kwam u erachter dat reisfotografie uw passie is?
“Dat is zo gegroeid. Sinds een jaar of tien ongeveer leef ik compleet van mijn fotografie. Daarvoor ben ik onder meer journalist geweest en maakte diverse reisreportages (beeld en tekst) voor kranten en tijdschriften. Dus daar heb ik een beetje op voortgeborduurd, al heb ik de puur commerciële opdrachten laten varen.”

Maar u fotografeerde daarvoor ook al?
“Jazeker. Toen ik nog een puber was had ik thuis al een donkere kamer geprepareerd waar ik mijn eigen foto’s kon ontwikkelen. Maar om nu te zeggen dat ik tevreden was met mijn foto’s: nee, dat niet. Kijk, ik had de technieken – diafragma instellen, dat soort dingen – wel aardig onder de knie, maar ik denk dat het de levenservaring is die toen nog ontbrak. Tegenwoordig denkt iedereen die op een ontspanknop kan drukken dat-ie goede foto’s maakt, maar dat is natuurlijk niet zo. Mensen willen graag geloven dat je fotograferen kunt leren, maar dat is absoluut een kletsverhaal; natuurlijk kun je fotograferen niet leren. De techniek – die is aan te leren. Maar dat is slechts vijf of tien procent van het geheel. Het gaat met name om de visie die jij hebt op de wereld. Om creativiteit. Dat is niet aan te leren.”

Om goede foto’s te maken heb je levenservaring nodig, zegt u.
“Onder andere, ja. Veel van de wereld gezien hebben helpt ook. En nieuwsgierig zijn. Heel nieuwsgierig zijn. Als je niet nieuwsgierig naar de wereld kijkt, en niet altijd overal vragen bij stelt, het ‘niet begrijpen’ is daar belangrijk in, kan ik me moeilijk voorstellen dat daar interessante beelden uit voort komen. Dan heb je gewoon niets te vertellen.”

Voor uw boek Empty heeft u twaalf Nederlanders meegenomen naar Namibië. Waarom eigenlijk?
“Heel simpel: iedereen die een week met me op pad ging door de bush betaalde daar vijfduizend euro voor. Voor een deel is het dus mijn inkomen, dé manier om dit project te voltooien. Aan de andere kant is het ook hartstikke leuk om twaalf mensen ieder een week lang mee te nemen naar een totaal onbekende wereld. Niet in een of ander dorpje of stadje – nee, de wilde bush. Uren rijden van de eerste nederzetting af. Daar waar alle gevaarlijke dieren in het wild gewoon rondlopen.”

Dat lijkt me best wennen voor de gasten.
“Ja, want we hadden ook geen plan, hè? Ik pikte de gasten met mijn jeep op bij een klein vliegveld in de buurt en vanaf daar zagen we wel. Niemand, ook ik niet, wist wat we gingen doen en wat er ging gebeuren. Best een angstig concept.”

Welke gast is u het meest bijgebleven?
“Ik was samen met een andere fotograaf in het noordwesten van Namibië, daar waar de Himba wonen – die vrouwen die hun hoofdhaar met rode klei versieren. In het begin gedroeg hij zich heel ongemakkelijk en onhandig en het lukte hem ook helemaal niet om dat volk te portretteren. Zijn probleem was dat hij veel te lief en veel te empatisch is. Hij dacht: wij zijn zo ontzettend rijk en zij zijn zo ontzettend arm, ze zullen ons wel verwend en vervelend gezelschap vinden. Hij wilde ook gelijk cadeautjes uitdelen. Een soort schuldgevoel maakte zich van hem meester. Hij wilde, om het verschil kleiner te maken, bij wijze van spreken briefjes van honderd uit het raam van de auto strooien. Maar dat is natuurlijk een kansloze manier van contact maken. Daarmee benadruk je de ongelijkheid juist.”

Wat heeft u toen tegen hem gezegd?
“Dat hij de mensen moest benaderen als gelijken. En dat werkte: na een paar dagen maakte hij de prachtigste portretten. Dat zouden we allemaal eens moeten doen: zet Afrika niet weg als een ondergeschikt continent. Misschien doen ze het namelijk wel beter dan wij doen.”

Empty. Thijs Heslenfeld. Meer informatie over het boek vindt u hier.

thijs11 thijs12 thijs13 thijs15 thijs16 thijs17 thijs19 thijs20 thijs21 thijs22 thijs23 thijs24 thijs25 thijs26 thijs28

Copyright: Thijs Heslenfeld. Meer zien? Het boek Empty is hier te koop.

Meer leuke content? Like ons op Facebook