Essay: bange dagen in angstjaar 2014

De ramp met de MH17, de opmars van IS en de verdamping van de verzorgingsstaat – dat alles en meer houdt ons in een wurggreep van angst. De remedie? Een beter begrip, concludeert Emma Brunt in haar essay over angst.

Het kan aan mij liggen, want ik ben niet altijd even oplettend als het over wereldnieuws gaat, maar toch lijd ik inmiddels onder het onmiskenbare gevoel dat er in 2014 alleen maar sprake is geweest van slecht nieuws. Alsof dit jaar een ongewoon hoge dampdichtheid vertoonde, die de barometer van het nationale humeur tot temperaturen van ver onder nul heeft teruggebracht.

In de week tussen Kerst en Oud en Nieuw zal de ellende ongetwijfeld nogmaals de revue passeren, in de vorm van terugblikken: de uitbraak van ebola in Afrika, de openbare executies door IS, waarbij op middeleeuwse wijze hoofden werden afgehakt, en de brutale annexatie van Oekraïne door president Poetin, die zich steeds openlijker gedraagt als hij aanstuurt op de restauratie van de militaire supermacht die Sovjet-Rusland ooit was, voor de val van de muur.

Ik kan me nog goed herinneren hoe vanzelfsprekend die capitulatie destijds leek, nog maar 25 jaar geleden. Het was natuurlijk een aangename verrassing dat er geen bloedvergieten aan te pas hoefde te komen; zo vreedzaam hadden we ons de Wende niet durven voorstellen. Maar toen het eenmaal zo ver was, en we opgewonden naar de televisiebeelden zaten te kijken, bekwamen we snel van de verbazing en hielden serieus rekening met de mogelijkheid van Francis Fukuyama gelijk had toen hij the end of history voorspelde.

Onze westerse vorm van democratie scheen definitief het pleit gewonnen te hebben, met inbegrip van het neoconservatieve geloof in de zegeningen van de vrije markt, en die koers zou voortaan bepalend zijn voor de ontwikkelingen in de rest van de wereld. Een alternatief leek namelijk niet voorhanden, toen het ‘reëel bestaande socialisme’ in het Oostblok eenmaal begon leeg te lopen als een lek geprikt ballonnetje. Opeens ontsnapte er een massa valse lucht uit de opgepompte tegenstelling tussen Oost en West, en in onze contreien haalde men opgelucht adem: nooit meer oorlog!

Inmiddels weten we wel beter, want in plaats van Fukuyama’s wereldwijde idylle hebben we te maken met een nieuwe tegenstelling, die zich nog veel onverzoenlijker en uitzichtlozer laat aanzien: die tussen de westerse en de islamitische wereld, de clash of civilizations. Wat vooruitziende politicologen als Bernard Lewis en Samuel P. Huntington al in het begin van de jaren negentig zagen aankomen is inmiddels dagelijkse realiteit.

Nu liggen Syrië en Irak niet bij ons om de hoek – wat dat betreft zouden we de lugubere wending die de gebeurtenissen in het Midden-Oosten hebben genomen misschien nog een poosje kunnen proberen op te vatten als de spreekwoordelijke ver-van-ons-bedshow. Ware het niet dat we sinds de opkomst van internet veel bruusker dan vroeger worden geconfronteerd met de beelden uit het oorlogsgebied, en ditmaal niet als een routineus behandeld nieuwsitem, om acht uur ’s avonds, als we even een vluchtige blik werpen op het Journaal, maar dag in, dag uit, op onze eigen smartphones. Zo komt het geweld wel erg dichtbij.

En als het daar nou nog maar bij bleef – wat overigens erg genoeg zou zijn – maar dat blijft het niet bij. Het binnenlandse nieuws is namelijk weinig minder verontrustend, en daardoor lijkt er plotseling geen ontkomen meer aan: waar je ook kijkt, hoe je ook twittert en zapt, nergens is meer een lichtstraaltje te bekennen. Het is deze opeenstapeling van jobstijdingen die op onze zenuwen begint te werken en die vreemde, ongrijpbare sfeer van onderdrukte paniek teweeg brengt.

Het hele essay van Emma Brunt leest u in het dubbeldikke winternummer van HP/De Tijd, dat nu in de winkel ligt. Bekijk hier de overige onderwerpen, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af. Wie nu het winternummer koopt, ontvangt bovendien gratis onze jubileum-uitgave van 132 pagina’s met daarin de beste verhalen uit 100 jaar Haagse Post. 

Meer leuke content? Like ons op Facebook