Microben in schaamhaar slachtoffer kunnen dader ontmaskeren

De bacteriepopulaties die in iemand schaamhaar leven, kunnen gebruikt worden om daders van een seksueel geweldsdelict op te sporen. Dat schrijven wetenschappers deze week in het open access tijdschrift Investigative Genetics.

Op een plaats delict worden vaak haren gevonden, maar een match op basis van deze haren is lastig, omdat uitgevallen haren geen levend celmateriaal bevatten, tenzij de wortel eraan zit. Vaak lukt het dus niet om DNA uit de celkern te halen en moeten wetenschappers met het DNA uit de energiefabriekjes van de cel, de mitochondriën, aan de slag. Maar dat heeft zo zijn beperkingen. Een nieuwe studie laat zien dat bacteriën mogelijk uitkomst bieden.

Iedereen heeft een unieke populatie beestjes op zijn lichaam en de microbensoorten verschillen per lichaamsdeel. Australische onderzoekers bekeken met behulp van DNA-onderzoek hoe de bacteriepopulatie op hoofdhaar en schaamhaar van zeven individuen veranderde. Twee van die zeven mensen waren een koppel.

Ze ontdekten dat de schaamharen meer verschillende microbensoorten bevatte dan hoofdhaar. Op basis van het bacterie-DNA, konden de onderzoekers zeggen of het om een man of een vrouw ging, want sommige soorten komen vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Daarnaast bleek iedereen een unieke schaamhaarpopulatie te hebben.

De bacteriepopulaties bleven over het algemeen gelijk door de tijd heen, maar één van de metingen gebeurde 18 uur nadat het koppel seks had gehad. Tijdens die meting kwamen de bacteriepopulaties bij de twee veel sterker overeen, dan bij de andere metingen. Volgens de onderzoekers vindt er tijdens de seks dus uitwisseling van microben plaats en biedt dit gegeven mogelijkheden binnen het forensisch onderzoek. Daar is nog wel vervolgonderzoek voor nodig, dit was een kleine studie met maar zeven proefpersonen en een klein aantal meetmomenten.