De vijf beste films van 2014

2014 was een goed filmjaar. Nieuwe en gevestigde namen op hun best, een paar films die rechtstreeks de status van klassieker kregen, en één uniek project dat met drie uur nog veel te kort duurde. HP/De Tijd selecteerde de beste films van 2014.

5. Aanmodderfakker
Oké, er is best wat aan te merken op Aanmodderfakker. Sommige personages deden wel erg sterk denken aan typetjes uit matige sitcoms (de ranzige huisgenoot, de truttige moeder), en de subplot over de ex had wel met een dramatische onthulling minder toegekund. Maar toch. De film was al even onweerstaanbaar als de hopeloos inactieve hoofdpersoon – Gijs Naber is misschien wel de mooiste en herkenbaarste anti-held van het jaar. Aanmodderfokker is vaak hilarisch, soms pijnlijk, en, ondanks een reeks verhaallijnen die we al een keer of 246 hebben gezien, buitengewoon origineel. Een enerverende film maken over lamlendigheid. Dat is op zichzelf al knap. In Nederland is dat een klein wonder.

4. The Wolf of Wall Street
Eigenlijk vanaf de eerste minuut, als Leonardo DiCaprio richting de camera loopt en een halfvol glas jus d’orange nonchalant over zijn schouder flikkert, terwijl hij vertelt over de godsonmogelijke hoeveelheden drank en drugs die hij elke dag naar binnen werkt, weet je: dit zou wel eens een vermakelijke film kunnen worden. Martin Scorsese en scriptschrijver Terence Winter houden het krankzinnige tempo van die eerste scènes de hele drie uur vol.

3. August: Osage County
August: Osage County is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Tracy Letts. Dat was goed te merken, vonden veel critici. Veredeld theater, sneerden ze, dat beter tot zijn recht kwam op de planken. Dat laatste is moeilijk voor te stellen: hoe onmogelijk goed moet dat stuk dan wel zijn geweest? De verbale gevechten in August: Osage County kunnen zich vaak meten met die in Who’s Afraid of Virginia Woolf? Daarnaast bevat de film een handvol hartverscheurende scènes over familie, moeders en dochters, over mislukte kinderen en de eeuwige angst van ouders. De verbale terreur wordt afgewisseld met lyrische, Terrence Malick-achtige beelden van Osage County, Oklahoma – het soort beelden dat toch vrij lastig na te bootsen is in het theater.

2. Nymphomaniac
Tussen de persconferenties over zijn drankverslaving en zijn sympathie voor Hitler door, maakt Lars von Trier zo elke paar jaar een ongeëvenaarde, volstrekt originele film. Welke andere regisseur verwerkt nou een hilarische – en vreemd genoeg, ontroerende – montage van lullen middenin zijn vier uur durende meesterwerk? Nymphomaniac bevat daarnaast de beste scène van het jaar: Uma Thurman die haar kinderen meesleept voor een bezoekje aan de maîtresse van haar man (‘Would it be alright if I showed the children the whoring bed?’).

1. Boyhood
Boyhood voelt niet alleen echter dan andere films, maar ook echter dan je eigen leven. Spannender, rijker, treuriger, mooier – zonder dat er al te duidelijke kunstgrepen worden toegepast. Richard Linklater volgt zijn hoofdpersonen door zo’n twaalf jaar van hun levens. We zien niet alleen de hoogte- en de dieptepunten, maar ook de lauwe dinsdagavonden daartussenin. Ook die scènes zijn vaak bloedstollend spannend en geladen. Ze worden nooit op de verwachte momenten afgekapt, zonder dat ze aanvoelen als langgerekte, doelloze improvisaties. Het is lastig om precies aan te geven waar de spanning en de diepe ontroering nou vandaan komen, maar je voelt ze de hele, adembenemende, film door.