Rotte Apples en eindejaarshypocrisie

Het wegkijkvermogen van de homo sapiens, de intelligentste levensvorm op aarde, doet me steeds weer versteld staan. Omdat ik mezelf ook tot deze tweevoetige primatensoort reken, steek ik in deze decembermaand vol eindejaarshypocrisie de hand in eigen boezem.

Ik probeer alles zo goed mogelijk te doen. Geen vlees van zielige dieren kopen, niet te lang douchen, geen goedkope troep uit China in huis halen, duurzaam gevangen vis eten, de kringloopwinkel omarmen en hier en daar een daklozenkrant kopen.

Soms is dat makkelijk. De bio-industrie, bont, foie gras, blauwvintonijn, dumpwinkels als Action en Primark, tropisch hardhout, bloeddiamanten of de bouw van WK-stadions in Qatar hebben een hoog foutheidsgehalte. Je kunt die dingen prima kopen of indirect steunen, maar bij iedereen met een geweten wringt het.

Veel vaker is de scheidslijn tussen goed en fout diffuus. Zo blijken die kleine blauwe balletjes in scrub en tandpasta slecht voor het milieu te zijn. En bij welke obscure spinnerijen kopen op het eerste gezicht koosjere kledingmerken hun stoffen in? Is het ‘bewuste keuze’-vinkje geloofwaardig, met Unilever als een van de initiatiefnemers? En waar komen de luxe vormgegeven producten uit die stralend witte, ruime en transparante Apple Stores vandaan? Weldoeners en wegkijkers zitten gevangen in een symbiotische liefdesrelatie.

De boom van de kennis van goed en kwaad
De BBC ging undercover in een Apple-fabriek in de grootste Chinese stad Shanghai. Een van de redacteuren moest achttien dagen achter elkaar werken en weken van zestig uur bleken geen uitzondering. Op videobeelden zie je de fabriekswerkers knikkebollend achter machines zitten, met – zo waarschuwt een leidinggevende – de kans om geëlektrocuteerd te worden.

Terwijl ik onder een donzen dekbed met een gehaakt Return to Sender-overtrek lig, kijk ik het filmpje op mijn goudkleurige iPhone 5s (Designed by Apple in California – Assembled in China). Die arme soezende Chinezen, dit kan zo niet langer. Ik besluit er een column over te tikken op mijn gloednieuwe MacBook Pro. Het beroemde logo is niet voor niets een appel – net als de verboden vrucht die Eva plukte – met een flinke hap eruit.

Wie goed doet, goed ontmoet
Sinds ik als nét achttienjarige na een vlot straatpraatje met het louche (en vrij snel opgeheven) United Green onbewust voor 37,50 euro per maand – gedurende tien jaar – in tropisch CO₂ had geïnvesteerd, poeier ik straatverkopers en goededoelenwervers af nog voor ze hun mond open kunnen doen. Mijn kans op hypocrisiecompensatie ligt elders.

Op de website van Natuurmonumenten lees ik over de otter. Het is een levensgenieter, staat er, ‘sierlijk, sterk, speels en spectaculair.’ Ik houd van dieren en van alliteratie, dus ik lees verder. ‘Ik ren, zwem, duik en roetsj tussen water, riet en natuurgebied.’ De otter heeft bescherming nodig, zoveel is zeker. Hoewel ik in mijn leven net zo weinig otters als Chinese fabriekswerkers heb gezien, pak ik mijn gouden iPhone en sms ‘otter’ naar 4333. Ik neem een hap van mijn blozende appel. Dat hij rot is van binnen proef ik niet eens.

Meer leuke content? Like ons op Facebook