De spoorloos verdwenen onrust van Kenneth Vermeer

Een jaar geleden was Kenneth Vermeer net geen eerste keeper bij Ajax meer. Uit de gunst gedreven door wat hakkelig keeperswerk en halfslachtige vangballetjes en vervolgens vervangen door 185 centimeter Gelderse degelijkheid.

Dat was terecht, toen. Vond ik ook. Kenneth Vermeer, vond ik, was een echte keeper, dat zag je zo, een uit reflexen opgetrokken doelman, maar ook: klein en onrustig, als een sprinkhaan.
Voor een Ajax-keeper is het geen aanbeveling om een sprinkhaan te zijn: je kunt beter een wandelende tak zijn, zoals Van der Sar, Stekelenburg of Cillessen.

De spoorloos verdwenen reep chocola (85% cacao)
Onzeker en teleurgesteld verdween Vermeer een halfjaar later naar Feyenoord, waar hij, zo was de verwachting, zich in alle rust van een talentvolle Oranjeman tot een duffe Eredivisiedoelwachter zou kunnen ontwikkelen. De laatste keer immers dat de beste keeper van Nederland in Rotterdam-Zuid speelde, werden transfersommen nog in guldens berekend en kon je als programmamaker gerust een speler van het Nederlands Elftal naast zijn CD-paaltje laten plaatsnemen om hem dingen als ‘Het zijn dan wat meer de bekendere namen waar we toch wel eigenlijk een beetje naar luisteren, hoofdzakelijk mijn vriendin die wat dat aangaat de betere smaak heb als ik’ kon laten zeggen.

Inmiddels is er weer een voetbalseizoen door de helft. Kenneth Vermeer is nog altijd klein, daar doe je vermoedelijk weinig meer aan.
Zijn onrust, een souvenir uit de Arena, is hij echter al een tijdje kwijt.
Wie iets verliest, gaat ernaar op zoek.
(Gisteravond bijvoorbeeld zaten mijn vriendin en ik op de bank. Nou ja: het was meer een soort hangen, we hingen erbij als twee gedragen truien die door een reus in een hoek waren gegooid. De lichtjes in de kerstboom brandden uitgesproken lusteloos en de energie om wat dan ook te ondernemen was meteen na het begin van de kerstvakantie voor onbepaalde tijd op wandelvakantie naar het Zwarte Woud vertrokken. Kortom: lamlendigheid troef in onze minifamilie, tot ik de paar gedachten die ik nog over had losscheurde van de reünie-aflevering van Boer Zoekt Vrouw, me oprichtte en zei: ‘We hebben gisteren een reep chocola gekocht.
Mijn vriendin keek zoals de vriend verwacht wordt te kijken als zijn vriendin ooit, in een verre, door kokette robots bestuurde toekomst aankondigt dat zij zwanger is, precies op het moment in hun leven en verkering dat dat de bedoeling was.
‘Haal dan!’ riep ze.
En ik haalde de reep.
Tenminste: dat dacht ik te gaan doen. Maar waar ik (en later: wij) ook zocht (en later: zochten) – in de koelkast, in de voorraadkast, in de keukenkast, op tafel, in de supermarkttas, in de tas die we gebruiken als we de supermarkttas niet kunnen vinden, op het toilet, in de gangkast, naast het bed, tussen de bank, tussen de nieuwe DVD’s, op de verwarming (godzijdank niks daar), in de groentela, nog eens in de koelkast, nog eens in de keukenkast, nog twee keer in de supermarkttas, in de oudpapierbak en in het kastje van de brievenbus – de reep was onvindbaar.
Mijn vriendin zei: ‘Avond verziekt, dag verziekt, Kerst verziekt’ en ging een kiwi eten. Om maar te zeggen dat wie iets verliest, ernaar op zoek gaat).

Spoorloos verdwenen onrust
Ergens moest Kenneth Vermeer zijn onrust verloren hebben. Vermoedelijk in een café of in een winkel, want in de trein komt hij nog maar zelden – en bovendien roepen ze daar altijd om dat iedereen zijn of haar bagage moet meenemen. En als je iets ‘bagage’ mag noemen, dan is het verdorie wel een chronische onrust.
Hij plaatste een Twitteroproepje, belde aan bij z’n buren en vroeg z’n moeder om advies.
‘Waar heb je je onrust het laatst gezien?’ vroeg zij aan haar zoon, waarop hij de verbinding verbrak.
Het gekke is: die hele zoektocht van Kenneth Vermeer naar zijn eigen onrust verliep opvallend kalm, het was alsof hij geen dringende nood had aan wat hij zocht. Na een paar weken hield hij het zoeken voor gezien. Voor de onrust in de plaats kwam een zachte leegte van gemis. Af en toe – vaak vlak voor hij naar bed ging – vroeg Kenneth Vermeer zich af wat hij ook alweer miste, dan reisden zijn gedachten als vanzelf terug naar Ajax en dan wist hij het weer.

Zondag redde Kenneth Vermeer op onvoorstelbare wijze de winst voor zijn nieuwe ploeg. Het was een sprong die je wel vaker ziet, maar niet zo vaak zonder hulp van digitale animatie. Dit was een echt mens die in volledige rust zichzelf naar een hoek schoot om een zeker doelpunt tot een vergeefse mogelijkheid te degraderen.
Wat opviel, was die totale rust.
Kalmte.
Balans.
(Vul hier uw eigen synoniem voor ‘rust’ in).

Als u Kenneth Vermeers onrust alsnog mocht vinden, tussen uw oude post of met een Hema-kettingslot aan uw stadsfiets geklonken, gooit u hem dan maar weg. De keeper van Feyenoord kan zonder.