Arjen Lubach: ‘Ik voel me meer verwant met internetmakers dan met theatermakers’

Het leven leerde hem al vroeg dat je er maar beter om kan lachen, en daar heeft hij zijn werk van gemaakt. Dat werk neemt hij bloedserieus, maar zichzelf dan weer niet. Jojanneke van den Berge interviewde Arjen Lubach (35), momenteel elke zondag te zien op de VPRO met zijn latenightshow Zondag met Lubach.

Je hebt Zondag met Lubach aan NPO 3 verkocht als een programma dat jongeren die normaal niet het nieuws volgen bij het nieuws te betrekken.
“Een beetje als grapje, omdat alles tegenwoordig zo wordt geprofileerd. Uiteindelijk ben ikzelf de enige die ik voor me zie als ik nadenk over de doelgroep. Sommige onderwerpen duren tien minuten. Als je van lekkere snappy comedy houdt, is het misschien niet aan jou besteed. Ik maak het voor mensen die erin willen investeren. Als het investeren is, hoor, want nu maak ik het het heel zwaar.” Stilte. “Het is verleidelijk om te zeggen: voor de mensen die van een wat slimmere humor houden. Maar dan doe ik net of ik slimme humor maak. Misschien zijn er wel mensen die dit hele domme humor vinden. Zo zit ik… Ik ben de hele tijd gewoon heel voorzichtig.”

Waarom?
“Omdat ik dan in het gebied van de zelfanalyse kom. Dat vind ik altijd lastig. Ik maak dingen die ik mooi vind, daar moeten mensen wat van vinden. Ik vind het te vroeg om mijn werk in een tijdsbeeld te plaatsen. Mij wordt ook vaak gevraagd: ‘Ben jij een stem van jouw generatie?’ Maar ik denk dat ik me evengoed verwant zou kunnen voelen met mensen uit de geschiedenis die nu allang dood zijn. Als men toevallig bij zeven schrijvers van mijn leeftijd ziet dat we allemaal over de grote stad schrijven, dan wordt er gezegd: ‘Kijk! Daar zit een generatie!’ Maar dat bestaat helemaal niet.”

Sorry dat ik dit dan vraag, maar zie je wel een stroming als je kijkt naar jezelf en comedians van jouw generatie?
“Nadat begin jaren negentig de lichting van Youp van ’t Hek en Erik van Muiswinkel groot was geworden, kwamen er twee generaties met zo veel succes dat het cabaret is ontploft. Comedians van nu denken dardoor: fuck it, we zoeken ons eigen podium. Zoals ik, via andere media. Anderen plaatsen filmpjes op YouTube, sturen alleen maar grappige tweets, of maken de satirische nieuwssite De Speld. Ik heb ook in het theater gestaan, maar ik voel me nu meer verwant met de internetmakers, en met schrijvers en columnisten die ook gráppig zijn, zoals Jonathan van het Reve. Die vind ik interessanter dan iemand die in het theater op het podium liedjes staat te zingen.”

Waarom ben je liever op tv?
“Het is gevaarlijker, omdat je meer op je bek kunt gaan, want er kijken een paar honderdduizend mensen. Aan een theatershow zit je jaren te werken, je try-out tot het perfect is, en dan ga je er twee jaar mee het podium op. Hier zitten we keihard te werken aan iets dat je maar één keer kunt brengen.”

Dat vind je lekker?
“Ja, omdat er een soort deadline aan zit, ik denk dat ik daar scherper van word. Actiever.” Stilte. “Heb je wat aan deze onzin?”

Waarom ben je daar alsmaar mee bezig?
“Ik ben altijd heel beschouwelijk. Ik stap overal uit en kijk er dan naar. Ik had laatst een gesprek met een slaapdokter, omdat ik heel slecht slaap. Die zei: ‘Waarschijnlijk is waar jouw slaapstoornis door komt ook je kracht: over alles waar je over nadenkt overzicht houden. Nadenken over de slaapstoornis is vaak nog erger dan de slaapstoornis zelf.”

Het complete interview met Arjen Lubach leest u in het dubbeldikke winternummer van HP/De Tijd, dat nu in de winkel ligt. Lees hem hier digitaal, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.