Gaat Spanje met nieuwe wet terug naar Franco-tijd?

Beledigen van een politieagent: 600 euro. Verspreiden van foto’s van de politie in actie: 30.000 euro. Verbranden van de nationale vlag: ook 30.000 euro. Demonstreren op een plaats waar dat niet is toegestaan, en hiermee ‘de orde verstoren’: 600.000 euro.

Een dictatuur? Nee. Tenminste, officieel toch echt niet. Maar deze boetes gelden binnenkort waarschijnlijk in Spanje, nu daar vorige week de Wet voor Publieke Veiligheid werd aangenomen. Tegenstanders van de Ley Mordaza, zoals de wet in de volksmond wordt genoemd (een ‘mordaza’ is een prop waarmee de mond wordt gesnoerd) gingen afgelopen weekend massaal de straat op. Spanje gaat, zo wordt gevreesd, veertig jaar terug in de tijd. Juist: tot 1975 gingen de Spanjaarden gebukt onder het regime van dictator Franco.

Het wetsvoorstel werd ingediend door de regerende rechtse Partido Popular (PP). Volgens Jorge Fernández Díaz, minister van Binnenlandse Zaken, is de wet noodzakelijk om het evenwicht tussen veiligheid en vrijheid te bewaren en passen de regels – in tegenstelling tot wat zijn tegenstanders roepen – ‘prima’ in het Spaanse rechtssysteem. Sinds het uitbreken van de crisis in 2008, gaan de Spanjaarden regelmatig in groten getale de straat op om te protesteren: meestal tegen het politieke beleid in het algemeen en bezuinigingen in het bijzonder.

Behoudens de PP werd door alle politieke partijen tegen het omstreden wetsvoorstel gestemd. Volgens de linkse partijen worden met de wet de Spaanse democratie en de fundamentele rechten en vrijheden van de Spanjaard ‘vermoord’. Meerdere politici droegen tijdens het debat over de wet symbolisch een prop in hun mond.

Om officieel in werking te treden, moet de wet nog worden goedgekeurd door de Senaat, maar aangezien de PP ook daar een meerderheid heeft, lijkt dat slechts een formaliteit.

In grote steden als Madrid, Barcelona en Valencia werd, nu het nog kan, zaterdag flink geprotesteerd. Fotojournalisten liepen met hun camera boven het hoofd, verwijzend naar het aanstaande verbod om politieagenten in actie te fotograferen. Veel andere deelnemers hadden hun mond afgeplakt met rood kruis van tape.

Ook liepen in de verschillende protestmarsen veel immigranten en mensenrechtenorganisaties mee. De Ley Mordaza bepaalt namelijk ook dat migranten die vanuit Afrika illegaal de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla binnenkomen, zonder enige vorm van proces door de politie mogen worden teruggezet. Ceuta en Melilla zijn autonome Spaanse steden, maar liggen feitelijk in Afrika (Marokko). Dat maakt het twee aantrekkelijke bestemmingen voor mensen, vaak uit landen ten zuiden van de Sahara, die Europa willen bereiken. De meesten weten de enclaves te bereiken door over het – overigens streng bewaakte – hekwerk te klimmen, door zich te verschuilen in de dubbele bodem van een auto en zo de grens over te worden gesmokkeld, of via de zee, zwemmend of in een bootje.