Een kerstverhaal: Het Grote Duitse Omkoopschandaal

Horst-Gregorio Canellas is de zoon van een Duitse moeder en een Spaanse vader. Vanaf 1954 wordt hij directeur van het familiebedrijf, een zuidvruchtengroothandel in Frankfurt am Main. Tien jaar later meldt hij zich voor de vacature van voorzitter van de Offenbacher Kickers. Canellas wordt geschikt bevonden.

Het Duitse voetbal kampt al vanaf de jaren vijftig met een groot probleem: matchfixing.
Centrale figuur in deze handel in winst en verlies is Rot-Weiss Oberhausen-voorzitter Peter MaaBen. MaaBens trachtte al in 1952 de promotie van zijn ploeg naar de Bundesliga veilig te stellen door een zak geld op tafel te leggen. Destijds mislukte dat – de bestuurders van het kleine SV Sodingen boden sneller, of meer geld.
MaaBen schafte zich een jaar later alsnog promotie aan.
In de eerste jaren van Canellas’ voorzitterschap klopt MaaBen regelmatig bij zijn Offenbach-collega aan. Zonder succes.

Eind jaren zestig breiden de omkooppraktijken zich almaar verder uit. Canellas zit erbij en kijkt ernaar. Wanneer in 1969 de bekende spelersmakelaar Raymond Schwab aan Offenbach-trainer Rudolf Gutendorf aanbiedt om een wedstrijd te kopen ‘voor ongeveer 80.000 Mark’, laat Gutendorf zijn voorzitter weten dat de club maar het beste kan ingaan op het voorstel. ‘Anders,’ zegt hij, ‘liggen we er voor altijd uit.’
Maar zo wil Horst-Gregario Canellas niet winnen.
En hij zegt Gutendorf wat hij aan Schwab kan vertellen: ‘Nein.’

“Een mooi bod”
Op 5 mei 1971 wordt Horst-Gregorio Canellas gebeld door Manfred Manglitz, doelman van 1. FC Köln en het Duitse nationale team.
Köln speelt die avond een inhaalwedstrijd tegen Rot-Weiss Essen, een directe concurrent van Canellas’ Kickers.
‘We hebben een mooi bod van Essen,’ zegt Manglitz. ‘Maar u kunt er natuurlijk wat tegenover zetten.’
‘Wat?’ vraagt Canellas.
’25.000 Mark. Zo niet, dan wint Essen vanavond.’
Canellas twijfelt, want wat Manglitz voorstelt, is strikt genomen geen omkoping. Hij belt naar Horst Schmidt, secretaris van de DFB, om zich ervan te vergewissen of het überhaupt is toegestaan om overwinningspremies uit te loven.
Schmidt bladert een avond lang in het DFB-reglement en belt dan terug: ‘Nein.’
Canellas gaat toch akkoord met Manglitz’ eisen; hij heeft een plan om de omkoping die de Bundesliga als een schimmel heeft overwoekerd te laten stoppen. Hij laat teammanager Willi Konrad met Manglitz afspreken, even buiten het Kickers-stadion.
Daar duwt Manglitz Konrad een envelop in handen, met daarin een ticket voor een Keulse parkeerplaats en de beschrijving van de auto van z’n vrouw.
Manglitz’ vrouw, Irmgard, weet ervan.
Konrad treft de Peugeot 204 (kenteken DU-AU 222) op de afgesproken plek.
In zijn hand heeft hij een envelop met 25.000 Mark en een kwitantie. In zijn hoofd herhaalt hij de enige opdracht die hij van Canellas heeft gekregen: ‘Zorg dat iemand die kwitantie tekent.’
Irmgard weigert in eerste instantie, maar geeft uiteindelijk toe.
Die avond wint 1. FC Köln met 3-2 van Rot-Weiss Essen.
Twee dagen later belt Manglitz Konrad.
Of hij de kwitantie terug mag – er zou zomaar iets stoms mee kunnen gebeuren.

Niet veel later belt Manglitz Canellas weer op.
‘Onze voorzitter eist dat wij van jullie winnen op de laatste speeldag. Bielefeld wint in Berlijn.’
‘Dan zijn we gedegradeerd.’
‘Maar jullie hebben mij.’
‘Wat?’
‘100.000 Mark en Offenbach wint in Keulen. Deal?’

Een dag later al hangt een andere Nationalspieler aan de lijn, Hertha-middenvelder Bernd Patzke.
Wat Canellas ervoor over heeft als Hertha van Bielefeld wint?
Canellas antwoordt dat hij zich daarover geen zorgen maakt. Hertha heeft immers een veel sterker elftal dan Bielefeld?
Geruis in de hoorn en meteen daarna: een andere stem.
‘U spreekt met Tasso Wild. 120.000 voor onze zege op Bielefeld, anders gaan we in op het aanbod van Bielefeld.’
Canellas vraagt 48 uur bedenktijd, maar Wild antwoordde: ‘Als je morgen tussen 13:30 en 14:00 niet belt, gaan we met Bielefeld in zee.’
De mannen spreken af dat Wild Canellas de volgende dag tussen 13:30 en 14:00 zal bellen. Dat gebeurt ook.
Dit is het moment dat Horst-Gregorio Canellas al zijn telefoongesprekken op band begint op te nemen.

Wanneer hij genoeg bewijs op band heeft, laat Canellas zijn opnames horen aan DFB-bons Straub. Straub belooft DFB-voorzitter PaBlack in te lichten, maar niet veel later belt hij al terug: PaBlack ziet in Canellas’ geluidsopnamen niet meer dan een handvol ‘wilde veronderstellingen’.
‘Maar als ik niet meebetaal, liggen we eruit,’ roept Canellas in de hoorn.
‘Doe dan wat je verstandig acht,’ antwoordt Straub.
‘Bedoel je dat we moeten meebetalen?’
‘Doe wat je verstandig acht.’

Canellas brengt het dilemma diezelfde dag nog onder zijn bestuur in stemming.
Hijzelf stemt tegen.
De rest van de bestuursleden voor.
Er wordt dus betaald. Ook Horst-Gregario Canellas, zuidvruchtenkeizer, moet buigen voor de stem van de meerderheid.
Het zal niets helpen: Bielefeld heeft het bod op haar eigen wedstrijd op het laatste moment nogmaals verhoogd en Patzke en Wild hebben daarop besloten met hun tegenstanders in zee te gaan.

Dan wordt het 5 juni 1971.

Een bandopname op een tuinfeest
Arminia moet winnen om niet te degraderen en daarmee mogelijk failliet te gaan. Alle Hertha-spelers zullen 15.000 D-Mark krijgen om de wedstrijd te verliezen. De Hongaarse spits van Hertha, Zoltan Varga, heeft zelfs meer gekregen: Arminia heeft een oude schoolvriend van Varga, Jozef Bartos, een in Bielefeld studerende Hongaar, naar Berlijn gestuurd om hem maar liefst 40.000 Mark te bieden om toch vooral niet proberen een doelpunt te maken.
In de rust van Arminia-Hertha (ruststand 0:0) belt Varga naar huis.
‘Is het geld er al?’ vraagt hij zijn vrouw gejaagd.
Het antwoord is ontkennend.
‘Diese Schweine, sie wollen ohne uns Auslander kassieren. Aber denen mache ich die Sache kaputt.’
In de tweede helft speelt Varga zoals hij nog nooit gevoetbald heeft. Al na drie minuten trapt hij een bal op de lat. Vanaf dat moment houden zijn medespelers hem meer in de gaten als hun tegenstanders: ze plukken ballen van zijn schoen en wanneer dat niet volstaat, duwen ze hem eenvoudigweg omver.
De wedstrijd eindigt in 0-1 voor Bielefeld.
Iedereen opgelucht. Behalve Zoltan Varga.
Arminia viert de zege en het lijfsbehoud uitbundig in het sjieke Strandhotel.

Een dag later, 6 juni 1971, wordt Horst-Gregorio Canellas 50 jaar. Hij organiseert een groot tuinfeest bij hem thuis in Offenbach en nodigt verschillende bonzen van de DFB en ook een flink aantal journalisten uit.
Zijn welkomstspeech luidt als volgt:
‘Mijne heren, ik moet u helaas zeggen, dat mijn club, de Offenbacher Kickers, als gevolg van bedrog en fraude uit de Bundesliga is gedegradeerd. Ik zal u dat bewijzen en heb mijn spelers dan ook gezegd dat de uitkomst van dit seizoen niet op het gras, maar voor de rechter zal plaatsvinden.’
Tot de verrassing van alle aanwezigen speelt Canellas vervolgens een bandopname af, waarop duidelijk te horen is hoe de Bundesliga van bedrog en omkoping aaneenhangt en hoe de uitslagen van wedstrijden over de telefoon en voor grove bedragen worden bekokstoofd.
Canellas voegt er nog iets aan toe: ‘Het Duitse voetbal is een unieke Stumpf – de Bundesliga zal kapot gaan, wanneer wij niets doen. Wat ik ontdekt heb, is nog slechts het begin.’
Onmiddellijk na deze woorden verlaat Bundestrainer Helmut Schön in stilte het feest.

Nog diezelfde avond treedt Canellas terug als voorzitter van de Offenbacher Kickers – kort daarna wordt hem verboden ooit nog een functie in het Duitse voetbal te bekleden.
(Deze schorsing zal in 1976 stilzwijgend weer worden opgeheven).

Nasleep
Er gebeurt in eerste instantie maar weinig na het tuinfeest from hell: spelers die op de band te horen zijn, ontkennen simpelweg dat zij het zijn en ook de Duitse voetbalbond stelt eenvoudig dat Canellas de zaak overdreven heeft aangezet en dat het met de omkoping in de Bundesliga allemaal wel meevalt – men wil de hele affaire het liefst zo snel mogelijk vergeten, de Olympische Spelen in München en het WK , de sporttoernooien die naoorlogs Duitsland voor het oog van de wereld moeten rehabiliteren, komen immers rap naderbij.
De enige man die geschorst wordt, is Horst-Gregario Canellas. Van hem wordt ‘poging tot omkoping’ bewezen geacht. Geen van de voetballers wordt ook maar ondervraagd.
In de maanden en jaren die volgen storten officieren van Justitie overal te lande zich op de omkoping, halen talloze dubieuze betalingen boven tafel en ook Canellas zelf reist het hele land door om gesprekken te voeren met spelers en bestuurders, alles om de zaak die zijn levenswerk aan het worden is fundament te geven.
Het zal nog jaren duren voor het tot het daadwerkelijk tot een rechtszaak komt. Wanneer het eind jaren zeventig eindelijk zover is, blijken de wantoestanden in de Bundesliga nog meer bizar dan men al die jaren heeft vermoed, met name in de onderste regionen: alle clubs die in degradatiegevaar verkeerden, blijken in de afgelopen twintig jaar af en toe wedstrijden en doelpunten te hebben gekocht. Bij maar liefst 26 van de 72 wedstrijden in de laatste acht Bundesliga-speeldagen deden zich manipulaties voor en in 18 van die 26 gevallen kan een of andere vorm van omkoping daadwerkelijk bewezen worden. Enkele voorbeelden, alleen al uit het seizoen 1970-1971:

* 17 april 1971: Arminia Bielefeld betaalt Schalke 04 40.000 Mark voor een overwinning.
* 22 mei 1971: Manglitz (keeper van Köln) krijgt 25.000 Mark voor het doorlaten van vier doelpunten in de 4-2 tegen Rot-Weiss Oberhausen.
* 29 mei 1971: Arminia tast diep in de buidel om drie spelers van VEB Stuttgart te overtuigen niet al te zeer hun best te doen – 45.000 Mark.
* 5 juni 1971: Arminia biedt 170.000 Mark voor een zege van Braunschweig tegen concurrent Oberhausen. (de wedstrijd eindigt uiteindelijk in 1-1, wat Braunschweig toch nog 40.000 Mark oplevert).
* Erich Ribbeck, veel later nog Bundestrainer, raadt in het voorjaar van 1971 als trainer van Eintracht Frankfurt de omkopers uit Oberhausen zijn eigen doelman Horst Wolter aan. ‘Met hem valt te praten.’

Op 3 april 1971 won Rot-Weiss Oberhausen met 5-2 van Eintracht Frankfurt.

Uiteindelijk worden maar liefst 52 voetballers schuldig bevonden en gestraft.

Gegijzeld
Voor Horst-Gregario Canellas komt de rehabilitatie te laat: hij heeft zijn bedrijf in zuidvruchten moeten verkopen wegens aanhoudende lasterpraat. Bovendien is hij op 13 oktober 1977 samen met zijn dochter aan boord van het Lufthansa-vliegtuig dat tussen Mallorca en Frankfurt wordt gekaapt. Samen met 84 anderen zijn zij er getuige van hoe om precies 13:30 ’s middags, als het vliegtuig boven de Middellandse Zee vliegt, hoe vier kapers zich bekendmaken en alle passagiers en boordpersoneel achterin het vliegtuig samendrijven.
Na een langdurige kaping, even lange onderhandelingen en een reis die het vliegtuig langs Rome, Cyprus en Dubai heeft gevoerd, worden de gijzelaars uiteindelijk bevrijd op het vliegveld van Mogadishu, Somalië.
De gijzeling was nog jarenlang onderwerp van gesprek in de Duitse media, mede door de onduidelijke rol van de extremisten van de Rote Armee Fraktion (de kapers eisten de vrijlating van enkele RAF-kopstukken) en de bemoeienis van de SAS, de Britse geheime dienst.

Horst-Gregario Canellas stierf in de zomer van 1999. Hij wordt herinnerd als een Don Quichot in een tijdperk waarin bedrog een windmolen bleek die niet te bevechten was.