Column Hans Jansen: Vurschrukkuluk

De Haagse Post bestaat 100 jaar, en ter gelegenheid van dit unieke journalistieke jubileum werd op 9 december in De Balie in Amsterdam de HP-Eeuwprijs uitgereikt. De deelnemers aan deze columnistenwedstrijd moesten zo treffend mogelijk een ‘Verhaal van alledaagse waanzin’ schrijven, naar een rubriek die begin jaren tachtig een memorabel onderdeel was van de Haagse Post. De komende weken publiceren we op onze website de inzendingen. Te beginnen met de bijdrage van arabist en PVV-politicus Hans Jansen.

Het leven was vurrukulluk en wat waren we goed gewend aan de alledaagse waanzin die door de straten en parken klotste. Maar een tsunami van politieke correctheid heeft in een paar decennia een einde weten te maken aan de pret. Er is verzet geweest, maar de vijand was sterk. Door mensen met een kaksent –denk aan mannen als Roel van Duijn, Ton Regtien en hun erfgenamen in de politiek en de media – hebben we ons laten meeslepen in een nationale cultus ter verheerlijking van zieligheid. De zielige mensen zelf zijn omsingeld geraakt door een industrie die aandacht, medelijden, subsidie, uitkeringen, hulp, bed, bad en brood verstrekt. Nu zijn ze echt zielig, want er is geen ontsnappen meer aan.

Hadden we maar wat meer naar Cherry Duyns, Rudy Kousbroek, Theo van Gogh, Ischa Meijer, Gerard en Karel van het Reve geluisterd. Maar nee, we hebben de grote, spectaculaire theaterstukken op het Nederlandse nationale podium laten produceren door wijsneuzen als Femke Halsema, Tara Singh Varma, Volkert van der Graaf, Harry Intifada Bommel, en mensen van wie mijn cardioloog mij, met het oog op mijn bloeddruk, dringend aangeraden heeft de namen niet te noemen. Maar de een is minister-president van een klein land dat lid is van de EU, en de ander leidt een partij die in elke peiling weer iets kleiner wordt, meer zeg ik niet.

Toen het leven nog vurrukulluk was, woonde ik vlak bij het Vondelpark. De alledaagse waanzin was nog mild. Niet alle bestuurders waren tevens gezalfd tot priester van de Linkse Kerk. Ik ging voor dominee leren. Maar helaas. Ongeloviger, cynischer en seculierder dan mijn toenmalige hoogleraren kon je ze niet vinden. Dominee worden – dat was voor de dommen, dat was een van de belangrijkste boodschappen die het docentenkorps uitstraalde. Geen van mijn jaargenoten is dan ook dominee geworden. Niets vermoedend en opgewekt, vol kwinkslagen, sloopten de beroepschristenen hun eigen kerken. Het was, geef maar toe, ook bevrijdend, en gaf lucht. Ik tenminste heb veel gelachen.

Toen kwamen de moslims uit Noord-Afrika en Turkije naar Europa. Die waren zielig. Die waren vroom. Paste als een hand in de Europese handschoen. Net als bij de kerken zou het probleem van die rare vroomheid zichzelf wel oplossen. Dachten we. Maar zo werkt het niet. In Europa is het christendom van bovenaf verdampt, het verval is gestart bij de opleiders van de beroepschristenen. In de islam ligt het andersom. De opleiders van de beroepsmoslims, in Cairo, Mekka en Medina, hebben ze nog keurig op een rijtje, er valt daar niets te lachen, behalve dan om het strategische onbenul van hun tegenpartij.

De beroepsmoslims bouwen, nauwelijks opgemerkt, ernstig en met succes, aan een koninkrijk waarin een macaber soort waanzin alledaags zal zijn. Kruisiging, onthoofding en steniging, maar zonder voor het werpen van de eerste steen te wachten op iemand die zonder zonden is. En het Blauwe Theehuis in het Vondelpark wordt ooit een islamitisch cultureel centrum annex moskee. Dan is het volbracht: de westerse christelijke en post-christelijke alledaagse waanzin eindelijk voorgoed voorbij.

Meer leuke content? Like ons op Facebook