Recensie: Herman Brusselmans – Zeik

Het nieuwe jaar is nu al twee dagen oud, en nog steeds is er geen nieuwe roman van Herman Brusselmans verschenen. Moeten we ons zorgen maken?

Neuh. Niet echt. Zelfs voor Brusselmans’ doen was 2014 een uitzonderlijk productief jaar. Hij schreef drie romans, in plaats van de gebruikelijke twee, en vooral Zeik, een literaire thriller, is een bescheiden hoogtepunt in zijn enorme oeuvre. Of in elk geval, het is een compleet ander boek dan we van hem, of wie dan ook, gewend zijn.

En toch is Zeik typisch Brusselmans. Het verhaal mag dan draaien om de Gentse moordbrigade in 1961, er is een heuse plot rondom een seriemoordenaar, die symbolisch bedoelde getallen op de lijken van mooie jonge meisjes aanbrengt, en er is een broeierige liefdesgeschiedenis tussen twee inspecteurs. Maar er is, godzijdank, vooral een hoop hilarische onzin.

Kutromans
Commissaris Übertrut, inspecteurs Zeik, El Bazaz, Compas en Broekgat lossen moorden op en houden zich daarnaast bezig met erg veel, en erg krankzinnig, ouwehoeren. In dat geouwehoer zien we Brusselmans op zijn best. De gebruikelijke politiek incorrecte onzin, over vrouwen, homo’s, buitenlanders en mongolen, over de kutromans van Harry Mulisch en die van Hugo Claus, die volgens inspecteur Zeik wel eens een immigrant zou kunnen zijn – een Bulgaar, natuurlijk.

Het is een parodie op een thriller, maar hoe belachelijk de moordzaak ook is, Brusselmans weet je ondertussen wel nieuwsgierig te houden naar de ontknoping – van de moorden én van de mogelijke liefde tussen inspecteurs Selma Compas en Ivo Broekgat.

Oeuvreprijs
In veel van zijn laatste werk was Brusselmans’ meligheid in de eerste plaats vermoeiend, de romans voelden vaak als losse flodders aan. Richtingloos geschrijf, leeglopen achter het toetsenbord. Af en toe vermakelijk, zelden onvergetelijk. Maar zo eens in de paar jaar verschijnt er een Brusselmans waarin het klopt, waarin de schrijver een vorm vindt voor zijn onzin en voor zijn vrolijk-cynische gekanker. Zeik is zo’n roman. Eén à twee keer hardop lachen per pagina. Volstrekt uniek, hoogwaardig vermaak.

Niet dat het de auteur zelf veel zou kunnen schelen, maar wordt het niet eens tijd om Brusselmans een oeuvreprijs te geven?