2015 wordt het jaar van de Tour sous le Dom

Wie de Jaaroverzichten van 2014 goed op zich heeft laten inwerken, kan slechts tot de conclusie komen dat het geluk zich in de wereld van de sport bevindt. 2014 was een jaar vol rampspoed, vol tegenvallers en verdriet, eigenlijk op ieder gebied, behalve in de sport.

In de sport regeert het optimisme. Als Ajax straks na de winterstop tien wedstrijden achter elkaar wint – hetgeen ze de laatste jaren best vaak deden – dan wordt dat iedere week een beetje groter nieuws. Alles doet het, alles werkt. Toen Rob Wijnberg het voorbijdewaanvandedagplatform De Correspondent begon en mensen hem vroegen waarom er behoefte was aan een nieuwe vorm van journalistiek, antwoordde hij steevast: ‘Als je iedere dag de krant leest en naar het Journaal kijkt, weet je precies hoe de wereld niet werkt.’
Behalve dus: in de sport. In de sport is een pand dat brandt een stukje, maar een pand dat niet brandt OOK. Het kan altijd nog sneller, nog mooier, nog beter, en de dood blijft meestal op gepaste afstand.
Wie op een hoge berg gaat staan en een hoopvolle blik in 2015 werpt, ziet ongetwijfeld weer onvermoede rampen, teleurstellingen en droefenis opduiken. Mensen worden ziek, fraude komt aan het licht en langzaam helpt de wereld de aarde een beetje verder om zeep.
In die onafzienbare poel van toekomstige ellende drijft hier en daar een reddingsboei, waaraan je je maar beter kunt vastgrijpen om het leven aan te blijven kunnen: Inherent Vice komt in de bioscopen, het afscheid van Mark Rutte is onvermijdelijk weer een jaar dichterbij en de Tour komt naar Utrecht.

Te groot voor een fatsoenlijke metafoor
De Tour in Utrecht, ik kan daar nog steeds niet bij. De Tour in Utrecht is als de Volvo Ocean Race in het IJsselmeer, de Marathon van New York in Vianen of het Oktoberfest in Mekka. Het is Scarlett Johansson op een buurtbarbecue, een gastoptreden van Kanye bij de blaaskapel van Landgraaf, Coetzee in de finale van een poëziewedstrijd voor middelbare scholieren uit de Beemster. De Tour in Utrecht, dat is, dat is… te groot voor een fatsoenlijke metafoor, dat is het.

Zo af en toe scharrel ik over de singels, op zoek naar aanspraak (nee hoor), of fiets ik naar de Uithof om te constateren dat het verrukkelijk is dat ik daar nooit van m’n leven meer heen hoef, en dan denk ik opeens: nog een paar maanden. Nog een paar maanden en dan.. Daar stokken mijn gedachten, als een geestelijke stotter.
De Tour in Utrecht… Bijna iedere dag passeer ik het levensgrote logo van de Tourorganisatie, een kleurige fiets op een brug. De laatste tijd houd ik er even halt en als niemand kijk, aai ik het even.
De Tour in Utrecht…
De Tour….
In Utrecht….
Mijn verwachting: langzaam zal Utrecht in 2015 in Parijs veranderen. De alpino komt weer in de mode, de benen van de vrouwen worden op mysterieuze wijze langer en uit de ramen van de boulevards waaien plukjes accordeonmuziek. (Stokbroden heten hier al jaren baguettes).
De eerste feestavonden zijn al achter de rug en het zullen er alleen maar meer worden, tot er in april en mei en juni bijna iedere avond ergens in de stad de Tour en de koers wordt gevierd. Nu hoop ik vooral nog op een klok midden op de Neude, waar het exacte aantal dagen, uren en minuten op worden bijgehouden die de stad nog resten tot die heerlijke dag, die intocht van 200 mannen op een fietsie – en een miljoen mensen die dat wel eens willen bekijken.

179 dagen naakt
Ik zou iedere dag wel even naar die klok gaan kijken, al was het alleen maar om mezelf ervan te overtuigen dat het nog altijd doorgaat. Dat het geen fata morgana is, of het plot van een fantasyschrijver. Dat het centrum van de wereld voor even bij mij op loopafstand zal liggen.
Je kunt veel pessimistisch zeggen over 2015, maar de Tour in Utrecht, dat is toch een vooruitzicht om je 179 dagen naakt in rond te wentelen?