Deze aanslag is niet gepleegd door de Turkse mevrouw in de straat

Godverdomme. Dit is de eerste keer dat ik een column vloekend begin en als het aan mij ligt ook de laatste. Zojuist viel ik mijn huis binnen met mijn handen vol boodschappen en een mond vol post waaronder een poëzietijdschrift van uitgeverij de Manke God. Mijn telefoon bliepte. Ik las dat er een aanslag was gepleegd in Parijs op de redactie van het satirische blad Charlie Hebdo. Negen journalisten, onder wie vier tekenaars-cartoonisten, twee politieagenten en een omstander. Dood.

Op CNN schoten twee gemaskerde mannen in een straat gericht om zich heen. Volgens de verslaggever kwamen de daders net uit het gebouw van de redactie van Charlie Hebdo gerend, waar ze een bloedbad hadden aangericht.

De Manke God
De envelop van de Manke God die nog steeds tussen mijn tanden bungelde viel op de grond. Mijn ogen gingen van de naam op de envelop naar de bedreigende beelden op televisie. Ik dacht aan mijn geliefde, die ik zojuist naar de trein had gebracht. We hadden een paar dagen samen aan een project gewerkt. Mijn geliefde is tekenaar en maakt nogal eens tekeningen die wringen, bijten, schokken, controversieel zijn. Het geloof, de slaafse stupiditeit ervan, als een van zijn stokpaardjes. Dan ik. Schrijver, dichter, columnist. Ik roeptoeter in mijn columns nogal eens heftig om me heen en over grenzen denk ik eigenlijk zelden of nooit na. Ik ben immers vrij om te roepen wat ik wil?

En nu? Ik weet het niet. En dat maakt me bang. Zou ik nu op dit moment bijvoorbeeld een satirisch stuk over Mohammed durven plaatsen? Met een schokkende tekening erbij? Ik weet het eigenlijk niet. En dat maakt me verschrikkelijk boos. En onmachtig. Want wat is mijn vrijheid waard? Ik kan mijzelf dan wel vrij noemen, en heel stoer controversiële onderwerpen aansnijden, maar hoe stoer ben ik nog als er werkelijk gevaar dreigt?

Deze aanslag is niet gepleegd door de Turkse mevrouw in de straat
Schrijver Michel Houllebecq schijnt op de cover van het laatst verschenen nummer van Charlie Hebdo te staan. Houellebecq was een heftig tegenstander van de islam. ‘De stomste religie’ noemde hij deze. En dan Wilders. “Wanneer dringt het eindelijk door bij Rutte en andere westerse regeringsleiders: het is oorlog,” twitterde hij na de aanslag.

Eerlijk gezegd maakt deze reactie me bijna net zo bang als de aanslag zelf. Het mensen opjutten, haatzaaien is m.i nu wel het aller-, allerlaatste waar deze wereld op dit moment behoefte aan heeft. Deze aanslag is niet gepleegd door de Turkse mevrouw op straat, door de Marokkaanse meneer in de moskee, deze aanslag is gepleegd door een stelletje godsdienstfanatici, een stel doorgedraaide malloten die net zo ver van mij af staan als van bijvoorbeeld mijn schoonzoon, die toevallig Turkse ouders heeft, in Nederland geboren is, een hbo-opleiding volgt en heel veel van mijn dochter houdt, en mijn dochter (en ik) van hem. Ik zie hoe hij elke dag moet opboksen tegen het groeiende venijn jegens de islam. Hoe hij veroordeeld wordt voor daden waar hij niets mee te maken heeft, en die hij net zo verafschuwt als wij dat doen, de niet-moslims.

Kalm blijven
Rustig blijven. Ons niet laten opjutten. Daar gaat het nu om. Want onrust zaaien is precies wat de fundamentalisten, of IS, willen. Een wig drijven tussen de islam en de rest van de wereld. Tot we allemaal rechtlijnig en vol haat tegenover elkaar staan. En daar moeten wij ons niet door laten meeslepen.

Ondertussen raap de ik de Manke God van de grond en lach hem stilletjes uit. Alle goden ter wereld zijn immers manke stumpers, bedacht door manke machteloze mensen, in een manke onzekere wereld. Het is de kracht die sommigen van ons ze toekennen, die oorlogen aanjaagt, slachtoffers maakt. De kracht van mensen.

De kracht van kunst
Maar wij, vrije mensen, kunstenaars, schrijvers, opiniemakers, moeders, vaders, zusjes, broers, democratische politici, (on)gelovigen, wij hebben diezelfde kracht. Laten wij die vooral blijven gebruiken. Ook al worden we bang gemaakt. Tegen elkaar uitgespeeld. Alle wapens ter wereld samen kunnen nog geen pen, geen tekening, kortom, het wezen van de kunst omleggen. Kunst en literatuur gaan door de kieren en de krochten van onze ziel en zijn derhalve ontastbaar, en sterk.

Mijn hart gaat uit naar de slachtoffers, de familieleden. Dat hadden wij allemaal kunnen zijn. Wat dat betreft is het een aanslag op ons allemaal. Ik brand vanavond een kaarsje. Niet voor een Grote God. Maar voor de manke god. Die in ons allen huist. Verdomme.