Gisteren wilde ik nog een satirisch blad beginnen. Na Charlie Hebdo vandaag niet meer

Het zal moeilijk blijken de juiste woorden te kiezen voor deze bijdrage, satire vraagt om keihard formuleren maar intussen liggen er wel twaalf doden – and counting – in Parijs.

Satire blijkt inmiddels ook niet langer slechts levensbedreigend te zijn, het is tegenwoordig regelrechte harakiri. Ik gebruik die term omdat ik ergens in de jaren zeventig kennis maakte met het Franse Hara Kiri, een zeker voor die tijd keihard en hilarisch magazine dat geen enkel taboe uit de weg ging. Hara Kiri bestaat al lang niet meer, het is later opgegaan in het huidige Charlie Hebdo.

Maar bij mij was het zaad wel gezaaid: zoiets als Hara Kiri, dat wilde ik ook ooit.

Zo sprak ik jaren later in Antwerpen met de inmiddels overleden Belg Johan Anthierens over zijn blad De Zwijger, dat in staat van faillissement verkeerde. Misschien kon ik er nog wat van maken. Dat lukt vervolgens alleen al niet omdat Anthierens als hoofdredacteur vond dat hij in Nederlandse guldens een ton per jaar moest verdienen, in een voorloper van wat later ‘links lullen, rechts vullen’ is gaan heten. Wat mij is bijgebleven was zijn aanpak van de advertentie-acquisitie, die hij als hoofdredacteur zelf deed. Dan belde hij de toenmalige Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena met een offer they couldn’t refuse: adverteren of ik schrijf je dood. Die aanpak was buitengewoon succesvol, maar tegen die ton voor Anthierens was niet aan te adverteren.

Weer een paar jaar later deed ik een poging om het door de Brabants-Amsterdamse boekenuitgever Peter van der Velden uitgegeven satirische maandblad De Opstoot van een faillissement te redden. Ook niet gelukt, de gaten waren te groot.

Ergens begin deze eeuw werd ik gebeld door twee oud-collega’s van de Haagse Post. Zoals dat hoort was in de kroeg het idee geboren om een satirisch blad te starten, de kroegtijgers zochten een uitgever waarbij ‘uitgever’ gelezen dient te worden als ‘geldautomaat’. Het was de tijd van Pim Fortuyn, en zo verschenen er drie nummers van PIM, Politiek Incorrect Magazine. Veel gelachen, een organisatorische puinhoop maar we hebben het gedaan en er nooit wat mee verdiend. Meedoen is belangrijker dan winnen.

In november 2010 werd ik uit diezelfde kring van PIM’mers benaderd met de vraag of ik ook niet vond dat het hoog tijd werd voor een satirische glossy over Geert Wilders. Dat vond ik eigenlijk ook wel, en dus financierde ik het en was ik de uitgever. Alweer een hoop gelachen, organisatorisch is het het nieuwe uitgeefmodel gebleken. en iedereen heeft eraan verdiend. Niet buitensporig, maar toch.

Het is nu alweer jaren stil aan het satirisch front in Nederland, te stil, bedacht ik gisteren. Maar vandaag, al was het in Parijs, kun je toch nauwelijks meer van stilte spreken. En dus weet ik het even niet meer. Ik heb een gezin, ik heb verantwoordelijkheden. Ik ben nogal verslaafd aan het leven en ik geloof niet dat er daarna nog veel is. Zou het er wel zijn, dan klinkt het in elk geval niet leuk. In de hel zitten, dan de leukste mensen.

Ik zou me best kunnen permitteren om wat geld te steken en al dan niet te verliezen in zoiets als een nieuwe Geert of PIM. Of een Charlie Hebdo. Maar vandaag durf ik (even) niet meer. Vandaag ben ik een angsthaas.