Ouwe actielullen en afgeprijsde romantiek in Amsterdam

Soms ga je drie weken op vakantie en maak je geen zak mee, en soms ga je drie dagen en gebeurt er zoveel dat het achteraf lijkt of je een jaar weg bent geweest. Andersom kan ook. Ik, bijvoorbeeld, ging met meneer K drie dagen naar Zeeland en maakte weinig tot niets mee. Dit was ook de bedoeling hoor, dus zielig waren wij geenszins.

Ik liep namelijk al dagen te hoesten als een zieke lama en mijn stem klonk als stramme Annie uit Mokum die de dag met graanjenever eindigt en begint. Alsof er een Perzisch barkleedje in mijn keel zat gepropt. Met asbakken, volle bierglazen en al. Rustig aan doen, was met mijn gammele gezondheid het devies. Wij waren dan ook vast van plan niets mee te maken in Zeeland. Gelukkig voor ons bleven wij gedurende de hele trip bij dit voornemen. Er gebeurt namelijk geen ene reet in Zeeland. Ik herhaal: geen ene.

Heb lak aan de kalender
Toch deden we enkele pogingen iets mee te maken, want ‘niets’ bleek iets teveel van het goede. Zo maakten wij bijvoorbeeld de houtkachel in het huisje waar we zaten aan met een scheurkalender van Toon Hermans uit 1989. Toon had dit vast niet erg gevonden. Op 24 november stond namelijk: Heb lak aan de kalender, als je maar kunt zeggen ik bén d’r. Een prachtige uitspraak van Toon, ik kan niet anders zeggen. Een juweeltje. Meneer K en ik zagen de wijze woorden dramatisch vlam vatten en ineens hadden we nog meer zin om helemaal niets mee te maken. De rest van de dag staarden wij dan ook wezenloos in het vuur of naar buiten, onderwijl dingen tegen elkaar zeggend als: Er komt een bui aan. Of: Het klaart op. Af en toe gooide ik daar een fluimende hoestbui tussendoor, en een keer vloog het Perzisch tapijtje uit mijn keel los door de kamer, om bovenop het lachende hoofd van Toon te landen. Het leven was goed, in Zeeland.
toonJG op een tasje
De volgende dag gingen we naar Middelburg. Daar kun je namelijk ook heel goed niets meemaken. Meneer K en ik zijn dol op kringloopwinkels, dus daar begonnen we. Om redenen die te ingewikkeld zijn om uit te leggen zochten we naar de Vesuvius, maar vonden deze niet. Toen gingen we naar de Drvkkerij, een boekhandel die zijn u als v schrijft. Logisch, als er niets gebeurt in een stad, moet je het zelf doen. Ik zocht naar een boek over Berlijn en knalde tegen een verzameling tasjes aan waar een gedicht van mij op stond. Stiekem wilde ik er eentje kopen maar iemand in mij zei dat het raar was om in de rij te gaan staan met een tasje waar je zelf op staat. ‘Straks kom je een bekende tegen.’ ‘Maar ik ken niemand in Middelburg,’ sputterde ik. ‘Dan nog,’ zei de iemand. Maar toen ik een foto maakte, wat ook raar was, zei hij niks. Wat ik hiermee zeggen wil, weet ik niet. Maar die tasjes zijn leuk. En er passen wel 5 bananen en 4 cavia’s in. En misschien een klein Perzisch kleedje. Zo hadden we onverwacht toch nog iets meegemaakt in Zeeland.

tasjes middelburg

Romantiek afgeprijsd
Na Zeeland gingen we in Amsterdam de lieve dochter van meneer K helpen verhuizen. Ik kan wel ‘stiefdochter’ zeggen, maar dat klinkt zo ongezellig. Natuurlijk gingen we langs de kringloop. Mijn zoon, die ook in Amsterdam woont en studeert, ging mee en kocht een schuiffluit. Ook wilde hij een afgrijselijk lelijke Griekse beker en een schelpenbord meenemen, om ‘copieus’ te kunnen dineren, maar dat kon ik hem uit zijn hoofd praten. Boven bij de boeken bleek de romantiek afgeprijsd.

 
romantiek afgeprijsdEen gedicht met lagen
Later gingen we met zijn allen pizza eten in de Leidse dwarse dingesdangesstraat. Alle pizza’s 5 euro. Tijdens het eten (dat ondanks de lage prijs heerlijk was) maakten we een gedicht. We waren er heel tevreden mee. De titel was: ‘Alle ouwe actielullen in een film bij elkaar’ En verder ging het van: ‘Ken je die niet? Er zijn al vier delen van.’ Ik was blij met het resultaat. ‘Is het niet een beetje mager,’ vroeg mijn zoon, maar ik zei dat de mensen met verstand van poëzie er achteraf wel lagen in gingen ontdekken. Lagen vind je namelijk, net als avonturen, overal, als je maar goed genoeg zoekt. Later, toen ik in de tram weer eens vreselijk stond te overdrijven, hoorde ik mijn zoon zacht tegen de lieve dochter van meneer K zeggen: ‘Mijn moeder overdrijft altijd een beetje, hoor.’

Toen brachten meneer K en ik onze geliefde kinderen allebei naar hun eigen huisje en zwaaiden we ze weemoedig uit. Niet dat we ons oud voelden, of zo, maar toch, de film was al wel iets over de helft. Deel drie, om precies te zijn.