Recensie: David Nicholls – Us

Oké, er zijn betere dingen dan de ene favoriete schrijver die een andere favoriete schrijver bespreekt – maar niet heel veel. Jay McInerney die vorige week David Nicholls besprak in The New York Times was goed voor een bescheiden vreugdesprong en een triomfantelijk gebalde vuist.

Us, de nieuwste roman van de Brit Nicholls, kwam afgelopen zomer uit. Binnenkort verschijnt de Nederlandse vertaling. Het is te hopen dat die hier meer doet dan One Day, Nicholls’ vorige roman, die zo ongeveer overal behalve in Nederland een enorm succes was. Het zeldzame geval van een volkomen terechte bestseller. Toegankelijk en eindeloos vermakelijk, maar beslist niet oppervlakkig.

Dat geldt ook voor Us. Het verhaal van Douglas Petersen, de brave huisvader die zijn uiteenvallende gezin bij elkaar probeert te houden op een familiereis door Europa, doet je regelmatig in schaterlachen uitbarsten, en een paar keer in snikken.

Niet cool
Jay McInerney zag dat iets anders. Ja, Douglas’ provincialisme was inderdaad goed voor een paar humoristische passages, maar al met al vond McInerney Douglas een saaie, te preutse verteller van een ‘very long story’: “Imagine Mr. Collins as the narrator of ‘Pride and Prejudice’ or Charles Bovary telling his wife’s story.”

Douglas spreekt in bedekte termen over seks en over pijn – inderdaad, erg Brits. In veel opzichten is hij het tegenovergestelde van McInerney’s coole, getroebleerde Manhattanites. Er is zelfs een scène waarin Douglas gratis drugs afslaat.

Onweerstaanbaar
Maar precies die ogenschijnlijke saaiheid maakt hem zo onweerstaanbaar. Het is een verademing om meegesleept te worden door een verteller die discreet spreekt over zijn weinig avontuurlijke, maar daarom niet minder bevredigende seksleven. Die aarzelend vertelt over zijn grootste trauma’s, waardoor je de diepte van die trauma’s des te sterker voelt. En die, een ‘very long story’ lang, zijn hilarische afkeer tentoonspreidt van alles wat hip, kunstzinnig, of anderszins onbegrijpelijk is:

Emotional intelligence, the perfect oxymoron! “How do they test emotional intelligence? What qualification does that lead to?” I asked Connie as we drove home. “Perhaps there’s a multiple-choice element. They put you in a room with six people and you have to work out who to hug.”

Hoe kan iemand hier níet voor vallen? Hoe kan Jay McInerney hier verveeld door raken? Jay, zijn we echt zoveel uit elkaar gegroeid?

Oké, er zijn vervelendere dingen dan het hartgrondig oneens zijn met een favoriete schrijver – maar niet heel veel.