In het artikel schrijven de wetenschappers dat de meeste luisteraars zoeken naar een balans tussen bekend en onbekend, wat niet alleen invloed heeft op hoe we populaire muziek ervaren, maar ook op hoe die wordt geproduceerd. Dit laatste onderzochten ze aan de hand van de instrumentele complexiteit van de genres. Zo werden genres als ‘experimenteel’, ‘alternatieve rock’ en ‘hiphop’ de afgelopen jaren complexer maar verkochten ze slechter, terwijl genres als ‘disco’ en ‘rock’ minder complex werden maar wel gemiddeld beter verkochten.
Volgens de onderzoekers komt dit omdat de muziek, instrumenteel gezien, steeds meer volgens een formule wordt gemaakt wanneer de verkoop stijgt. Hierdoor worden vooral muziekgenres met weinig variatie en onderling inwisselbare muzikanten populair.
Er dienen wel wat kanttekeningen geplaatst te worden. Het onderzoek richtte zich alleen op kwantitatief meetbare complexiteitsfactoren, zoals timbre. Daarnaast werd de definitie van de term ‘populair’ in het onderzoek ontleend aan de verkoop van albums. Aangezien er tegenwoordig steeds minder volledige albums worden gekocht, is dit meetinstrument wellicht wat verouderd.
Toch zien we de formulevorming van populaire muziek terug in het beleid van platenmaatschappijen. Zij gebruiken namelijk data analysis tools die kunnen voorspellen wat de volgende hit gaat worden. Deze vertonen uiteraard gelijkenissen met eerdere populaire nummers, waardoor het gros van de Top 40 inderdaad gaat bestaan uit homogene klanken.






