Hafid Bouazza over film vs. literatuur

Het was niet de eerste keer: een schrijver die zegt dat hij meer leert van films dan van boeken. Dat het uit Hafid Bouazza’s welbespraakte mond kwam, was iets verrassender. Hoeveel filmmakers zouden zich begraven in woordenboeken, zodat ze Scarlett Johansson haar ‘heulsap’ kunnen laten weggeven, of Kevin Spacey kunnen laten ontwaken als een ‘nutteloos gevlijmde vlinder?’

Geen Nederlandse schrijver met zoveel aandacht voor klank, voor zwierige zinnen, voor pure woordkunst, als Hafid Bouazza. En toch: “Ik leer nu meer over literatuur van regisseurs als Godard of Gaspar Noé dan van Cervantes en Stendhal.” Aldus Bouazza in Vrij Nederland, in een mooi interview met Jeroen Vullings.

Ook Hanna Bervoets zei het een keer in een interview: dat ze meer inspiratie haalde uit tv-series dan uit boeken. Zoiets. Als Bouazza en Bervoets luie prutsers waren, had je er schamper over kunnen doen. Natuurlijk kijken jullie liever naar een scherm dan dat jullie een fatsoenlijk boek openslaan – dat is ook goed te merken aan jullie zinnen.

Maar nee. Wat je ook van hun werk vindt, onorigineel en ongetalenteerd kun je Bouazza en Bervoets niet noemen. Waardoor je je toch af gaat vragen: hebben ze een punt? Is het zo’n beetje gedaan met inspirerende literatuur? Moeten we voor échte vernieuwing, vermaak en wijsheid bij tv en film zijn? Kan The Sopranos ons meer leren over plot en personages dan Madame Bovary?

Lang huwelijk
Mwah. Het verschil is misschien – iets dergelijks zegt Bouazza ook in het interview – dat film en tv-series nieuwer zijn. Frisser. De mogelijkheden zijn, of lijken, minder uitgeput. In een lang huwelijk word je nou eenmaal sneller verrast door een nieuw, aantrekkelijk iemand dan door je verafgode, maar wel erg vertrouwde partner.

Natuurlijk is het niet of-of. De liefdes voor boeken en films sluiten elkaar niet uit. Natuurlijk valt er veel, misschien wel bijna alles, te leren van Six Feet Under. En natuurlijk maakt het niet uit waar schrijvers hun inspiratie vandaan halen, zolang ze maar goede boeken schrijven. Misschien leren ze wel meer over literatuur door een Provençaalse ovenschotel te maken dan door een roman te lezen. Misschien leren ze meer van Jamie Oliver dan van Proust.

Of misschien kijken ze precies de goede series, maar lezen ze net de verkeerde boeken. De stroom aan nieuwe, goede series is een zegen. De uitvinding van film een godsgeschenk. Maar niks wint het van woorden op papier.