Laat mij met rust, enge mannen op Facebook!!!

Zondagmiddag, vier uur. Buiten sneeuwt het nat, binnen branden kaarsjes. Dochter is naar school (nee, geen zondagsschool), meneer K werkt in zijn atelier honderd kilometer verderop, en ik zit fijn aan mijn grote tafel te werken. Ik en het alfabet. Opeens maakt mijn telefoon rare geluiden. Het klinkt alsof-ie op hol slaat. Ik kijk er bezorgd naar, moet ik iets doen?

Het geluid houdt niet op, en als ik hem oppak zie ik dat ene Brian me belt, maar dan op een manier die ik niet ken. Via ‘Messenger’ of zoiets. Wat? Huh? Waarom? Ik kan me niet herinneren dat ik een ‘bel-app’ geïnstalleerd heb. Ik haat bellen. Ik bak er ook niks van, dus daar mist niemand wat aan. Laatst bijvoorbeeld belde mijn uitgever. Ik deed echt heel erg mijn best, want mijn uitgever is een hele aardige man, maar toen ik ophing schamperde mijn dochter: “Jezus mam, dat was vreselijk, jij kan écht niet bellen.”

Wanhopige Brian
Bellen en ik, het zal nooit wat worden. Maar dan heb ik buiten Brian gerekend. En buiten Messenger. Want Brian, die ik dus helemaal niet ken, die belt mij gewoon. Doodleuk en gemoedereerd. Geen idee hoe, ik heb nergens om gevraagd en mijn telefoonnummer deel ik met niemand, en al helemáál niet met Facebook. Dus tieft op, Brian, met je enge wanhopige zielige ouwemannenfoto! Ondertussen blijft hij bellen. De kat en ik kijken bang naar het trillende apparaat op tafel. Pas na tien minuten geeft Brian het op.

Ben je nog wakker?
Nu was Facebook altijd al een broeiplaats voor behoeftige, vervelende, opdringerige en op seks beluste mannen, maar sinds Messenger bestaat is het helemaal feest. Bleven tot nu toe de opdringerige berichten in de berichtenbox ‘overige’ genaamd steken, sinds ik de FB-chatfunctie heb geïnstalleerd, vliegen de ongewenste intimiteiten me 24/7 om de oren. Minstens vijf keer per etmaal (want ’s nachts gaat de pret gewoon door) hoor ik mijn telefoon ploinken en zie ik in mijn schermpje, ‘hello, sunshine’, ‘hai, lekker ding’, of ‘hoi, ben je wakker?’ verschijnen. Natuurlijk reageer ik nooit, maar dat weerhoudt het leger der wanhopigen geenszins. Ze blijven stug doorgaan.

Opgewonden piemels
Zet dat ding dan uit, roept iedereen verontwaardigd als ik erover klaag, maar dat is nou juist de ellende, dat durf ik niet. Want mijn kinderen communiceren ook met mij via Messenger. En mijn zus, mijn moeder, mijn vrienden. En straks zijn zij midden in de nacht in nood. Drijven mijn kinderen dronken in een gracht met één hand boven het water met daarin hun telefoon, append met hun moeder, als laatste noodmiddel. Afijn, hoogtepunt in dit relaas, of dieptepunt moet ik eigenlijk zeggen, kwam van ene Harry. Harry stuurde me een foto van een gigantisch grote piemel in opgewonden toestand. Net toen ik in de auto op weg was naar een hele serieuze afspraak. Omdat ik van de politie mijn mobiel niet mag gebruiken tijdens het autorijden kon het dus zomaar gebeuren dat ik bij aankomst in de keurige vinexwijk zes opgewonden piemels te verwerken kreeg.

Blokkeren
Ik weet niet wat er in mannen als Brian of Harry omgaat. Ik wil het ook niet weten. Ik wil gewoon dat ze mij met rust laten. Daarom blokkeer ik ze allemaal. De ellende is alleen dat er telkens nieuwe Brians en Harry’s bijkomen. Als kwaadaardige cellen vermenigvuldigen en delen ze zich met tientallen tegelijk. En dan hun volharding, daar kun je oorlogen mee winnen, hoor. Ik heb mijn berichteninstellingen inmiddels op slechts ‘vrienden’ gezet, maar als je 2000 van deze ‘vrienden’ hebt, slaat dat natuurlijk ook nergens op. Niemand meer toelaten in mijn vriendenbestand is ook geen optie, aangezien mijn social media accounts onderdeel van mijn ‘schrijfwinkel’ zijn.

Kortom, er is geen hoop. Van Facebook zelf hoeven we niets te verwachten. Want zo bang en preuts als ze reageren op een foto van een (functioneel) naakt op een openbare tijdlijn, zo zogenaamd vrijzinnig zijn ze ineens als het om stijve pikken in privéboxen gaat (lees, dan interesseert het ze geen zak).