Behaagzieke vrouwen op Facebook

Vrouwen zijn in optisch opzicht zonder enige twijfel het beste wat de schepping heeft voortgebracht. Het gaat – uiteraard – om het innerlijk en zo, maar toch mag ik graag het uiterlijk bewonderen. Vrouwen die zichzelf een nieuwe profielfoto op Facebook aanmeten zijn een klein feestje voor mijn vrouwminnende ogen.

Aangezien Facebook fungeert als digitaal visitekaartje, plaatsen de dames meestal een foto waarbij de werkelijkheid in positieve zin geweld wordt aangedaan. Een bevriende visagist heeft een gunst verleend, of de dame in kwestie heeft via Groupon voor een paar tientjes een professionele fotoshoot op de kop getikt. Dat we onszelf zo gunstig mogelijk in de digitale etalage zetten, is begrijpelijk en aantrekkelijk.

Minder begrijpelijk en aantrekkelijk zijn de reacties die vrouwen onder elkanders profielfoto’s plaatsen. Wanneer ik door de reacties onder een vrouwelijke profielfoto scroll verbaas ik mij over de reacties van vrouwen. ‘Oeh, knapperd!’, ‘mooooooooi’, ‘mooierd’, ‘beauty”, ‘boobies!’ of ‘fjietfjoew’. Simplistische reacties die je verwacht van pubermeisjes die vergroeid zijn met hun smartphonescherm. Maar nee, dergelijke reacties komen gewoon van het toetsenbord van vrouwelijke eind-twintigers en dertigers. Vrouwen met een opleiding, baan, hypotheek en soms zelfs kinderen. Deze dames hebben een overdaad aan liefde en bewondering te delen, maar zijn niet in staat dit op een volwassen manier te verwoorden. Achter een computerscherm veranderen vrouwen onderling blijkbaar in behaagzieke bouwvakkers op xtc.

Het digitale gefluit en geroep van de dames stoort mij, al snap ik niet waarom. Iedereen heeft het recht om het kind in zichzelf te uiten, zelfs als het kind is ontwikkeld tot een pubermeisje. Geloof ik de dames niet? Tussen mijn achttiende en vijfentwintigste heb ik als barman gewerkt. Regelmatig had ik kleine vriendengroepjes aan de bar. Als vriendin 1 trots haar nieuwe kapsel toonde, complimenteerden vriendin 2 en 3 haar. Ging de eigenaresse van het nieuwe kapsel naar de wc, dan concludeerden vriendin 2 en 3 achter haar rug om dat de nieuwe coupe geen gezicht was. Eerlijk is eerlijk, dit waren vrijwel altijd pubermeisjes. Inmiddels is de (geveinsde) puberale blijheid ongetwijfeld aangevuld met meer zekerheid en levenswijsheid.

Even overdacht ik jaloezie als verklaring voor mijn ongemak. Was ik niet gewoon strontjaloers op vrouwen die ongegeneerd ‘lekker wijf’, ‘mooitje’ en ‘tieten’ tegen elkaar kunnen zeggen? Wil ik gewoon op maatschappelijk geaccepteerde wijze van de digitale steiger naar vrouwen roepen? Nee. Vrouwen bewonder je namelijk in stilte. Naar vrouwen kijk je zoals je op een zomerse dag in Spanje het berglandschap vanuit je bergwoning minutieus in je opneemt. Terwijl je van de wijn nipt, overzie je de glooiende heuvels, het knisperende groen van de bomen, de zongebruinde arbeiders op de sinaasappelgaarden, de kleine dorpjes in de verte. Je pakt een olijf en weet: het leven is goed. Op zo’n moment heb je niemand nodig die in je oor tettert: “MOOI HÈ HIER.”