Hoe Guantanamo Bay de relatie VS-Cuba opnieuw op scherp zet

Op zijn eerste dag als president beloofde president Barack Obama de beruchte gevangenis in Guantanamo Bay te zullen sluiten. Nu, bijna zes jaar later, is hem dat nog steeds niet gelukt. Daarnaast zorgt de Amerikaanse aanwezigheid in Cuba voor spanningen tussen Havana en Washington, terwijl voor het eerst in vijftig jaar voorzichtig toenadering wordt gezocht.

Eind vorig jaar kondigde Obama aan dat hij de betrekkingen met Cuba wilde normaliseren. Hij is de eerste president sinds Eisenhower die zich dat heeft voorgenomen. Nu, ruim een halve eeuw later, probeert Washington de banden aan te halen, maar de Cubaanse president Raúl Castro heeft een belangrijke eis: de VS zullen Guantanamo Bay moeten teruggeven. Raúl Castro vroeg de Amerikaanse president bovendien om in te gaan tegen het Congres en een einde te maken aan het handelsembargo tegen Cuba.

De enclave Guantanamo is sinds 1903 in handen van de Verenigde Staten, na militair ingrijpen van de Amerikanen in de onafhankelijkheidsoorlog tussen Cuba en Spanje. Die eindigde in een verdrag dat Cuba een vrij land maakte en de VS het recht gaf om marinesteunpunten op het eiland te vestigen. De VS zouden Guantanamo Bay eerst voor 2000 dollar per jaar pachten, en sinds de jaren dertig voor zo’n 4000 dollar. Maar in de praktijk is er al sinds 1959 niet meer betaald, omdat het regime Castro weigert het geld te innen uit onvrede met de Amerikaanse aanwezigheid op Cubaans grondgebied.

Het Witte Huis heeft afgelopen dinsdag laten weten niet van plan te zijn de enclave terug te geven aan Cuba, wat de verhoudingen meteen op scherp zet. Volgens Witte Huis-woordvoerder Josh Earnest zijn beide landen nog ver verwijderd van normaal diplomatiek contact. Hoewel de gevangenis in Guantanamo Bay dus misschien gesloten wordt, is de lucht nog niet geklaard in de relatie VS-Cuba.