De taxi in Londen even snel als paard-en-wagen vroeger

Of u nu vaststaat in de Amsterdamse avondspits of in het ijzige noorden van het land, files blijven een grote bron van ergernis. Soms lijkt het of de auto geen meter vooruit komt. En stelt u zich eens voor dat u vaststaat in een wereldstad. Gelukkig is ons spitsuur niet zo druk als dat in Londen. Daar is de snelheid op de wegen te vergelijken met die van een rennende kip.

Om het verkeer beter te laten doorstromen, werd in 2003 de congestion charge ingevoerd. Deze tol, die Londenaars betalen om door drukke gebieden te mogen rijden, voerde de rijsnelheid wel íets op. Voordat de tol werd ingevoerd reden de auto’s gemiddeld zo’n 13,6 kilometer per uur. Dat is ongeveer even snel als een rennende muis. Vlak na de invoering steeg de gemiddelde snelheid naar 17,7 kilometer per uur. Een stijging van 15 procent.

Het is inmiddels elf jaar later, en de gemiddelde snelheid is weer gedaald naar 16 kilometer per uur. Alle technologische ontwikkelingen ten spijt, is dat dezelfde snelheid waarmee paard- en-wagen drie eeuwen geleden door Londen reden. Het is dezelfde snelheid die een rennende kip behaalt. Dat brengt de tol in opspraak. Is die kleine stijging in snelheid (4 kilometer per uur) dagelijks 8 pond waard?

Niet alleen de snelheid van het verkeer is gelijk aan die van eeuwen terug. Ook het fileprobleem bestond al in het Londen van de zeventiende eeuw, zoals te lezen is in de dagboeken van Samuel Pepys. Het klinkt gek, dat er in een tijdspanne van drie eeuwen zo veel, en toch zo weinig is veranderd.