Waarom wij nieuwe vormen van privacybescherming nodig hebben

Deze week gingen we (bijna) allemaal akkoord met de nieuwe gebruiksvoorwaarden van Facebook, zonder ze zelfs maar te lezen. Het is wel duidelijk dat er iets mis is met de bescherming van onze privacy. Dat vinden overigens niet alleen welingelichte en wantrouwige Nederlanders. Ook wetenschappers in Amerika zijn deze week tot die conclusie gekomen. Privacy en de bescherming van onze persoonsgegevens moeten niet de verantwoordelijkheid zijn van de gebruiker zelf; deze zaken moeten spijkerhard worden vastgelegd in nationale en internationale wetten en verdragen.

In de meeste delen van de wereld is het aan de gebruikers van tools, apps en sites op het internet zelf om de voorwaarden te lezen en deze vervolgens goed te keuren. Maar vaak gebeurt dit zonder dat we ze überhaupt lezen. Dat is ook nauwelijks te doen, want volgens de eerder genoemde Amerikaanse onderzoekers zou het ons een maand per jaar kosten om al die formulieren nauwkeurig door te nemen. “Alleen in een fantasiewereld mag je verwachten dat er mensen zijn die zich bewust zijn van alle gegevens die verzameld worden”, aldus het onderzoek.

Gevolg daarvan is dat al onze persoongsgegevens (en dat zijn er veel meer dan u denkt) over de hele wereld in datacenters liggen opgeslagen voor de eeuwigheid op grond waarvan bijvoorbeeld handige markteteers u kunnen indelen. Maar uiteraard ook de dames en heren van inlichtingendiensten en overheden hebben zo een aardig overzicht van wat u zoal uitspookt. Geen reden voor paniek, maar voor velen toch een onaangenaam gevoel. Er valt op dit moment niet aan te ontkomen als je ook maar een klein beetje actief bent op het internet. En wie is dat tegenwoordig niet?

De Amerikaanse onderzoekers (en met hen velen) pleiten ervoor dat de zaken in de toekomst worden omgedraaid: de verantwoordelijkheid voor het gebruik van persoonsgegevens ligt dan niet meer bij de gebruiker, maar bijvoorbeeld bij overheden. Zij kunnen de persoonlijke data van de burger goed bewaren, en ze slechts gebruiken als daar een goede reden voor is. Dat vereist wel een fundamentele verandering in de wijze waarop wij digitaal leven, en dat zal niet eenvoudig zijn. Maar als denkrichting is het de moeite van het bestuderen waard.

Denk overigens niet dat alleen de ‘usual suspects’ (Facebook, Twitter en WhatsApp) zich schuldig maken aan ongemerkte privacy-schending. Uit een ander Amerikaans onderzoek blijkt dat zelfs als u anoniem denkt te shoppen op het internet, onderzoekers maar vier metadatagegevens nodig hebben om precies te kunnen bepalen wie u bent, waar u woont en wat uw voorkeuren zijn. Eigenlijk bestaat er niet meer zoiets als privacy op het internet. Des te meer reden om er zelf eens goed over na te denken, en het niet over te laten aan bijvoorbeeld een onderzoek van het College Bescherming Persoonsgegevens naar de gebruiksvoorwaarden van Facebook. Een onderzoek dat overigens nog niet is verschenen, nadat het in december werd aangekondigd.