Warme herinneringen aan V&D

Er was een tijd waarin ik dacht dat ik marktonderzoeker wilde worden. Wat me daar precies in aantrok, is me achteraf een groot raadsel. Om mijn droom te verwezenlijken verhuisde ik naar het westen. Ik ging stage lopen bij een onderzoeksbureau in Zoetermeer. Zo graag wilde ik het blijkbaar.

Ik herinner me de kantine waar we zwijgend aten. De enige die weleens iets zei was een statisticus met stekeltjeshaar die Hans heette. Hans leerde voor aanvang van de lunch de achterklappagina van nu.nl uit zijn hoofd en begon al zijn verhalen met ‘Heb je het al gehoord?’ Uit beleefdheid zeiden we dan ‘goh’ of ‘tjonge’, waarna een stilte weer nederdaalde.

Fun on friday
De snack van de dag was altijd een kroket, behalve op vrijdag, dan waren er lekkerbekjes. Vrijdag was toch al zo’n feestdag. Op intranet had je de rubriek ‘fun on friday’. Dan stond er tussen de dienstmededelingen ineens een foto van een jong katje in een sok of een strip van Donald Duck. Dat was lachen.

Mijn kamergenoot moest nog anderhalf jaar tot zijn pensioen. Hij was al jaren bezig met een onderzoek naar de kokkelvisserij in de Noordzee en hij verwachtte niet dat hij het op tijd af zou ronden.

De toekomst van de detailhandel
Mijn eigen onderzoek ging over de toekomst van de detailhandel in Nederland. Ik sprak erover met een stuk of tien experts, schreef op wat ze zeiden en kreeg een zeven.

Ik had verwacht dat ze het op essentiële gronden met elkaar oneens zouden zijn. Daar zijn het immers experts voor. Het tegendeel bleek waar. Allen wezen ze erop dat het middensegment van de detailhandel zou verdwijnen. Speciaalzaken bleven bestaan vanwege hun expertise en discounters vanwege hun schaalvoordelen, maar alles ertussenin zou verdwijnen.

Het standaardvoorbeeld was V&D. Er moest iets gebeuren, anders was het gebeurd. De experts gaven het nog tien jaar. Dat is nu precies tien jaar geleden.

Solliciteren
Een jonge expert die zich gespecialiseerd had in de meubelmarkt, raadde mij aan om bij V&D te solliciteren. Het klonk misschien heel gek, maar daar lagen grote kansen voor jonge marktonderzoekers.

Ik geloofde werkelijk dat ik de aangewezen man was om V&D van de ondergang te redden. In de trein terug begon ik aan mijn sollicitatiebrief. Ik had geleerd dat je je kansen vergrootte als je er een persoonlijke noot in stopte. Na lang denken kwam ik niet verder dan mijn Garfield-agenda uit de tweede klas. Verder herinnerde ik me vooral de bezoekers die niet doorliepen op de roltrap en dat het er rond Kerstmis stonk naar iets dat op dennenbos moest lijken.

Toen ik thuiskwam, wist ik zeker dat ik geen marktonderzoeker zou worden. Daar ben ik V&D eeuwig dankbaar voor. Dáárvoor, en voor de Garfield-agenda. Inderdaad een te wankele basis om te kunnen voortbestaan.