Hoe cijfers over euthanasie compleet anders geïnterpreteerd worden

Vandaag werd een onderzoek naar de opinie van Nederlandse artsen omtrent het onderwerp euthanasie gepubliceerd in het Journal of Medical Ethics. De resultaten zijn helder: 86 procent van de ondervraagde artsen (het waren er 1456) is bereid om euthanasie uit te voeren. 27 procent daarvan is bereid een patiënt die ‘lijdt aan het leven’ uit zijn lijden te verlossen, ongeveer een derde zou zoiets doen voor iemand die lijdt aan een psychiatrische aandoening, ongeveer 40 procent voor iemand met beginnende dementie en 29 procent voor iemand met gevorderde dementie. 80 procent van de artsen geeft aan iemand te willen helpen die een ernstige fysieke aandoening als kanker heeft.

Presentatie
Wat vooral opvalt, zijn niet zozeer deze cijfers, maar de manier waarop ze worden gepresenteerd. De Volkskrant kopt met het voorzichtig ingestoken “Arts deinst terug voor euthanasie bij dementen“. In het stuk gaat de auteur voornamelijk in op de twijfel die artsen hebben bij het plegen van euthanasie bij mensen met psychische klachten – de officiële insteek van het onderzoek was immers het beantwoorden van de vraag of Nederlandse artsen het denkbaar achten dat zij een euthanasieverzoek van iemand met psychische klachten zouden inwilligen. De krant maakt melding van het feit dat de in 2012 opgerichte Levenseindekliniek in het afgelopen jaar 17 psychiatrische patiënten heeft geholpen met hun zelfdoding.

Voor de Nederlandse lezers zal het artikel waarschijnlijk niet veel opschudding veroorzaken, maar de Britse media denken daar anders over. The Guardian bijvoorbeeld gebruikt de kop “One in five Dutch doctors would help physically healthy patients die“. Een titel die niet alleen een heel andere toon heeft dan die van de Volkskrant, maar ook suggereert dat er iets moreel onjuist is aan de praktijken van deze bereidwillige Nederlandse artsen. Deze houding is op zich niet zo verwonderlijk, aangezien euthanasie verboden is in Engeland. Het wordt daar gezien als ofwel doodslag, ofwel moord, en kan bestraft worden met een maximumstraf van levenslang.

Ruimdenkend versus conservatief
Nederlandse media berichten klinisch, kort en zakelijk over het onderzoek, terwijl de Britse media (ook de International Business Times wijdde er een artikel aan) flink over dit in hun ogen bijzondere fenomeen uitweiden. The Guardian merkt op dat “Nederland een van de meest liberale landen ter wereld is als het om euthanasie gaat”. Bovendien wordt de bereidheid van een minderheid van de artsen iemand met psychische klachten te helpen tegen het licht gehouden: de krant haalt een rechtszaak aan waarin werd besloten dat de hoofdoorzaak van het ‘ondraaglijk lijden’ van de patiënt een medische oorzaak moest hebben.

Zo ruimdenkend als Nederland schijnt te zijn, zo conservatief is Engeland dus op dit punt. Het land dat voorop loopt als het gaat om het kinderen laten verwekken door drie ouders, heeft een haast rigide houding als het gaat om hulp bij zelfdoding, zeker bij psychiatrische patiënten. Een voorbeeld is dit artikel uit de Telegraph waarin wordt gesuggereerd dat euthanasie niet menselijk is en waarin wordt gevreesd voor een nonchalante houding ten opzichte van het beëindigen van iemands leven.

Hoewel er ook genuanceerde meningen klinken en momenteel de zogenaamde Lord Falconer’s Bill – waarbij euthanasie onder strikte voorwaarden gelegaliseerd zou worden, door het Britse parlement gaat – is de uitkomst allerminst zeker. Maar er is ontwikkeling: vorig jaar besloot de Britse rechter dat een twaalfjarig meisje met verschillende niet-levensbedreigende ziekten legaal mocht worden geëuthanaseerd. Ook hier kwam veel kritiek op vanuit de media, maar de eerste stappen zijn in ieder geval gezet. Of de Britse pers over een aantal jaar het onderzoek anders zal interpreteren zal de tijd moeten leren.